Les 7: Genexpressie

Plantkunde
les 7: Genexpressie
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Plantkunde
les 7: Genexpressie

Slide 1 - Tekstslide

Lesplanning
- Weefselkweek
- Transformatie
- Genen en allelen
- Homozygoot vs. Heterozygoot
Mendel's erwtjes
- Monohybride kruisingen
- oefenen

Slide 2 - Tekstslide

Plantenweefselkweek
- Steriel werken!
- Liefst in flowkast, maar kan ook zonder.

Maakt steriel stekken mogelijk --> snelle vermeerdering met beperkte kans op overdracht van ziektes

Slide 3 - Tekstslide

Meristeemweefsel




Meristeemweefsel bevindt zich vooral in de worteltoppen, stengeltoppen en bladoksels. 

- Steriel isoleren 
- Elke okselknop, stengel- of worteltop krijgt een eigen buis --> besmetting tegen gaan. 
- Veelgebruikt medium is M&S met Daishin agar + eventueel plantenhormonen
Wat is dat ook alweer?
Meristeemweefsel is het ongedifferentiëerde deelweefsel van de plant . Zeg maar de stamcellen van de plant.

Slide 4 - Tekstslide

Transformatie met Agrobacterium

Slide 5 - Tekstslide

Stappen
  1. Digestie (tumorgen uit Ti-plasmide knippen) 
  2. Ligatie (stukje gewenst DNA in Ti-plasmide bouwen) 
  3. Transformatie  (gemodificeerd gen in Agrobacterium brengen)
  4. Plant beschadigen en gemodificeerde Agrobacterium opbrengen
  5. Agrobacterium hecht d.m.v. cellulosedraden en                           aan de plantencel.
  6. In de bacterie wordt het stukje DNA weer losgeknipt. 
  7.  Via                               wordt het stukje                     ingebracht in het plant DNA. 
  8. Callus wordt gestimuleerd door hormonen in de voedingsbodem. --> DNA zit later in iedere nieuwe plantencel. 
Ti
Ti staat voor tumor inducing (tumor opwekkend)
T-DNA
T-DNA is transfer DNA. Dit is DNA dat vanuit een Ti-plasmide wordt overgebracht naar het DNA van de gastheerplant. 
Bij een gelijke verhouding cytokinine als auxine wordt de vorming van callusweefsel gestimuleerd.
rhicadhesine
Een membraaneiwit waardoor Agrobacterium nog beter aan de plantencel blijft plakken.
conjugatie
conjugatie is een manier van sommige bacteriën om DNA uit te wisselen met soortgenoten of in dit geval met een gastheercel. Meestal gebeurt dit via een buis die de sekspilus of pilus genoemd wordt. 

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Waarom is het nodig bij celkweek steriel te werken?

Slide 8 - Open vraag

Sleep de begrippen naar de goede zin.
1. Het overbrengen van erfelijke informatie van de Agrobacterium naar de gastheer
2. Het inbrengen van een stukje gewenst DNA in een plasmide
3. Een buis waardoor het stukje gewenst DNA van de Agrobacterium naar de gastheer wordt gebracht
4. Het inbrengen van het gemodificeerde plasmide in de Agrobacterium
Transformatie
Ligatie
Conjugatie
Pilus

Slide 9 - Sleepvraag

Wat weet je al
m.b.t. genetica?

Slide 10 - Woordweb

Genen
Planten hebben meerdere chromosomen net als de mens.
Bijv. rozen hebben 14 chromosomen 
de zwarte moerbei 308!
Bij kruising komt de helft van de chromosomen van de mannelijke plant en de andere helft van de vrouwelijke.

Op de chromosomen liggen stukjes DNA die coderen voor een bepaalde eigenschap --> Genen
Bijvoorbeeld: Bloemkleur, bladvorm, hoogte. 

Slide 11 - Tekstslide

Allelen
De eigenschap waarvoor een bepaald gen codeert is altijd hetzelfde bijvoorbeeld bladvorm, maar de soort vorm kan verschillen 

Bijvoorbeeld gen mannelijke plant: Rond blad
Gen vrouwelijke plant: Gekarteld blad. 

Deze verschillende vormen van één gen, noemen we allelen. Een plant heeft dus altijd minimaal 2 allelen voor een bepaalde eigenschap. 

Slide 12 - Tekstslide

Homozygoot vs. Heterozygoot
Homo = hetzelfde                 
Hetero = verschillend 
heterozygoot heeft dus  verschillende allelen 
homozygoot heeft dus dezelfde allelen

RR =     
rr =   
Rr =      
?
Homozygoot
?
Homozygoot
?
Heterozygoot

Slide 13 - Tekstslide

Rr is
A
Homozygoot
B
Heterozygoot

Slide 14 - Quizvraag

Slide 15 - Video

Monohybride kruising
= overerving waarbij op één eigenschap gelet wordt. Dus bijvoorbeeld alleen de kleur van de erwtjes.

Dihybride wil dus zeggen dat gekeken wordt naar overerving van twee eigenschappen.



Slide 16 - Tekstslide

Oefening
Een paarse erwtenplant wordt gekruist met een witte erwtenplant. Er komen 3 nieuwe paarse erwtenplantjes

1. Welk allel is dominant?
2. Wat zijn de genotypen van de 3 erwtenplantjes?

3. Wat is het genotype van de paarse ouderplant?
Het paarse allel
3x Aa 
AA

Slide 17 - Tekstslide

We kruisen een plant met genotype Aa met een plant met genotype aa.
Welk genotype kan niet voorkomen bij deze kruising?

A
AA
B
Aa
C
aa

Slide 18 - Quizvraag

Hoeveel procent kans heb je op een volledig recessief genotype als beide ouderplanten het genotype Aa hebben?
A
100%
B
75%
C
50%
D
25%

Slide 19 - Quizvraag

Uitleg vraag
25% AA
50% Aa
25% aa
A
a
A
AA
Aa
a
Aa
aa

Slide 20 - Tekstslide

We kruisen een plant met genotype BB met een plant met genotype Bb.
Welk genotype kan niet voorkomen bij deze kruising?

A
BB
B
Bb
C
bb

Slide 21 - Quizvraag

We kruisen een plant met genotype BB met een plant met genotype Bb.
Hoeveel procent van de nakomelingen heeft genotype BB

A
100%
B
75%
C
50%
D
25%

Slide 22 - Quizvraag

Uitleg vraag

50% BB
50% Bb
B
B
B
BB
BB
b
Bb
Bb

Slide 23 - Tekstslide

De nakomelingen van twee planten hebben allemaal het genotype Aa. Wat zijn de genotypen van de ouderplanten geweest?
A
AA en Aa
B
Aa en Aa
C
Aa en aa
D
AA en aa

Slide 24 - Quizvraag

Uitleg
A
A
a
Aa
Aa
a
Aa
Aa

Slide 25 - Tekstslide

Zijn er nog andere vragen?

Slide 26 - Tekstslide

Wat vind je nog lastig?

Slide 27 - Open vraag