§1.1 Haakjes wegwerken

H1 Rekenen met Letters
Mr. Fintelman (FNL)
Vrijdag 6 september
2024

1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 31 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

H1 Rekenen met Letters
Mr. Fintelman (FNL)
Vrijdag 6 september
2024

Slide 1 - Tekstslide

Datum
Vrijdag 6 september 2024
Paragraaf
§1.1 Haakjes wegwerken
Bladzijdes uit handboek
Blz. 12-14
Onderwerp
Regels:
a(b + c) = ab + ac
(a + b)(c + d) = ac + ad + bc + bd
Vandaag de dag...

Slide 2 - Tekstslide

Ik kan al…
  1. … producten met lettervariabelen vereenvoudigen.
  2. … optellingen en aftrekkingen met lettervariabelen vereenvoudigen.
  3. … gelijksoortige termen verzamelen om lettervariabelen te vereenvoudigen.
  4. … lettervariabelen vereenvoudigen door de volgorde van bewerkingen toe te passen.

Voorkennis

Slide 3 - Tekstslide

Vereenvoudig

Slide 4 - Tekstslide

Na deze les kan ik ...
  1. … uitdrukkingen herleiden met de regel a(b + c) = ab + ac.
  2. … uitdrukkingen herleiden met de regel (a + b)(c + d) = ac + ad + bc + bd.

Doelen

Slide 5 - Tekstslide

Boer Harm - Oppervlakte van land en schuur

Slide 6 - Tekstslide

Boer Harm - Oppervlakte van land en schuur
Oppervlakte I
Oppervlakte II 
Oppervlakte Totaal
=AB⋅AE
=AB⋅BE
=AB⋅AE+AB⋅BE

Slide 7 - Tekstslide

Boer Harm - Oppervlakte van land en schuur
Oppervlakte I
Oppervlakte II 
Oppervlakte Totaal
=a⋅b=ab
=a⋅c=ac
=a⋅b+a⋅c=ab+ac

Slide 8 - Tekstslide

Boer Harm - Oppervlakte van land en schuur
Oppervlakte I
Oppervlakte II 
Oppervlakte Totaal
=a⋅b=ab
=a⋅c=ac
=a⋅(b+c)=ab+ac

Slide 9 - Tekstslide

Meer voorbeelden
2b(5a−7)=
=10ab−14b
=2b⋅5a+(2b⋅−7)
=10ab+(−14b)
LEG UIT
In deze regel vermenigvuldigen we de factor buiten de haakjes met beide factoren binnen de haakjes.<div>&nbsp; &nbsp;&nbsp;<div>Dus in dit voorbeeld vermenigvuldigen we 2b met 5a en 2b met -7.
</div><div>Als je het moeilijk vindt, kan het helpen om de delen binnen de haakjes te 'splitsen', dit helpt vaak bij de regel van 'twee negatieven maken een positief'.</div><div>
</div></div>

Slide 10 - Tekstslide

Meer voorbeelden
−(3p−2q)=
=−3p+2q
=−1⋅3p+(−1⋅−2q)
=−3p+(2q)
LEG UIT
Opnieuw vermenigvuldig je factoren, maar in dit geval zien we een 'onzichtbare -1'.<div><div><div>
</div></div><div>Dit is weer een voorbeeld waarbij het kan helpen om de delen binnen de haakjes te 'splitsen', omdat negatieve getallen vaak tot fouten leiden bij beginners.</div></div>

Slide 11 - Tekstslide

Meer voorbeelden
8−3(2a−b)=8+(−3⋅2a)+(−3⋅−b)=
=8+(−6a)+(3b)
=8−6a+3b
=8+(−3⋅2a)+(−3⋅−b)
LEG UIT
Hier zien we een langer voorbeeld, waarin ik de (-3) 'splits' om ervoor te zorgen dat ik later geen fouten maak.
<div>Dit is een lastig voorbeeld.</div>

Slide 12 - Tekstslide

Uitwerking volgens het boek
2b(5a−7)=10ab−14b
−(3p−2q)=−3p+2q
8−3(2a−b)=8−6a+3b
LEG UIT
Dus als we de stappen volgen die het boek aangeeft, zul je zien dat het boek de meeste stappen niet laat zien.
<div>Ik hou daar niet van, dit is een van de redenen waarom leerlingen vaak moeite hebben bij de introductie van dit onderdeel.</div>

Slide 13 - Tekstslide

Boer Jan - Oppervlakte van land en schuur

Slide 14 - Tekstslide

Boer Jan - Oppervlakte van land en schuur
Oppervlakte Totaal

Oppervlakte I
Oppervlakte II 
Oppervlakte III
Oppervlakte IV
Oppervlakte Totaal
=a⋅b=ab
=a⋅2=2a
=ab+2a+3b+6
=3⋅b=3b
=3⋅2=6
=(a+3)(b+2)

Slide 15 - Tekstslide

Meer voorbeelden
(a+2)(b+5)=
=(a⋅b)+(a⋅5)+(2⋅b)+(2⋅5)
=(ab)+(5a)+(2b)+(10)
=ab+5a+2b+10
LEG UIT
Deze regel is iets meer, maar niet zo anders.
<div>Nu zijn er simpelweg vier factoren in plaats van drie.</div>

Slide 16 - Tekstslide

Meer voorbeelden
(c+2)(d−4)=
=(c⋅d)+(c⋅−4)+(2⋅d)+(2⋅−4)
=(cd)+(−4c)+(2d)+(−8)
=cd−4c+2d−8
LEG UIT
Het zijn juist zulke langere verdelingen die me ertoe brengen haakjes te gebruiken, zodat ik zeker weet dat ik geen negatieve getallen over het hoofd zie.

