Modal Verbs: Could, would, should

WELCOME!
Welcome!
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3,4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

WELCOME!
Welcome!

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesson goal

Na deze les:
- weet ik het verschil tussen should, would en could.
- kan ik should, would en could gebruiken in het maken van zinnen.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kijk naar deze zinnen 
  • You look tired, you should go to bed earlier.
  • You should take your school work more seriously.
  • He should be nicer to his parents. 
  • You shouldn't smoke, it's bad for you.
  • You shouldn't argue with your sister all the time.
  • I really shouldn't be on my phone during class. 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

En bekijk deze zinnen ook even
  • If I were president, I would do things very different.
  • If people wouldn’t care about money, life would be so much easier.
  • Would you like some coffee?
  • Would you like to join us for dinner?
  • But they wouldn't believe me. 
  • He needed glasses, but he wouldn't admit it.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

En kijk ten slotte ook even naar deze zinnen
  • When I was younger, I couldn’t speak English at all. But now I can.
  • Could you turn on the airco, please?
  • Could I use your phone, please?
  • That story could be true. Who knows!
  • If we want to attract more clients, we could be more active on social media. 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Should / Shouldn't 
  • Use  for advice. 

A: "I have had a really bad headache this week."
B: "That's not good! You should go to the doctor!"

A: "I want to make more friends."
B: "First of all, you shouldn't spend so much time on your computer. You should  go join a club and meet people!"

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Could / Couldn't 
  • Could and couldn't are the past forms of can and can't.
  • Use them to talk about ability in the past.

VB: "When I was younger, I could run 1 kilometer in 10 minutes. Now it takes me over 20!"

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Could / Couldn't 
  • Use for ability in the past.

  • "Yesterday, I couldn't find my wallet anywhere, but today I found it!"
  • Last year, he couldn't speak English very well, but now he can. 


Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Could 
You can also use could for possibilities in the future. 

A: "Do you have any ideas for our publicity campaign?"
B: "Yes, I have a few ideas. I could put up advertisements on Facebook and Google. We could also give out pamphlets in our neighbourhood. Maybe John could even contact local TV stations."

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Could
Use could for Polite Requests:
"Could you please open the window? It's hot in here."
"Could you turn the music down? Thanks."
"Could you make 10 copies of this report, please?"



Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Would / Wouldn't
To talk about unreal or imaginary situations:
  • "If I were the president of my company, I would make a lot of changes."
  • "If people were more generous, there wouldn't be so much poverty in the world today."
  • "She would travel around the world if she had more vacation time."

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wouldn't
Use it for something negative that happened in the past:
  • He said he wouldn't lend me any money.
  • I promised I wouldn't smoke anymore.
  • I assured her I wouldn't waste my time. 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Would you like...?
To make polite offers:
  • "Would you like to see some pictures from my vacation?"
  • "Sure!"

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Don't use 'to'
You shouldn't to smoke.
You shouldn't smoke.
You could to order pizza tonight.
You could order pizza tonight. 
I would to buy a car if I had the money.
I would buy a car if I had the money.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weten we nog?

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekenen should en shouldn't?
A
Should betekent moeten, shouldn't betekent niet moeten
B
Should betekent zou (eigenlijk) moeten, shouldn't betekent zou (eigenlijk) niet moeten
C
Should betekent zou niet moeten, shouldn't betekent zou moeten
D
Should betekent moeten, shouldn't betekent niet mogen.

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent would?
A
zou moeten
B
zou (willen)
C
zullen
D
zou kunnen

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent Could?
A
Zou kunnen
B
Zouden moeten
C
Zou
D
Zou mogen

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

I have been really tired lately. I ______ go to bed ealier.
A
Would
B
Could
C
Should

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

When I was a child, I _________ play outside all day
A
Would
B
Could
C
Should

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

"In the future, you _______ take your phone out in public."
A
Would not
B
Could not
C
Should not

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

________ you help me with my project?
A
Would
B
Could
C
Should

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik heb .... begrepen van deze les.
A
voldoende (ik kan aan de slag, maar heb misschien een vraag)
B
bijna alles (ik kan zeker aan de slag)
C
heel weinig (ik heb meer uitleg nodig)
D
huh, een les?

Slide 23 - Quizvraag

https://learnenglishteens.britishcouncil.org/grammar/intermediate-grammar/can-could-would-invitations-offers-requests-permission 
Aan de slag!
  • Maak de opdrachten in de Portal:
  • Modal verbs
  • Modal verbs; choose the correct alternative


Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Betekenissen. 

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies