Middeleeuwen havo 4

1 / 51
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 51 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Programma
- Uitleg Middeleeuwen: theorie 1  (6e)
- Zelf werken: so voorbereiden / theorie samenvatten (6e)
- SO (7e)


Slide 2 - Tekstslide

WAAR
NIET 
WAAR
Mensen werden gemiddeld 30 jaar.
Misdadigers werden gevierendeeld.
De meeste mensen konden niet lezen.
De mensen waren altijd dronken, want ze dronken alleen bier.
Mensen gooiden hun poep op straat.

Slide 3 - Sleepvraag

Aantekeningen maken
*Maak je aantekeningen in de reader, op je laptop of in je schrift.

Hier volgt de eerste aantekening:

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Aantekening (2)
*Er werd maar weinig op schrift gesteld, omdat (1) perkament erg duur was, (2) het schrijven duurde erg lang en (3) er konden maar weinig mensen lezen/schrijven

*De overdracht ging dus veelal van mond op mond. Daarom rijmde er ook zoveel. Dat kun je beter onthouden!

Slide 6 - Tekstslide

De Nederlands taal in de middeleeuwen


Aantekening (3) zie volgende slide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Liefdesliedjes in de middeleeuwen:

Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu wat unbidan we nu

WAT?


Liefdjesliedjes nu:

Geef mij eens je handen, kijk in mijn ogen 
Ik zit vol van iets dat jij moet weten
Geheel mijn hart heb ik aan jou gegeven
En zo zal het altijd zijn



Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Aantekening (4)
*Hebban olla vogala is het oudst bekende liefdesvers (ca. 1100).
*Van 800-1150 werd het Oudnederlands gesproken.
*Er werd vooral geschreven in het Latijn.
*Er werd vooral gesproken in het Nederlands.

Slide 12 - Tekstslide

Nu
1. Bereid eventueel je SO motivatiebrief voor 

2. Ga naar de studiewijzer -> kopje 'Middeleeuwen' --> lees artikel 1 en 2. Vat dit (onder je aantekeningen) samen. 

Slide 13 - Tekstslide

Nu
1. SO motivatiebrief - lever hem in via 'Magister-opdrachten'
Je legt uit waarom je geschikt bent voor jouw favoriete opleiding. Zorg dat je minimaal drie goede argumenten verwerkt in je brief en dat je brief aan alle eisen van een zakelijke brief voldoet. Gebruik je bouwplan!

2. Klaar? Ga naar de studiewijzer -> kopje 'Middeleeuwen' --> lees artikel 1 en 2. Vat dit (onder je aantekeningen) samen. 

Slide 14 - Tekstslide

Programma
- Karel- en Arthurromans bespreken (3e)
- Lanseloet lezen + vragen beantwoorden (3e)
- SO (4e)

Slide 15 - Tekstslide

Karelromans vs. Arthurromans
Lees blz. 4 (Karelromans en Arthurromans)
Markeer de kenmerken

We bespreken ze over 5 minuten.

Slide 16 - Tekstslide

Karelroman
Arthurroman

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Nu / thuis
- Samenvatten theorie 1 en 2 (studieplanner - middeleeuwen)
- Bekijk de filmpjes over boekdrukkunst en boekproductie
- Lees het verhaal van Lanseloet en beantwoord de vragen
- Laatste stukje SO voorbereiden

Slide 19 - Tekstslide

week 49:
Lanseloet, theorie 4 (memento mori), Karel en de Elegast, Walewein 

Slide 20 - Tekstslide

Overzicht Middeleeuwen
Theorie
1.  Hebban olla vogala - taal/literatuur
2. Boekdrukkunst (filmpjes)
3. Karel en Arthur - ridderromans
4. Memento mori - leven met de dood
5. Jacob van Maerlant (filmpje)
6. Abele spelen
7. Van den Vos Reynaerde 
8. Toneel in de middeleeuwen

Slide 21 - Tekstslide

Overzicht Middeleeuwen
Verhalen
1.  Lanseloet
2. Karel en de Elegast (filmpje)
3. Walewein (filmpje)
4. Vanden vos Reinaerde (filmpje)
5. Spiegel Historiael 



Slide 22 - Tekstslide

Waarom was er rond 1100 nog maar weinig op schrift gesteld? Noem minimaal 2 redenen.

