Les 6 Herhaling thema Planten

1 / 73
volgende
Slide 1: Tekstslide
GesMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 73 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon is thuis of in de kluis 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, aantekenigenschrift/  JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
            Afspraken in de les
  • Als je iets wil zeggen, steek je je hand op en wacht je op je beurt.
  • Je bent optijd in de les. Niet later dan 5 minuten.
  • Telefoons, koptelefoon, oortjes, eten en drinken blijven de hele les in de tas
  • Je zorgt ervoor dat je de benodigde spullen meeneemt (Boek, klapper, pen)
  • Je zit op de plek die door de docent aangewezen wordt.
  • Rust en focus in de klas.
  • We zorgen er met zijn alle voor dat er een fijne sfeer in de klas is.
  • We zijn lief voor elkaar!
  • Geen telefoons!
timer
3:00

Slide 3 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Thema 9 Planten
BS. 9. 5 en 9. 6 Zaden en levenscyclus

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht Periode 1
  • Thema: 9 Planten, 10 Regeling en 11 Zintuigen
  • Benodigde lesmaterialen: Werkboek, aantekeningen schrift/ map/ per/ potlood
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10 
Week 11
Kennis maken en afspraken B9.1 en 9.2
B 9.3 en 9.4



B 9.4 afronden
B 9.5 en 9.6
bladgroenkorrels bekijken
B10.1, 10.2, 10.3, 10.4 en 10.5
10.6 en creatief met biologie
B11.1 en 11.2
B 11.3, 11.4 en 11.5
B 11.6 en examentrainer
Examentrainer cellen staan aan de basis en planten
examentrainer reageren op prikkels
Toets

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet deel R?
Wat is de functie van dit deel?

Slide 8 - Woordweb

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
           Leerdoelen
Je kunt vragen beantwoorden over thema Planten.

Je kunt vragen beantwoorden inde examentrainer.




Slide 9 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
Je krijgt een werkblad van de juf en gaat de vragen beantwoorden.

Vragen Examentrainer corrigeren.
Bladzijde 98, 99, 100 en 101


Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Deze vorm van voortplanting bij planten is................... en heet............................
A
geslachtelijk ..... bollen
B
ongeslachtelijk .....enten
C
geslachtelijk ..........uitlopers
D
ongeslachtelijk......... uitlopers

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Hebben plant A en B hetzelfde genotype?
A
ja
B
nee

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Deze vorm van voortplanting bij planten is................... en heet............................
A
ongeslachtelijk en heet wortelstokken
B
ongeslachtelijk en heet uitlopers
C
geslachtelijk en heet bollen
D
geslachtelijk en heet knollen

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Met welke kleur zijn de bastvaten aangegeven?
Wat vervoeren die?

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Welk deel van deze plant heeft als functie opname van water en mineralen?
A
deel A
B
deel B
C
deel C
D
deel D

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Welk deel zorgt voor de voortplanting?
A
deel A
B
deel B
C
deel C
D
deel d

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Deze bloem is bestoven door...
A
de wind
B
insecten

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


In welk plantendeel vindt voornamelijk fotosynthese plaats?
A
deel A
B
deel B
C
deel C
D
deel D

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


In welk plantendeel komen huidmondjes voor?
A
deel A
B
deel B
C
deel C
D
deel D

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Welk gas wordt door de huidmondjes afgegeven aan de lucht?
A
koolstofdioxide
B
zuurstof

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Deze plant heeft last van mieren. Deze zitten aan de onderkan
A
koolstofdioxide
B
zuurstof

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


In welk deel vindt er mitose en meiose plaats?
A
deel A
B
deel B
C
deel C
D
deel D

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


In welk deel van de bloem ontstaat een kiem?
A
deel 3
B
deel 6
C
deel 4
D
deel 8

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Hoe komt dit kiemend zaad aan voedingsstoffen om het worteltje te laten ontwikkelen?

