Lezen Doel en Publiek

1.2 Doel en publiek
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

1.2 Doel en publiek

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag
- Huiswerk vorige les: 1.1 Onderwerp en hoofdgedachte
- Theorie over tekstdoelen en leesstrategieën
- Oefenen met tekstdoelen en leesstrategieën

Slide 2 - Tekstslide

Het onderwerp en de hoofdgedachte zijn hetzelfde
timer
0:20
A
Waar
B
Niet waar

Slide 3 - Quizvraag

timer
0:20
Wat zijn de tekstdoelen?

Slide 4 - Woordweb

Slide 5 - Tekstslide

Tekstdoelen
Informeren
Amuseren
Overtuigen
Activeren
Instrueren
-----------

Slide 6 - Tekstslide

Leesstrategieën
  1. Verkennend lezen
  2. Globaal lezen
  3. Intensief lezen

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

2. Globaal lezen
Globaal lezen doe je alleen als je snel de belangrijke informatie uit de tekst wilt halen. Dit doe je als volgt:
  • Lees van iedere alinea de eerste en de laatste zin;
  • Bepaal wat je al weet over het onderwerp.
  • Bepaal welke tekststructuur je herkent en wat het tekstdoel is.

Zoek op: welke tekststructuren- en doelen zijn er ?

Slide 9 - Tekstslide

Verkennend lezen
Globaal lezen

Slide 10 - Tekstslide

3. Intensief lezen
Wat staat er nou precies?
Begrijp je de tekst helemaal?

Met "intensief" lezen, bedoelen we dat je je nu gaat concentreren op de details van de tekst. Je zorgt dat je alles wat er staat, begrijpt.

Slide 11 - Tekstslide

Welke tekstvorm hoort bij een instruerende tekst?
timer
0:20
A
Rouwkaart
B
Een krantenartikel
C
Handleiding Ikea-kast
D
Reclame

Slide 12 - Quizvraag

Wat is het doel
van deze tekst?

A
informeren
B
activeren/overhalen
C
amuseren
D
overtuigen

Slide 13 - Quizvraag

Een uitnodiging is een voorbeeld van een
timer
0:20
A
informatieve tekst
B
amuserende tekst
C
instruerende tekst
D
activerende tekst

Slide 14 - Quizvraag

Wat is het doel
van deze tekst?

A
informeren
B
activeren/overhalen
C
amuseren
D
overtuigen

Slide 15 - Quizvraag

Je leest het gedeelte van de tekst waar het antwoord op je vraag te vinden is.

Welke manier van lezen is dat?
A
verkennend lezen
B
nauwkeurig lezen
C
zoekend lezen

Slide 16 - Quizvraag

Je bekijkt de titel, de deeltitels, de illustraties en de onderschriften. Je leest de inleiding en het slot.

Welke manier van lezen is dat?
A
verkennend lezen
B
nauwkeurig lezen
C
zoekend lezen

Slide 17 - Quizvraag

Bij een overtuigende tekst wil de schrijver de lezer...
A
instructie of informatie geven
B
overtuigen van zijn mening
C
overhalen om iets te doen
D
vermaken

Slide 18 - Quizvraag

Sleep de tekstsoorten naar het juiste tekstdoel
Gevoelens oproepen
Mening geven
Instrueren

Slide 19 - Sleepvraag

Bij een activerende tekst wil de schrijver de lezer...
A
instructie of informatie geven
B
overtuigen van zijn mening
C
overhalen om iets te doen
D
vermaken

Slide 20 - Quizvraag

Wat is een tekstdoel?
timer
0:20
A
Artikel
B
Recept
C
Instrueren
D
Blog

Slide 21 - Quizvraag

Bij een amuserende tekst wil de schrijver de lezer...
A
instructie of informatie geven
B
overtuigen van zijn mening
C
overhalen om iets te doen
D
vermaken

Slide 22 - Quizvraag

Bij een informatieve tekst wil de schrijver de lezer...
A
instructie of informatie geven
B
overtuigen van zijn mening
C
overhalen om iets te doen
D
vermaken

Slide 23 - Quizvraag

Sleep de tekstsoorten naar het juiste tekstdoel
Informeren
Activeren
Overtuigen
Amuseren

Slide 24 - Sleepvraag

Wat is een tekstsoort?
timer
0:20
A
Informeren
B
Overtuigen
C
Amuseren
D
Gebruiksaanwijzing

Slide 25 - Quizvraag

Als je de betekenis van een woord in een tekst niet kent, kan je....
timer
0:20
A
Het overslaan
B
De vraag niet beantwoorden
C
De zin ervoor en erna lezen
D
Het vragen aan je buurvrouw/buurman

Slide 26 - Quizvraag

Globaal lezen is hetzelfde als verkennend lezen
timer
0:20
A
waar
B
niet waar

Slide 27 - Quizvraag

Een tekst over rozen is hetzelfde geschreven voor een bloemist als voor een liefhebber van rozen
timer
0:20
A
Waar
B
Niet waar

Slide 28 - Quizvraag

De lead van een tekst is
timer
0:20
A
De titel van een tekst
B
De hoofdgedachte
C
Vetgedrukte tekst onder de titel
D
Een tussenkopje

Slide 29 - Quizvraag

Vandaag
- Huiswerk vorige les: 1.1 Onderwerp en hoofdgedachte
- Je weet wat de schrijver met zijn tekst wil bereiken en voor wie de tekst bedoeld is.
- Theorie over tekstdoelen en leesstrategieën
- Oefenen met tekstdoelen en leesstrategieën

Slide 30 - Tekstslide

Huiswerk volgende week
- NU Nederlands paragraaf 1.2 (Lezen hfd 1)

Slide 31 - Tekstslide

Plusopdracht (tweetallen)
Lees de tekst en formuleer drie mogelijke examenvragen: 
- Bedenk een vraag waarbij 'verkennend lezen' nodig is.
- Bedenk een vraag waarbij 'globaal lezen' nodig is.
- Bedenk een vraag waarbij 'intensief lezen' nodig is.

Slide 32 - Tekstslide