cross

Straling

STRALING
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

STRALING

Slide 1 - Tekstslide

Welke soorten
straling ken je?

Slide 2 - Woordweb

Zichtbare en onzichtbare straling

Zichtbare straling bestaat uit het spectrum, alle kleuren van de regenboog. 
De niet-zichtbare straling kunnen we dus niet zien, maar wel bewijzen. 

Slide 3 - Tekstslide

Straling
Als er straling op een voorwerp valt, kan het worden weerkaatst of geabsorbeerd. 
Als de straling wordt weerkaatst kan het warmte afgeven of stoffen kapot maken. Dat kapot maken noemen we het ioniserend effect. 

Slide 4 - Tekstslide

Een regenboog bevat alle kleuren. Hoe noem je deze reeks kleuren?
A
Spectrum
B
Kleurenboog
C
Plectrum
D
Lichtreeks

Slide 5 - Quizvraag

Straling die schadelijk voor je is noemen we ook wel
A
Ioniserende straling
B
Radiostraling
C
Slechte straling
D
Kernstraling

Slide 6 - Quizvraag

Uv straling

Slide 7 - Tekstslide

UV straling 
Deze straling zorgt ervoor dat je bruin wordt. Ook is dit de bron van vitamine D voor je lichaam. 
Zonlicht bestaat uit:
  • 95% UV-A straling: huidveroudering
  • 5% UV-B straling: bruin worden (en ook verbranden en daaropvolgend huidkanker) en vitamine D productie

Slide 8 - Tekstslide

Infrarood straling

Slide 9 - Tekstslide

IR straling
Infrarood straling wordt ook wel warmtestraling genoemd. 

Deze straling wordt gebruikt in sauna's en in hittezoekende camera's voor nightvision.

Slide 10 - Tekstslide

Rontgenstraling

Slide 11 - Tekstslide

Rontgen
In 1894 nam Wilhelm Rontgen de eerste rontgenfoto van de hand van zijn vrouw. 

Tegenwoordig maken we nog steeds gebruik van deze techniek om naar beenderen te kijken. 

Slide 12 - Tekstslide

Rontgenfoto maken
Een rontgenfoto wordt gemaakt door rontgenstraling door een lichaamsdeel van een patient te stralen. 

De beenderen absorberen deze straling, de rest van de straling wordt doorgelaten en zorgt voor een schaduw. 

Hierna wordt de foto in negatief gezet (zwart wordt wit en wit wordt zwart), waardoor je de beenderen als wit ziet. En de achtergrond zwart. 

Slide 13 - Tekstslide

Wat voor straling is
warmtestraling?
A
UV straling
B
Rontgenstraling
C
Radioactieve straling
D
Infraroodstraling

Slide 14 - Quizvraag

UV straling komt ook voor in?
A
Broedkasten
B
Nachtkijker
C
Zonnebank
D
Gloeilamp

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Video

Straling meten
Straling breidt zich vanuit het middelpunt uit. 

Vlak bij de bron is de straling het sterkst. Hoe verder je van het middelpunt weggaat, hoe minder sterk de straling wordt.

Slide 17 - Tekstslide

Ioniserende straling

Straling die moleculen kapot kan maken, wordt ioniserende straling genoemd.


UV straling is zwak ioniserend. Er is veel ultraviolette straling nodig om een bepaalde hoeveelheid stof af te breken. 


Rontgenstaling is veel sterker ioniserend. Daardoor kan deze straling je gemakkelijk ziek maken.

Slide 18 - Tekstslide

Radioactiviteit

Radioactieve stoffen zenden ook een sterk ioniserende straling uit.

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Noem 2 voordelen en 2 nadelen
van kernenergie

Slide 21 - Open vraag

Radioactiviteit

Sommige stoffen geven spontaan (zelf) ioniserende straling af.


Wat is ioniserende straling ook alweer?

  • Dit is straling die moleculen kapot kan maken.
  • Deze straling noemen we radioactief.

Slide 22 - Tekstslide

Radioactief?

Wat betekent het woord radioactief dan eigenlijk?


Radio betekent zenden, actief weet je wel.

Het woord radioactief betekent dus actief zenden. Iets wat radioactief is zendt zelf straling uit. Zonder hulp.

Slide 23 - Tekstslide

Natuurlijk / kunstmatig


Er zijn natuurlijke radioactieve stoffen, deze geven zelf radioactieve straling af.


Er zijn ook stoffen die gemaakt zijn en radioactieve straling afgeven. Deze zijn kunstmatig radioactief.

Slide 24 - Tekstslide

Geigerteller

Ioniserende straling kun je met een geigerteller meten.


Hij geeft klikjes als er straling aanwezig is, hij verklikt dus eigenlijk de straling.

Slide 25 - Tekstslide

Instabiele kernen

Een radioactieve isotoop heeft atoomkernen die instabiel zijn. Daarmee wordt bedoeld dat die kernen spontaan (dus zonder invloed van buitenaf) veranderen.


Op het moment dat zo'n atoomkern verandert, zendt deze een kleine hoeveelheid straling uit. Dit wordt radioactief verval genoemd.

Slide 26 - Tekstslide

Als een kern van een radioactieve stof straling geeft, is hij net in verval geraakt. Dan is de kern van het atoom veranderd in een andere (niet radioactieve) stof. Dit kunnen alleen radioactieve stoffen en dat kunnen ze maar 1x.


Als ze in verval raken, zenden ze dus straling uit.

Radioactief verval

Slide 27 - Tekstslide

Meten van radioactiviteit


Je meet radioactiviteit dus met een geigerteller.


Dit meet je in Bequerel (Bq)=1 Bq is 1 veranderde kern per seconde.

Slide 28 - Tekstslide

Halveringstijd

De kernen van een isotoop veranderen steeds door de helft.

Dus een halveringstijd van 300 Bq per dag houdt in:

  • 0 dagen - 300 Bq - 100%
  • 1 dag - 150 Bq - 50% 
  • 2 dagen - 75 Bq - 25%
  • etc etc etc

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Video

Radioactief afval


Hoe ga je om met radioactief afval?


Het klokhuis zocht het uit in het volgende filmpje.

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Link

Straling gebruiken
Straling kun je ook in je voordeel gebruiken. Bijvoorbeeld in het ziekenhuis om bepaalde ziekten te behandelen of bepaalde processen in het lichaam zichtbaar te maken.

Slide 33 - Tekstslide

Soorten straling
De ioniserende straling loopt van minder sterk naar sterk:
  • Alfa straling
  • Beta straling
  • Gamma straling

Slide 34 - Tekstslide

Dracht van straling


Het ene soort straling heeft een veel groter doordringend vermogen dan het andere:


  • Alfastraling
  • Betastraling
  • Gammastraling

Slide 35 - Tekstslide

De Gamma camera
Een camera die werkt met behulp van Gamma straling. Bekijk het volgende filmpje om meer te weten te komen.

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Video

Beschermen tegen straling
De cellen van je lichaam moeten beschermd worden tegen straling. 

Voor UV straling kun je simpelweg een zonnebrand gebruiken, maar sterkere straling heeft een betere bescherming nodig. Rontgenstraling wordt tegengehouden door lood bijvoorbeeld. 

Bekijk de volgende filmpjes. 

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Video

Slide 40 - Video

Noem 3 dingen die je deze les hebt geleerd

Slide 41 - Open vraag

Wat vind je nog lastig?

Slide 42 - Open vraag