14.2 - Zelfstandig

14.2 - Lesdoelen
Je kan uitleggen hoe boeren je voedsel produceren en waarom zij zich daarbij aan regels moeten houden.
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

14.2 - Lesdoelen
Je kan uitleggen hoe boeren je voedsel produceren en waarom zij zich daarbij aan regels moeten houden.

Slide 1 - Tekstslide

Wie maken ons voedsel?
Agrariërs: boeren. 

*Akkerbouwers -> voedingsgewassen.
Bv aardappelen, graan en maïs.
*Tuinbouwers -> groente en fruit.
*Veehouders ->  veeteelt.
Houden dieren voor vlees, melk, eieren of wol.

Slide 2 - Tekstslide

Welke vorm van landbouw zie je in de afbeelding?
A
akkerbouw
B
glastuinbouw
C
veeteelt

Slide 3 - Quizvraag

Wie verbouwen voedingsgewassen, zoals aardappelen, graan en maïs?

Slide 4 - Open vraag

Hoe produceren boeren veel voedsel? 
Vroeger veelal: gemengd bedrijf: bedrijf met akkerbouw én veeteelt
-> mest van dier = voedingsstoffen voor plant. 
-> Deel opbrengst = voer voor vee

= 'Gesloten kringloop'

Slide 5 - Tekstslide

Veel van hetzelfde.
aantal inwoners NL steeg -> meer voedsel nodig + veel voedsel export -> efficiënter = specialisme in óf vee- óf akkerbouw. 
Monocultuur: één soort (voedings)gewas op een grote akker
Intensieve veehouderij - veehouders houden zoveel mogelijk vee op één ruimte. 

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Hoe noem je het, als veehouders zoveel mogelijk dieren op een kleine ruimte houden voor meer opbrengst?

Slide 8 - Open vraag

In de intensieve veehouderij hebben de bedrijven veel grond om veevoer te verbouwen
A
juist
B
onjuist

Slide 9 - Quizvraag

Ziekte en schade voorkomen
Plaag - schade aan voedingsgewassen door
bv insecten, schimmels, onkruid -> ziekte bij plant
= lage opbrengst  

Gewasbeschermingsmiddelen: giftige stoffen die plaagorganismen doden. 

Hygiëne = belangrijk. Zeker in intensieve veehouderij-> besmetting voorkomen. (bv met desinfecterende middelen)

Slide 10 - Tekstslide

Opbrengst verhogen
Mest - opbrengst van akker verhogen (mineralen voor groei)

krachtvoer - voer met éxtra eiwittenen mineralen -> vee groeit sneller. 

Slide 11 - Tekstslide

Supergewassen en supervee 
*Veredelen - kruisen van rassen om betere eigenschappen te krijgen. 

*Fokken- het kruisen van dieren voor betere opbrengst;  dieren voorplanten met beste eigenschap ; meer vlees, meer melk.

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Waarom zijn er regels voor boeren? 
Veeteeltbedrijven: meer mest dan nodig. -> mestoverschot. ->
Teveel mestverspreiding over land ->
overbemesting. - meer mineralen dan grond/planten nodig heeft - mineralen komen in grondwater in natuurgebieden - > vermesting (eutrofiëring) -> milieuproblemen.

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Eutrofiëring:
Eutrofiëring = vermesting
-> milieuproblemen:
1. sommige planten gaan exreem hard groeien/andere verdwijnen. Bijv: heide
2. Waterbloei -> snelle groei van algen/kroos -> afbraak van bacteriën kost véél zuurstof -> alle dieren in sloot dood. 

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Hoe heet het troebel worden van het water als gevolg van vermesting?
A
eutrofiëring
B
turbulentie
C
uitspoeling
D
algenbloei

Slide 18 - Quizvraag

EUTROFIËRING ONTSTAAT DOOR
A
teveel voedingsstoffen
B
te weinig voedingsstoffen
C
teveel dieren in het water
D
alledrie antwoorden zijn goed

Slide 19 - Quizvraag

Eutrofiëring in water.
Waardoor sterven uiteindelijk de waterdieren zoals vissen?
A
Door gebrek aan zonlicht
B
Door gebrek aan zuurstof
C
Door gebrek aan voedsel

Slide 20 - Quizvraag

Verzuring van de bodem

ammoniak: stinkende gas in mest -> veroorzaakt verzuring. 
1. ammoniak in bodem -> bacterién zetten dit om in nitraat + salpeterzuur

2. ammoniak komt in lucht -> bij neerslag in bodem -> omgezet in salpeterzuur

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Video

Regels voor boeren
1. Ze mogen niet méér mineralen op land brengen dan hun gewassen op kunnen nemen. Daarom- verplicht hun  ‘mineralenboekhouding’ bijhouden.

2. Mest niet over het land verspreiden, maar met machine in de grond spuiten: mestinjectie (bron 9).

Slide 23 - Tekstslide

Hoe noem je het stinkende gas in mest, dat verzuring veroorzaakt?

Slide 24 - Open vraag

Regels voor gewas-beschermingsmiddelen

2 eisen aan gewasbesch.middelen: 1.De middelen werken selectief: doden zo veel mogelijk alleen de plaagorganismen.
2,De middelen zijn biologisch afbreekbaar: af te breken door schimmels+ bact. -> Gif blijft dan niet heel lang in de bodem zitten.

Slide 25 - Tekstslide

Gifophoping
Gif lang in bodem? -> planten opname -> consumenten ook gifopname -> gifstoffen doorgave -> einde keten = gifophoping

Slide 26 - Tekstslide

Dusss..
Waarom zijn er zoveel regels voor boeren


1. Overbemesting/mestoverschot: regels voor bemesting
2. Gifophoping: regels voor gewasmeschermingsmiddelen
3. Welzijn van de dieren: regels voor het welzijn van de dieren.

Slide 27 - Tekstslide

Regels voor het welzijn van dieren

- Uiten van natuurlijk gedrag van dier graag.
-> Goede leefomstandigheden creëren.
-Belemmering natuurlijk gedrag? -> abnormaal gedrag; bv kippen pikken elkaar/ varkens bijten in stalen hekken.
-> Dus: Regels over minimale hoeveelheid ruimte + licht. 
 

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Video