2TL - H7 Vergelijkingen - les 1 (1.3 oplossen met grafieken)

Welkom!
Leg klaar:

Je laptop (dicht)
Ruitjesschrift
Etui
Rekenmachine
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Welkom!
Leg klaar:

Je laptop (dicht)
Ruitjesschrift
Etui
Rekenmachine

Slide 1 - Tekstslide

f

1.3     -> Vergelijkingen oplossen met grafieken

Slide 2 - Tekstslide

Je kan lineaire verbanden herkennen
1.3 -> Vergelijkingen oplossen met grafieken

Vergelijken van twee bedrijven
k = 30 + 6a
k = 10 + 8a
a = aantal uren huur
k=  kosten in €

Slide 3 - Tekstslide

Je kan lineaire verbanden herkennen
1.3 -> Vergelijkingen oplossen met grafieken

Vergelijken van twee bedrijven
k = 30 + 6a
k = 10 + 8a
a = aantal uren huur
k=  kosten in €

Slide 4 - Tekstslide

Je kan lineaire verbanden herkennen
1.3 -> Vergelijkingen oplossen met grafieken

Vergelijken van twee bedrijven
k = 30 + 6a
k = 10 + 8a
a = aantal uren huur
k=  kosten in €

Slide 5 - Tekstslide

Je kan lineaire verbanden herkennen
1.3 -> Vergelijkingen oplossen met grafieken

Vergelijken van twee situaties
s = 10 + 8n
s = 20 + 4n
n = aantal weken sparen
s=  spaargeld in €

Slide 6 - Tekstslide

Je kan lineaire verbanden herkennen
1.3 -> Vergelijkingen oplossen met grafieken

Vergelijken van twee situaties
s = 10 + 8n
s = 20 + 4n
n = aantal weken sparen
s=  spaargeld in €

Slide 7 - Tekstslide

Je kan lineaire verbanden herkennen
1.3 -> Vergelijkingen oplossen met grafieken

Vergelijken van twee situaties
s = 10 + 8n
s = 20 + 4n
n = aantal weken sparen
s=  spaargeld in €

Slide 8 - Tekstslide


Je hebt de fomule:
Vul in  n=2
Schrijf de berekening op en reken b uit
b=30+2,5n

Slide 9 - Open vraag


Je hebt de fomule:
Vul in  n=8
Schrijf de berekening op en reken b uit
b=30+2,5n

Slide 10 - Open vraag


Je hebt de fomule:
Vul in  a=0
Schrijf de berekening op en reken p uit
p=6a+20

Slide 11 - Open vraag


Je hebt de fomule:
Vul in  a=10
Schrijf de berekening op en reken p uit
p=6a+20

Slide 12 - Open vraag


Je hebt de fomule:
Vul in  w=0
Schrijf de berekening op en reken s uit
s=5w+15

Slide 13 - Open vraag


Je hebt de fomule:
Vul in  w=10
Schrijf de berekening op en reken s uit
s=5w+15

Slide 14 - Open vraag

Maken
1.3 Vergelijkingen oplossen met grafieken
(let op: bij opgave 3 + 4 teken je de grafieken in je schrift)
timer
6:00

Slide 15 - Tekstslide

Je kan lineaire verbanden herkennen
1.3 -> Vergelijkingen oplossen met grafieken

Vergelijk de volgende 2 schilders, wanneer zijn ze even duur?
k = 20 + 10a
k = 30 + 5a
k = kosten in €
a= aantal uur werk 

Slide 16 - Tekstslide

Je kan lineaire verbanden herkennen
1.3 -> Vergelijkingen oplossen met grafieken

Bij hoeveel rondjes halen deze kinderen evenveel geld op in de sponsorloop?
b = 10 + 8a
b = 25 + 6a
a = aantal rondjes
b= totaal bedrag 

Slide 17 - Tekstslide