Slide 23 - Open vraag

Welk kenmerken passen bij een Arthurroman?
A
ridders waren hulpvaardig, Karel de Grote staat centraal
B
het is 'waargebeurd', ridders zitten aan de Ronde Tafel
C
ridders waren hulpvaardig, er is een queeste
D
ridders zitten aan de Ronde Tafel, het gaat over trouw/ontrouw

Slide 24 - Quizvraag

Waarom rijmt veel Middeleeuwse literatuur?

Slide 25 - Open vraag

Lanseloet van Denemarken
Ga naar de studiewijzer en zoek het verhaal Lanseloet. We lezen het samen. Beantwoord in tweetallen/alleen de volgende vragen:
1. Wat is het probleem tussen Lanseloet en Sanderijn?
2. Wat wordt bedoeld met de metafoor over de boom met bloeiende takken en de valk?
3. Is Lanseloet een Karel- of Arthurroman? Leg met de kenmerken uit waarom.

Slide 26 - Tekstslide

week 49:
Lanseloet, theorie 4 (memento mori), Karel en de Elegast, Walewein 

Slide 27 - Tekstslide

Aantekening
- Gemiddelde leeftijd in de middeleeuwen: 40 jaar
- Hoge kindersterfte, hongersnoden, dodelijke (besmettelijke) ziekten
- Na het sterven voor Gods rechterlijke stoel verschijnen: memento mori
- Priesters/kapelaans: biecht afnemen, mis voordragen 
- In het reine komen met God is erg belangrijk

Slide 28 - Tekstslide

Nu
- Samenvatten theorie 4: memento mori (en andere theorie die je nog moet samenvatten)
- Klaar?
1. Lees Karel ende Elegast en beantwoord de vraag (reader)
2. Lees Walewein en beantwoord de vraag (reader)

Slide 29 - Tekstslide

week 50: theorie 5 (Jacob van Maerlant), theorie 6 (Abele spelen), Vanden vos Reinaerde

Slide 30 - Tekstslide

Programma
1. Bespreken Karel ende Elegast / Walewein
2. Uitleg theorie 5: Jacob van Maerlant
3. theorie 5 samenvatten

Slide 31 - Tekstslide

Karel ende Elegast is een Karelroman, omdat:

Slide 32 - Open vraag

Karel ende Elegast (aantekening)

Karelroman, omdat:
- vrouw wordt bruut behandeld (geslagen in gezicht)
- vrouw is inzet van het tweegevecht tussen Elegast en Eggeric
- Karel de Grote staat centraal
- trouw (Elegast) en ontrouw (Eggeric)

Slide 33 - Tekstslide

Walewein (aantekening)
Arthurroman, omdat:
- Walewein krijgt een opdracht (queeste): hij moet opzoek naar een zwevend schaakbord (=ordeverstoring van buiten)
- hoofsheid: Walewein gedraagt zich als een ideale ridder
- één-op-één gevecht tussen goed (Walewein) en kwaad (de draak)
- Ronde Tafel

Slide 34 - Tekstslide

Jacob van Maerlant - 'vader van alle Nederlandstalige schrijvers'  (aantekening)

-
schrijver en vertaler: van grote betekenis voor de Middelnederlandse literatuur (leermeester voor velen)
- veel kennis over vreemde volkeren / bijzondere natuurverschijnselen / wereldgeschiedenis in zijn verhalen
- Grootste werk: Spieghel historiael (geschiedenis van schepping tot middeleeuwen)

Slide 35 - Tekstslide

Nu
- Samenvatten theorie 5: Jacob van Marlaent (en andere theorie die je nog moet samenvatten)
- Klaar?
1. Lees Vanden vos Reinaerde en beantwoord de vragen (reader)
2. Lees in je leesboek.