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke organen zijn nodig voor het transport van stoffen door de plant?
A
vaatbundels en wortels
B
vaatbundels, wortels en bladeren
C
vaatbundels, wortels en bloemen

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij planten: wat is het verschil tussen bestuiving en bevruchting?
A
bij bevruchting komt er stuifmeel op de stamper
B
bij bestuiving komt er stuifmeel bij de eicellen in het vruchtbeginsel.
C
bij bevruchting komt de kern van stuifmeel bij de eicellen in het vruchtbeginsel
D
Bij bestuiving komt de kern van stuifmeel bij de eicellen in het vruchtbeginsel

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is bestuiving?
A
Als stuifmeelkorrels op de stempel komen van dezelfde soort
B
als eicellen op de stempel terecht komen

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noemen we bloemen die door de wind bestoven worden?
A
insectenbloemen
B
windbloemen

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zijn kenmerken van insectenbloemen?
A
kroonbladeren fel gekleurd
B
stempel groot
C
meeldraden buiten de bloem
D
ze ruiken lekker

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is bevruchting?
A
het openbarsten van de stuifmeelbuis
B
het ontstaan van zaden in het zaadbeginsel
C
het versmelten van de kernen van mannelijke en vrouwelijke geslachtscellen

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waaruit ontstaat een stuifmeelbuis?


A
uit een zaadbeginsel
B
uit een vruchtbeginsel
C
uit een stuifmeelkorrel

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is geen voorbeeld
van ongeslachtelijke voortplanting bij planten?
A
Deling en stekken
B
Bollen en knollen
C
Uitlopers en wortelsstokken
D
Stuifmeelkorrels en eicellen

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Cellen ontstaan door gewone deling, geslachtscellen ontstaan door reductiedeling ofwel...
A
Mitose
B
Meiose

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke onderdelen van een bloem hebben vaak mooie, opvallende kleuren?
A
De kelkbladeren
B
De stamper
C
De kroonbladeren
D
De meeldraden

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De bloem hiernaast heeft alleen de onrijpe meeldraden (geslachtsorganen). Welk antwoord past bij deze bloem?
A
Tweeslachtig (mannelijk en vrouwelijk)
B
Ongeslachtelijk
C
Eenslachtig mannelijk
D
Eenslachtig vrouwelijk

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel zaadbeginsels zien we in het plaatje?
A
1
B
4
C
3
D
6

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel bestuivingen zie je?
A
1
B
4
C
3
D
6

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel bevruchte Eicellen zie je in het plaatje
A
0
B
1
C
3
D
6

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Stempel
Vruchtbeginsel
Stijl

Slide 39 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

kelkblad
stamper
meeldraad
kroonblad

Slide 40 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noemen we de groene blaadjes van een knop?En wat doen ze (2 antwoorden aanvinken)
A
kroonbladeren
B
Insecten lokken
C
kelkbladeren
D
Bloem beschermen tegen uitdroging en kou

Slide 41 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Mannelijke onderdeel van de bloemplant
Vrouwelijke onderdeel van de bloemplant
Stamper
Meeldraad
Stuifmeelkorrels

Slide 42 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noemen we de felgekleurde blaadjes van een bloem? En wat doen ze
A
kroonbladeren
B
De bloem beschermen tegen uitdroging en kou
C
kelkbladeren
D
Insecten aantrekken

Slide 43 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een lila bloem
met groene
bladeren
Je ziet
A
6 meeldraden 1 stamper
B
6 stampers 1 meeldraad
C
6 meeldraden 1 stamper gekleurde kelkbladeren
D
6 meeldraden 1 stamper groene kroonbladeren

Slide 44 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je ziet een lelietje-van-dalen in de afbeelding hiernaast.
Kan het lelietje-van dalen zich ongeslachtelijk voortplanten?
Kan het lelietje-van dalen zich geslachtelijk voortplanten?
hint
Zie je een bloem/zaad/vrucht?  Dan is het geslachtelijk
Zie je wortelstokken/uitlopers/stekken/knol/bol?  Dan is het ongeslachtelijk
A
ja, ongeslachtelijk en ja, geslachtelijk
B
ja, ongeslachtelijk en nee, niet geslachtelijk
C
nee, niet ongeslachtelijk en ja, geslachtelijk
D
nee, niet ongeslachtelijk en nee, niet geslachtelijk