Slide 17 - Tekstslide

Meer voorbeelden
(x+2)(x−3)=
=(x⋅x)+(x⋅−3)+(2⋅x)+(2⋅−3)
=(x​2​​)+(−3x)+(2x)+(−6)
=x​2​​−3x+2x−6
=x​2​​−x−6
LEG UIT
Als deze factoren variabelen delen, zul je vaak merken dat je nog wat meer moet vereenvoudigen door gelijksoortige termen op te tellen of af te trekken.

Slide 18 - Tekstslide

Uitwerking volgens het boek
(x+2)(x−3)=
x​2​​−3x+2x−6
=x​2​​−x−6
(c+2)(d−4)=
cd−4c+2d−8
(a+2)(b+5)=
ab+5a+2b+10

Slide 19 - Tekstslide

Werktijd
Je werkt netjes door …
  • Eerst de theorie (opnieuw) te lezen, voordat je een vraagt stelt aan je medeleerling.
  • Een vinger op te steken voor je een vraag stelt aan de docent.
  • Is de docent bezig? Onthoudt de vraag en werk ondertussen verder.
Hulproute:
Opgaven: 2, 4, 5, 8 en 9

Opgaven:
Bladzijden: 12-14
Opgaven: 4, 5, 6 en 9.
Opgaven uit de planning van WEEK 2:
Klaar? Maak extra!
Extra Opgaven: 7

Slide 20 - Tekstslide

Nu kan ik ...
  1. … uitdrukkingen herleiden met de regel a(b + c) = ab + ac.
  2. … uitdrukkingen herleiden met de regel (a + b)(c + d) = ac + ad + bc + bd.
Terugblik

Slide 21 - Tekstslide

Datum
Maandag 9 september 2024
Paragraaf
§1.1 Haakjes wegwerken
Bladzijdes uit handboek
Blz. 15-16
Onderwerp
Uitdrukkingen herleiden waarin haakjes voorkomen.
Vandaag de dag...

Slide 22 - Tekstslide

Ik kan al…
  1. … uitdrukkingen herleiden met de regel a(b + c) = ab + ac.
  2. … uitdrukkingen herleiden met de regel (a + b)(c + d) = ac + ad + bc + bd.

Voorkennis

Slide 23 - Tekstslide

Voorkennis - Fouten herkennen
(x+2)(x−3)=
3x​2​​+x−6
(c+2)(d−4)=
−cd−4c−2d−8
(a+2)(b+5)=
ab+10ab+10

Slide 24 - Tekstslide

Na deze les kan ik ...
  1. … uitdrukkingen herleiden waarin haakjes voorkomen.

Doelen

Slide 25 - Tekstslide

Uitdrukkingen herleiden

Slide 26 - Tekstslide

Opgave 17 (Huiswerkopgave)
Bepaal de oppervlakte van het blauwe gebied.



Slide 27 - Tekstslide

Opgave 17 (Huiswerkopgave)
Bepaal de oppervlakte van het blauwe gebied.



(6a+1)(4a+2)−(5a−4)(a+3)=
=24a​2​​+12a+4a+2−(5a​2​​+15a−4a−12)
=24a​2​​+12a+4a+2−5a​2​​−15a+4a+12
=19a​2​​+5a+14

Slide 28 - Tekstslide

Conclusie na deze week

Slide 29 - Tekstslide

Werktijd
Je werkt netjes door …
  • Eerst de theorie (opnieuw) te lezen, voordat je een vraagt stelt aan je medeleerling.
  • Een vinger op te steken voor je een vraag stelt aan de docent.
  • Is de docent bezig? Onthoudt de vraag en werk ondertussen verder.
Hulproute:
Opgaven: 2, 4, 5, 8, 9, 11, 13, 15, 16, 17 en 19.

Opgaven:
Bladzijden: 12-14
Opgaven: 4, 5, 6, 9, 11, 13, 15, 17, 18 en 19.
Opgaven uit de planning van WEEK 1:
Klaar? Maak extra!
Extra Opgaven: 7 en 20.

Slide 30 - Tekstslide

Nu kan ik ...
  1. … uitdrukkingen herleiden met de regel a(b + c) = ab + ac.
  2. … uitdrukkingen herleiden met de regel (a + b)(c + d) = ac + ad + bc + bd.
  3. … uitdrukkingen herleiden waarin haakjes voorkomen.
Terugblik

Slide 31 - Tekstslide