13 januari

Vandaag
Opwarmer 
Luisteroefening
Tekststructuren en lezen
Argumentatie leer en betoog



1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsEnseignement Secondaire

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Vandaag
Opwarmer 
Luisteroefening
Tekststructuren en lezen
Argumentatie leer en betoog



Slide 1 - Tekstslide

Mening geven
https://stories.nos.nl/video/2597760-groenlanders-maken-zich-zorgen

Slide 2 - Tekstslide

Huiswerk
Betoog nog niet gedaan...?
Tekst 1 havo 4 nabespreken

Slide 3 - Tekstslide

Kenmerken van een betoog

Slide 4 - Woordweb


Welk soort
argumentatieschema
is dit?
standpunt
argument
argument
A
enkelvoudige argumentatie
B
nevenschikkend afhankelijke argumentatie
C
enkelvoudige onderschikkende argumentatie
D
nevenschikkend en onderschikkende argumentatie

Slide 5 - Quizvraag


Wat voor soort argumentatie is dit?
A
nevenschikkende argumentatie
B
onderschikkende argumentatie
C
nevenschikkende en onderschikkende argumentatie

Slide 6 - Quizvraag


Wat voor soort argumentatie is dit?
A
enkelvoudige argumentatie
B
onderschikkende argumentatie
C
nevenschikkende argumentatie
D
nevenschikkende en onderschikkende argumentatie

Slide 7 - Quizvraag

Wat is de functie van dit tekstgedeelte?

Mijn leraar zegt dat ik niet goed geleerd heb, maar dat is niet waar. Ik heb gewoon nog nooit zo'n fijne quiz gehad waarmee ik echt goed kan oefenen.
A
Verklaring
B
Relativering
C
Stelling
D
Weerlegging

Slide 8 - Quizvraag

Wat is de functie van het volgende tekstgedeelte?

Wat voor mij de ideale docent is? Iemand die nooit huiswerk geeft, nooit moppert en me een leuke quiz voorschotelt tijdens de Topweek.
A
Definitie
B
Advies
C
Hypothese
D
Uitkomst

Slide 9 - Quizvraag

Als een alinea de functie heeft van een nuancering, dan...
A
Geeft de schrijver een oplossing.
B
Maakt de schrijver bezwaar tegen een eerdere bewering.
C
Zwakt de schrijver een standpunt iets af.
D
Ontkent de schrijver de juistheid van een bewering.

Slide 10 - Quizvraag

Welk soort argument?
A
vermoedens
B
feiten
C
ervaring
D
onderzoek

Slide 11 - Quizvraag

Welk soort argument herken je?
A
Vermoedens
B
Persoonlijke overtuiging of geloof
C
Emoties
D
Ervaring

Slide 12 - Quizvraag

Herhaling argumentatiestructuur
timer
1:00
Enkelvoudige argumentatie
Nevenschikkende argumentatie
Onderschikkende argumentatie

Slide 13 - Sleepvraag

Uiteenzetting
Beschouwing
Betoog
Argumentatiestructuur
Voor- en nadelenstructuur
Aspectenstructuur

Slide 14 - Sleepvraag

Slide 15 - Video

Zet de juiste tekstsoorten bij de juiste tekstdoelen.
Tekstdoel Informeren
Tekstdoel Overtuigen
Tekstdoel Amuseren
Tekstdoel activeren
Tekstdoel instrueren
Een nieuwsbericht over gestrande trein
Recensie over eenfilm

Een mop in een tijdschrift
Een oproep op een website om te gaan protesteren. 
Artikel op een website warin iemand zijn mening geeft over een vuurwerkverbod.
Spelhandleiding hoe je 'Yahtzee' moet spelen.

Slide 16 - Sleepvraag



Feit of mening?
A
mening
B
feit

Slide 17 - Quizvraag

Feit of mening?
A
In deze alinea staan enkel feiten.
B
In deze alinea staan enkel meningen.
C
In deze alinea staan zowel feiten als meningen.
D
In deze alinea staan zowel geen feiten als meningen.

Slide 18 - Quizvraag

Feit of mening?
A
In deze alinea staan alleen feiten.
B
In deze alinea staan alleen meningen.
C
In deze alinea staan feiten én meningen.
D
In deze alinea staan geen feiten en geen meningen.

Slide 19 - Quizvraag

Argument
Standpunt
Tegenargument
Weerlegging
Er moet meer geïnvesteerd worden in windenergie.
Windenergie is schoon.
Windmolens vervuilen het landschap.
Plaats de windmolens op zee.

Slide 20 - Sleepvraag

inleiding
kern
slot
De schrijver trekt de aandacht van de lezer
De schrijver trekt een conclusie
De schrijver geeft argumenten en tegenargumenten
De schrijver roept op om actie te ondernemen
De schrijver motiveert het publiek om te blijven lezen
De schrijver noemt oorzaak en gevolgen
De schrijver kijkt naar de toekomst

Slide 21 - Sleepvraag

Soort argument
Ik ga niet naar een restaurant als ik daarvoor een negatieve coronatest moet laten zien. Het moet niet gekker worden!
Als je een uurtje uittrekt voor die fietsrit naar Leeuwarden, ben je sowieso op tijd. Zo doe ik dat ook altijd.
Gistermiddag was de zoveelste 4Mijl van Groningen. Het was die dag 20 graden.
Ik ga niet naar die nieuwe film van James Bond. Ik verwacht weinig nieuws te zien. Wat kunnen ze na al die films nu nog bedenken!?
Feiten
Onderzoek
Ervaring
Gevoel of emotie
Geloof
Normen en waarden
Vermoedens