Slide 45 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bekijk de foto. Wat voor type
ongeslachtelijke voortplanting is dit?
A
Wortelstokken
B
Enten
C
Uitlopers
D
Bollen

Slide 46 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Voortplanting bij mensen kun je vergelijken met...
A
Geslachtelijke voortplanting planten
B
Ongeslachtelijke voortplanting planten
C
Planten die elkaars blaadje vasthouden
D
Niets van planten!

Slide 47 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk deel van de plant is bedoeld om insecten te lokken?
A
Kelkbladeren
B
Kroonbladeren
C
Bloembodem
D
Stamper

Slide 48 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk deel van de plant is bedoeld om stuifmeelkorrels te verspreiden?
A
Kelkbladeren
B
Stamper
C
Nectarkliertjes
D
Meeldraden

Slide 49 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk soort planten heeft fel gekleurde kroonbladeren?
A
Windbloemen
B
Insectenbloemen
C
Beide
D
Geen van beide

Slide 50 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is bevruchting bij planten?
A
als een plant een vrucht heeft
B
als de kern van de stuifmeelkorrel samensmelt met de kern van de eicel
C
als een boom appels heeft
D
Als een plant stuifmeelkorrels heeft

Slide 51 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies



Is onderstaande uitspraak juist of onjuist?

Bevruchting vindt plaats in deel 7
A
Juist
B
Onjuist

Slide 52 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag

Examentrainer Blz 98, 99, 100 en 101 corrigeren.
Je krijgt een werkblad en gaat aan de slag.

Slide 53 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.
Je ziet een vlinder bij een bloem. Waarom vliegen vlinders van bloem naar bloem?
A
Om de plant te bevruchten
B
Om nectar te drinken
C
Om zaden te verspreiden

Slide 54 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je snijdt een boon doormidden. In de boon zie je een kiem zitten.
Waaruit is deze kiem uit ontstaan?
A
bevruchte eicel
B
kiemplantje
C
stuifmeelbuis
D
zaadbeginsel

Slide 55 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In een vruchtbeginsel ontstaat altijd maar één zaad.
A
waar
B
niet waar

Slide 56 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat gebeurt er met de kroonbladeren als de vrucht groeit?
A
die vallen af
B
die zitten er nog steeds
C
die verschrompelen/verwelken

Slide 57 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat groeit er uit het vruchtbeginsel?
A
zaden
B
vrucht
C
plantje

Slide 58 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat groeit er uit het zaadbeginsel?
A
eicellen
B
zaden
C
stuifmeelkorrels

Slide 59 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat groeit er uit de bevruchte eicel van een bloem?
A
een kiem/ zaadje
B
stuifmeelkorrels
C
stamper
D
helmknop

Slide 60 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 61 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 62 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 63 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Bij zaadplanten vindt eerst bevruchting plaats, daarna bestuiving.
A
juist
B
onjuist

Slide 64 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Kroonblad
Bloemsteel
Stamper
Meeldraad
Kelkblad

Slide 65 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noemen we de felgekleurde blaadjes van een bloem? En wat doen ze
A
kroonbladeren
B
De bloem beschermen tegen uitdroging en kou
C
kelkbladeren
D
Insecten aantrekken

Slide 66 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Bladzijde 42, 43, 44, 45 en 46
Opdracht 1, 2, 3, 4, 5 en 6



Slide 67 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.

Controle vragen
A
a.
B
b.
C
c.
D
d.

Slide 68 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Controle vragen

Slide 69 - Open vraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
Terugkijken 
op de leerdoelen
  1. Je kunt vragen beantwoorden over thema Planten.

Slide 70 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

           Begrippen
           uit deze les
- kroonbladeren
- kelkbladeren

Slide 71 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.


Exit ticket

Slide 72 - Open vraag

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Eindslide

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 73 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies