Participatie- lesweek 5, les 3

Participatie -fase 2 
Introductie module (MZ RSS) - 2026
Lesweek 5




Les 3: Week van 6 april 
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
BeroepsorientatieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Participatie -fase 2 
Introductie module (MZ RSS) - 2026
Lesweek 5




Les 3: Week van 6 april 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma- vandaag 
  • Welkom, AWR
  • Weet je het nog?
  • Lesdoelen
  • Theorie: Niveaus van begeleiden
  • Opdracht: Individueel
  • Theorie: Situationeel begeleiden

  • Valkuilen bij begeleiding
  • Opdracht: In groepjes
  • Afsluiting

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aanwezigheidsregistratie
Aanwezigheid zal door de docent geregistreerd worden. Aanwezigheid kan meerdere malen tijdens de les worden gedaan. Bij vroegtijdig verlaten van de les, zonder geldige reden, zal je op 'ongeoorloofd afwezig' staan. 

Ben je te laat? Geef dit dan door aan het einde van de les aan de docent. Dit is jouw verantwoordelijkheid. 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Weet je het nog????
Je beantwoordt vragen, geeft uitleg.
Je neemt een leidende rol.
Je past je begeleiding aan aan de situatie zoals die zich voordoet.
Je bent terughoudend, afwachtend
Autoritair
Permissief 
Autoritatief
Situationeel

Slide 4 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
Aan het einde van deze les kun jij:

Koppeling vanuit de BPV maken naar zijn/haar begeleidingsstijl
Kan je de "drie niveaus van begeleiding" uitleggen
Kan je in eigen woorden uitleggen wat situationeel begeleiden is








Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Drie niveaus van begeleiden
  • De persoon
  • De situatie
  • De begeleider

Als je gemakkelijk kan wisselen tussen de niveaus is je begeleiding effectief en veelzijdig

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Helpende vragen "drie niveaus van begeleiden"
De persoon:

  • Wie is de persoon?
  • Wat zijn de mogelijkheden?
  • Wat zijn de beperkingen?
  • Wat wil de persoon bereiken?
  • Waar ligt de behoefte?
  • Wat heeft de persoon van mij nodig?
De situatie:

  • Wat gebeurt er op dit moment?
  • Wie zijn er betrokken?
  • Welke rol spelen andere mensen in deze situatie?
  • Welke invloed heeft de ruimte?
  • Welke invloed hebben de regels?
De begeleider:

  • Wie ben ik?
  • Wat zijn mijn sterke en zwakker punten?
  • Ben ik voldoende geïnformeerd?
  • Welke kennis heb ik over het onderwerp?
  • Wat is mijn stijl van begeleiden?
  • Welke kwaliteiten heb ik in huis?

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke van de "drie niveaus van begeleiden" spreekt jou het meest aan?

Slide 8 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht (individueel)
We gaan inzoomen op de begeleidingsstijl van jouw praktijkbegeleider.
  1. Haal de werkwijze van jouw stagebegeleider voor de geest. Denk hierbij aan: omgang, voorbereiding, communicatie, jou begeleiden enz.
  2. Schrijf de begeleidingsstijl die jij het meest passend vind voor je stagebegeleider op
  3. Beschrijf welke kenmerken van deze begeleidingsstijl sterk aanwezig zijn
  4. Beschrijf hoe jij je voelt bij deze begeleiding en wat misschien graag anders zou willen.
timer
10:00

Slide 9 - Tekstslide

Of DDU
Situationeel begeleiden 
Je stemt je begeleidingsstijl steeds weer af op de situatie op dat moment. 
Over de dag heen heb je vaak te maken met verschillende cliënten. 
Zij zijn samen anders dan alleen, en verschillen ook nog eens in begeleidingsbehoefte. 
Ook zijn de momenten op een dag heel verschillend. Begeleiden is zeker niet saai, elk moment is anders. Om daarbij aan te sluiten, stem je je begeleidingsstijl steeds weer af op wat de situatie vraagt. 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aandachtspunten: Steeds houd je rekening met:
  • De persoon die je begeleidt (kwaliteiten, beperkingen, speciale behoeften of voorkeuren, hoeveel sturing is nodig, hoeveel vrijheid is mogelijk enz ? Wat zijn aandachtspunten?
  • De situatie (binnen, buiten, nieuwe of bekende omgeving, druk of rustig). In een taakgerichte (werk)situatie is ook vaak meer informatie nodig zoals: regels, protocollen, richtlijnen van de organisatie, wettelijke kaders, beroepscode.


Je hebt dus met heel wat rekening te houden! Al doende merk je dat dat steeds makkelijker lukt. Echt goed situationeel begeleiden vraagt ervaring. Gun jezelf de kans en de tijd om die op te doen

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deel 2 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Begeleiden is maatwerk! Je:
• houdt rekening met de (on)mogelijkheden van de cliënt
• geeft, waar dat kan, gehoor aan wensen en behoeften van de cliënt
• streeft ernaar de cliënt zo actief mogelijk te betrekken
• past je begeleiding aan aan de situatie zoals die zich voordoet.
Daarbij handel je binnen de geldende wettelijke, organisatie- en beroepskaders, tenzij daardoor een gevaarlijke of onhoudbare situatie ontstaat.

 Samengevat zou je jezelf steeds de vraag kunnen stellen:
Wat heeft deze cliënt op dit moment in deze situatie van mij nodig?
En hoe kan ik dat het best bieden?

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Valkuilen bij begeleiding


  • Overschatting van de cliënt
  • Onderschatting van de cliënt
  • Te veel gericht op de problemen
  • Ongeduld of sneller willen dan de cliënt
  • nog meer?




Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht in groepjes: Maak de juiste koppelingen:
Situatie:
Begeleidingsstijl:
Valkuil:
A: Een begeleider zegt: “Je gaat nu meedoen, geen discussie.”
B: Een begeleider zegt: “Doe maar wat je zelf wilt, het hoeft niet.”
C: Een begeleider bemoeit zich niet en zit op zijn telefoon terwijl cliënten bezig zijn.
D: Een begeleider vraagt: “Waarom wil je niet meedoen? Hoe kunnen we dit samen oplossen?”
• Autoritatief
• Laisserfair
• Permissief
• Autoritair

• Client voelt zich genegeerd.
• Kost tijd en vraagt geduld. 
• Client leert niet zelfstandig denken.
• Geen doelen behalen

Verbeter de situatie: Bespreek waarom deze valkuil ontstaat en hoe je deze situatie zou aanpakken (let op balans tussen taak en relatie). We bespreken dit na.




Slide 15 - Tekstslide

Koppel de juiste valkuil en begeleidingsstijl aan elke situatie.
Opdracht: Verbeter de situatie
• Bespreek hoe je deze situatie zou aanpakken
• Elke groep deelt kort:
• Welke situatie zij hebben verbeterd
• Wat zij hebben aangepast

Huiswerk:

  • Lezen:
Methodisch begeleiden, thema 10: Begeleidingsstijlen:
10.1
10.2 
10.3 (met uitzondering van "Zorgboerderij")
10.4


Slide 16 - Tekstslide

Geef de studenten voorleesbeurten om de betrokkenheid te verhogen
Tijd over?
Pak je format erbij en werk zelfstandig verder aan je activiteitenplan

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Antwoord: Door appelmoes te maken. :)