Slide 36 - Tekstslide

week 50: theorie 5 (Jacob van Maerlant), theorie 6 (Abele spelen), Vanden vos Reinaerde

Slide 37 - Tekstslide

Programma
3e
1. Uitleg theorie 6: Abele spelen
2. Theorie 6 samenvatten (en de rest als je achterloopt)
3. Lezen
4e
1. Vanden vos Reinaerde samen lezen +
2. Opdrachten maken bij Vanden vos Reinaerde
3. Theorie samenvatten / Lezen

Slide 38 - Tekstslide

Wat is het belangrijkste werk van Jacob van Maerlant?
A
Alexanders geesten
B
Lanseloet van Denemarken
C
Spieghel historiael
D
Historie van Troyen

Slide 39 - Quizvraag

Wanneer werd de boekdrukkunst uitgevonden?
A
1455
B
1555
C
1355
D
1155

Slide 40 - Quizvraag

Door wie werd de boekdrukkunst uitgevonden?
A
Laurens Coster
B
Johannes Gutenberg
C
Jacob Jacobszoon
D
Willem Duisert

Slide 41 - Quizvraag

Veel drukkers waren naast drukker, ook......
A
bakker
B
priester
C
minstreel
D
uitgever

Slide 42 - Quizvraag

Abele spelen (aantekening)
- vier oudste toneelstukken van wereldlijke en serieuze aard in West-Europa
- uniek: bewaard uit de middeleeuwen, verfrissend voor het publiek (niet religieus/humoristisch), speciaal voor het toneel gemaakt
- abel = edel: geromatiseerde ridderwereld - geen gevechten
- liefde, ethiek en standsverschillen

Slide 43 - Tekstslide

Abele spelen (aantekening)
- Lanseloet van Denemarken, Gloriant (liefde), Esmoreit (christendom-islam), Vanden winter ende vanden somer
- Deze toneelstukken waren ideaal in een burgerlijke maatschappij waarin sociale mobiliteit voor het eerst mogelijk was --> einde van de middeleeuwen kwam de burgerij (rijkdom door handel) op.

Slide 44 - Tekstslide

Abele spelen (aantekening)
- Serieus karakter, aan einde een klucht, zodat publiek terugkwam.
- In een klucht werd de boodschap met humor herhaald.

Slide 45 - Tekstslide

Nu
-Vat theorie 6 (Abele spelen) samen + eventueel andere stukjes 
- Klaar?
1. Lees Vanden vos Reinaerde en beantwoord de vragen (reader)
2. Lees in je leesboek.

Slide 46 - Tekstslide

In welke periode werd Oudnederlands gesproken?
A
tussen 1000-1200
B
tussen 800-1150
C
tussen 500-1500
D
tussen 1150-1500

Slide 47 - Quizvraag

Wat is het verschil tussen de functie van het Latijn en het Nederlands in de middeleeuwen?

Slide 48 - Open vraag

Door wie werd het zinnetje 'Hebban olla vogala...' als eerst opgeschreven?
A
een monnik
B
een priester
C
een schrijver van verhalen
D
een koning

Slide 49 - Quizvraag

Nu
-Vat theorie 6 (Abele spelen) samen + eventueel andere stukjes 
- Klaar?
1. Vat samen wat je nog moet samenvatten.
2. Lees in je leesboek.
3. Doe iets voor een ander vak.

Slide 50 - Tekstslide

week 51: theorie 7 (Vanden vos Reinaerde), theorie 8 (toneel in de middeleeuwen), theorie 9 (hoofsheid), Spieghel historial 

Slide 51 - Tekstslide