MM 2K - 4.1 Elk doet zijn werk (les 2)

Welkom
Mens en Maatschappij
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & MaatschappijMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Welkom
Mens en Maatschappij

Slide 1 - Tekstslide

Hoofdstuk 4: Mensen en machines
4.1 Elk doet zijn werk
Programma
  • Bespreking toets H3 of afspraak maken met inhalers.
  • Bespreken werkstuk H4. Zie hand-out (5 minuten).
  • Uitleg theorie (5 minuten)
  • Opdrachten maken (20 minuten) 
  • Video: Verleden van Utrecht aflevering 9 Kinderarbeid (15 minuten).
  • Afronden (10 minuten).

Lesdoel
  • Je bent bekend met de kinderarbeid in de industriesector van de 19e eeuw.  
  • Je leert de drie beroepssectoren kennen.

Slide 2 - Tekstslide

Hoofdstuk 4: Mensen en machines
4.1 Elk doet zijn werk
Leerdoelen
  • Je kunt de drie beroepssectoren noemen en kenmerken hiervan beschrijven.
  • Je weet wat automatisering is en wat de gevolgen hiervan zijn.

Uitleg
  • Beroepsbevolking = alle mensen die werken of werk zoeken.
  • Beroepssector = het soort werk dat je doet.
  • Drie beroepssecteren: landbouwsector (primaire sector), industriesector (secundaire sector), dienstensector (tertiaire sector) .

Slide 3 - Tekstslide

Hoofdstuk 4: Mensen en machines
4.1 Elk doet zijn werk
Leerdoelen
  • Je kunt de drie beroepssectoren noemen en kenmerken hiervan beschrijven.
  • Je weet wat automatisering is en wat de gevolgen hiervan zijn.

Opdracht
  • Maak opdracht 1-3 (blz 8-9).
  • Nu ken je de beroepssectoren.

Slide 4 - Tekstslide

Hoofdstuk 4: Mensen en machines
4.1 Elk doet zijn werk
Leerdoelen
  • Je kunt de drie beroepssectoren noemen en kenmerken hiervan beschrijven.
  • Je weet wat automatisering is en wat de gevolgen hiervan zijn.

Uitleg
  • Landbouwsector = agrarische sector = primaire sector
  • Boeren > dieren houden (veeteelt), gewassen telen (akkerbouw).
  • Vissers halen ook producten uit de natuur. Mijnbouwers ook.
  • Kleinste sector.

Slide 5 - Tekstslide

Hoofdstuk 4: Mensen en machines
4.1 Elk doet zijn werk
Leerdoelen
  • Je kunt de drie beroepssectoren noemen en kenmerken hiervan beschrijven.
  • Je weet wat automatisering is en wat de gevolgen hiervan zijn.

Opdracht
  • Maak opdracht 4 (blz 9).
  • Nu kun je de agrarische of landbouwsector beschrijven.

Slide 6 - Tekstslide

Hoofdstuk 4: Mensen en machines
4.1 Elk doet zijn werk
Leerdoelen
  • Je kunt de drie beroepssectoren noemen en kenmerken hiervan beschrijven.
  • Je weet wat automatisering is en wat de gevolgen hiervan zijn.

Uitleg
  • Industriesector (secundaire sector) = alle soorten fabrieken.
  • Fabriek > van grondstof (hout) via halffabricaat (plank) tot eindproduct (kast).
  • Industriesector = alle beroepen waarbij producten worden gemaakt.

Slide 7 - Tekstslide

Hoofdstuk 4: Mensen en machines
4.1 Elk doet zijn werk
Leerdoelen
  • Je kunt de drie beroepssectoren noemen en kenmerken hiervan beschrijven.
  • Je weet wat automatisering is en wat de gevolgen hiervan zijn.

Opdracht
  • Maak opdracht 5-6 (blz 10).
  • Nu kun je de industriesector beschrijven.

Slide 8 - Tekstslide

Hoofdstuk 4: Mensen en machines
4.1 Elk doet zijn werk
Leerdoelen
  • Je kunt de drie beroepssectoren noemen en kenmerken hiervan beschrijven.
  • Je weet wat automatisering is en wat de gevolgen hiervan zijn.

Uitleg
  • Dienstensector (tertiaire sector) = beroepen waarbij je iets doet voor een ander (een dienst verleent aan een ander). Grootste sector.
  • Bedrijven die winst maken, zijn commercieel. Bijvoorbeeld: krantenberzorger, winkelbediende, taxichauffeur.
  • Dienstverleners die geen winst maken, zijn niet-commercieel. Bijvoorbeeld: onderwijsassistent, politieagent. Zij worden betaald door de overheid.

Slide 9 - Tekstslide

Hoofdstuk 4: Mensen en machines
4.1 Elk doet zijn werk
Leerdoelen
  • Je kunt de drie beroepssectoren noemen en kenmerken hiervan beschrijven.
  • Je weet wat automatisering is en wat de gevolgen hiervan zijn.

Opdracht
  • Maak opdracht 7-8 (blz 11).
  • Nu kun je de diensensector beschrijven.

Slide 10 - Tekstslide

Hoofdstuk 4: Mensen en machines
4.1 Elk doet zijn werk
Leerdoelen
  • Je kunt de drie beroepssectoren noemen en kenmerken hiervan beschrijven.
  • Je weet wat automatisering is en wat de gevolgen hiervan zijn.

Uitleg
  • Tegenwoordig hebben machines en computers een groot deel van het werk overgenomen.
  • Deze verandering heet automatisering
  • Hierdoor zijn veel banen verloren gegaan. 
  • Alle banen samen noem je de werkgelegenheid.

Slide 11 - Tekstslide

Hoofdstuk 4: Mensen en machines
4.1 Elk doet zijn werk
Leerdoelen
  • Je kunt de drie beroepssectoren noemen en kenmerken hiervan beschrijven.
  • Je weet wat automatisering is en wat de gevolgen hiervan zijn.

Opdracht
  • Maak opdracht 9 (blz 12).
  • Nu kun je uitleggen wat automatisering is en wat de gevolgen hiervan zijn.
  • Maak opdracht 10-12 (blz 12-13).
  • Maak de online cursustoets.

Slide 12 - Tekstslide

Hoofdstuk 4: Mensen en machines
Introductie
Kijk mee...
Het is het jaar 1870, de tijd van de industrialisatie. In plaats van thuis wol wassen, kammen en verven, spinnen en weven, wordt het werk gedaan door grote machines in enorme hallen. Voor de fabrieksbazen heel gunstig en lekker goedkoop maar voor de arbeiders was het een hel, vooral voor de kinderen. Francine Prattenburg is zeven als ze begint met haar werk in de fabriek. Samen met de rest van haar gezin begint ze elke ochtend om zes uur met werken. De omstandigheden in de fabriek zijn verschrikkelijk. De dominee probeer er wat aan te doen...

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

Hoofdstuk 4: Mensen en machines
Introductie
Programma
  • Afronden (10 minuten).

Controle lesdoel
  • Stelling: De industrialisatie heeft onze wereld veranderd.
  • Ben jij het eens of oneens met deze stelling? 
  • Leg je mening uit met argumenten.

Huiswerk
  • Maak vraag 1 en 2 (deel 1) van de praktische opdracht.

Slide 15 - Tekstslide