Slide 22 - Sleepvraag

Eufemisme
Understatement
Ironie
Sarcasme
Metafoor
vergelijking
personificatie
Mijn wortelkanaalbehandeling was een beetje vervelend.
Zij zit tussen twee banen in.
(een leerkracht tegen een leerling die te laat komt) Lekker uitgeslapen?
'Gaat weer makkelijk', zei de docent terwijl ze de deur van slot probeerde te krijgen.
Zijn ideeën vormen de pijlers van onze discussie.
De bergen fluisteren eeuwenoude verhalen.
Haar ogen glinsteren als sterren.

Slide 23 - Sleepvraag

Signaalwoorden 
van voorbeeld
Signaalwoorden 
van voorwaarde
Signaalwoorden van opsomming
Signaalwoorden van samenvatting
Signaalwoorden van oorzaak&gevolg
Signaalwoorden van tegenstelling
Signaalwoorden van tijd
Signaalwoorden van conclusie
dus
vervolgens
echter
omdat
kortom
ten tweede
mits
bijvoorbeeld
als
zoals
al met al
vervolgens
hierdoor
want
maar
daarentegen
ook

Slide 24 - Sleepvraag

Kijk luisteroefening
Zwart gat

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Video

Hoe heet het zwarte gat in ons zonnestelsel?
A
Messier 87
B
Zonnestelsel Aarde
C
Sagittarius A*
D
Mercurius 97

Slide 27 - Quizvraag

Wat is een ‘super nova'
A
Een oud sterrenstelsel.
B
Een oude ster die ontploft en een zwart gat vormt.
C
Een nieuwe ster die ontstaat.
D
Een zwart gat in een sterrenstelsel.

Slide 28 - Quizvraag

Hoeveel telescopen hebben het sterrenstelsel M87 gemeten?
A
2
B
4
C
6
D
8

Slide 29 - Quizvraag

Hoelang doet het licht erover om de aarde te bereiken?
A
22 miljoen lichtjaren
B
33 miljoen lichtjaren
C
55 miljoen lichtjaren
D
100 miljoen lichtjaren.

Slide 30 - Quizvraag

Hoe wordt het onderzoek naar het zwarte gat genoemd?
A
Event Horizon Telescoop
B
Event Horizon Team
C
Event Horizon Earth
D
Event Horizon Moon

Slide 31 - Quizvraag

De Eerste Wereldoorlog

4. Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog

Slide 32 - Tekstslide

Neutraal
  • Nederland was tijdens de Eerste Wereldoorlog, neutraal

  • Neutraal betekent dat je geen partij kiest

  • Voor een handelsland als Nederland is dat lastig: je handelt immers met beide partijen.

Slide 33 - Tekstslide


Mobilisatie
1914




  • Hoewel Nederland neutraal was, mobiliseerde het leger toch 
  • Ook België had zich immers neutraal verklaard, maar was toch aangevallen!

Slide 34 - Tekstslide



Gevolgen van 
de Eerste Wereldoorlog 
voor Nederland


Slide 35 - Tekstslide

Belgische vluchtelingen

  • Nederland nam rond de 1 miljoen vluchtelingen uit België op.

  • Deze Belgen waren op de vlucht voor de oorlog.

  • Belgische soldaten werden, net als soldaten uit andere landen, ontwapend en gevangen gezet

Slide 36 - Tekstslide

Dodendraad
  • Ook wel: De Draad, genoemd

  • De Dodendraad was door de Duitsers aangelegd tussen België en Nederland

  • Zo wilden ze voorkomen dat geallieerde soldaten, Duitse deserteurs, spionnen of oorlogsvrijwilligers naar, van of door België konden reizen

  • Op de draad stond 2000 volt

  • Vermoedelijk zijn rond de 1000 mensen om het leven gekomen

Slide 37 - Tekstslide

Contact met de Dodenraad, waarop 2000 volt stond, betekende dood door elektrocutie...
...daarom bedachten smokkelaars allerlei manieren om de draden niet aan te raken.

Slide 38 - Tekstslide

Economie
  • Oorlog is slecht voor de handel: er ontstaat ook in Nederland schaarste

  • Ook Nederlandse schepen zijn slachtoffer van de Onbeperkte Duikbotenoorlog...

  • ...maar soms ook van oorlogshandelingen van de Geallieerden

Slide 39 - Tekstslide


Aardappeloproer
1917



Enkele Amsterdamse vrouwen zagen dat er een schip vol aardappelen in een van de grachten lag. Ze gingen erop af en plunderden het schip: hun schorten vol aardappelen. De dag erna waren er meer plunderaars. Pas nadat zes mensen door het leger werden doodgeschoten, keerde de rust terug

Slide 40 - Tekstslide

Begrippen uit deze les

  • Onbeperkte Duikbotenoorlog
  • mobilisatie
  • neutraal
  • Dodendraad
  • Aardappeloproer

Slide 41 - Tekstslide

Jaartallen uit deze les

  • 1914: Mobilisatie
  • 1915/1917: Onbeperkte Duikbotenoorlog van Duitsland
  • 1917: Aardappeloproer

Slide 42 - Tekstslide

13 januari

Slide 43 - Tekstslide