Slim rekenen met rekenwoorden
Slim rekenen met rekenwoorden
Wat weet jij al over rekenwoorden uit deze les?
Lesdoel
Aan het einde van de les kun je uitleggen wat belangrijke rekenwoorden betekenen en kun je ze gebruiken in oefeningen.
Wat is omgekeerd?
Omgekeerd betekent dat iets andersom is. Bijvoorbeeld: 4 is het omgekeerde van -4.
Verhoudingen herkennen
Een verhouding geeft aan hoe twee dingen zich tot elkaar verhouden. Bijvoorbeeld: 2 appels op 3 peren.
Procentuele afname en toename
Procentuele afname is iets wordt minder, procentuele toename is dat iets meer wordt. Bijvoorbeeld: 20% korting is afname.
Evenwijdig
Evenwijdig betekent lijnen die nooit snijden. Ze blijven even ver van elkaar.
Lijndiagram en staafdiagram
Met een lijndiagram kun je veranderingen zien. Een staafdiagram laat hoeveelheden vergelijken.
Driedimensionale figuren: de cilinder
Een cilinder heeft twee ronde kanten en een rechte zijkant. Bijvoorbeeld: een blikje.
Reflectie
Welke rekenwoorden ken je nu beter? Kun je een voorbeeld geven van een rekenwoord uit deze les?
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.