§4.3 les 1

2025-2026
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

2025-2026

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide


- Terugblik 4.2 --> Binas op tafel!
- Introductie leerdoelen 4.3
- Zelfstandig werken 4.3
Huiswerk vrijdag 20 februari
Maken en nakijken 4.3  

Slide 3 - Tekstslide

Sleep de begrippen naar de juiste plek in het periodiek systeem.
Groepen
Perioden
Edelgassen
Halogenen

Slide 4 - Sleepvraag

Chloor behoort tot een groep van elementen in het Periodiek Systeem met overeenkomstige chemische eigenschappen. Zo reageert chloor heel snel met metalen.

Wat is de naam van die groep van elementen?

A
akalimetalen
B
halogenen
C
edelgassen
D
aardalkalimetalen

Slide 5 - Quizvraag

Boek blz 221 + 222
timer
3:00

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Hoeveel verschillende moleculen zien we hier?
A
1
B
2
C
3
D
6

Slide 9 - Quizvraag

Hoeveel verschillende atomen zien we hier?
A
6
B
4
C
2
D
0

Slide 10 - Quizvraag


Bekijk het molecuul hiernaast. Uit welke atomen bestaat hij?

Slide 11 - Open vraag


Bekijk het molecuul hiernaast. Wat zou de molecuulformule zijn?

Slide 12 - Open vraag

Schrijf de molecuulformule op van de volgende stof.
Let op:
Let op:
De index schrijf je schuin onder het symbool van het atoom. Bijvoorbeeld H2 in plaats van H2.

Slide 13 - Tekstslide

Maak een tekening van het volgende molecuul. 
H2O2
Antwoord
H2O2 bestaat uit 2x een H en 2x een O

Hoe je hem tekent maakt me niet uit. Als het maar aan elkaar zit.

Slide 14 - Tekstslide

6 H2O
Vul de juiste begrippen in bij de molecuulformule.
Index
Coëficiënt
aantal moleculen
aantal atomen

Slide 15 - Sleepvraag

Slide 16 - Tekstslide

Schrijf de namen van de volgende stoffen op (zie afbeelding hiernaast).

Tip:
1: Staat er een index achter het eerste symbool, schrijf deze op (geen idex is niets opschrijven.
2: Geef de naam van het element.
3: Staat er een index achter het tweede symbool, schrijf deze op (geen idex is niets opschrijven.
4: Geef de naam van het element en schrijf ide erachter.
    - Uitzondering zuurstof = oxide, stikstof = sulfide

Slide 17 - Open vraag

Slide 18 - Tekstslide

Wat is de molecuulfomule van:
  1. koolstoftetrachloride
  2. distiktoftetraoxide
  3. koolstoftetrabromide
  4. diwaterstofsulfide
  5. difosforhexaoxide
Tip:
1: Zoek het symbool op van het eerste element wat genoemd wordt.
2: Begint de molecuulformule met een griekstelwoord? Schrijf deze als index schuin onder dit element (geen griekstelwoord = geen index).
3: Zoek het symbool op van het tweede element wat genoemd wordt.
4: Staat er voor dit element een griekstelwoordt? Schrijf deze als index schuin onder dit element (geen griekstelwoord = geen index).

Slide 19 - Tekstslide

kennen!

Slide 20 - Tekstslide

Hiernaast zie je 2 niet-ontleedbare stoffen.
A
juist
B
onjuist
C
niet te zeggen

Slide 21 - Quizvraag

Dit is een ontleedbare-stof.
A
juist
B
onjuist
C
niet te zeggen

Slide 22 - Quizvraag

Triviale namen die je moet kennen. 
Bron 5 boek blz 84
Stoffen hebben vaak meerdere namen. 
  1. Rationele naam = scheikundig
  2. Triviale naam = volksmond

In binas tabel 42 staan er enkele. Tabel hiernaast moet je kennen.

Slide 23 - Tekstslide

Molecuulformules 7 niet-ontleedbare stoffen. 
Bron 4 blz 84
Je moet beide kanten op leren en ook de fase weten.

Slide 24 - Tekstslide

Binas tabel 34 
Blauwe zijn metalen.
Komen altijd alleen voor. 

Slide 25 - Tekstslide

Huiswerk vrijdag 20 februari

Maken + nakijken § 4.3 helemaal!
Leren:  begrippen + bron 3, 4& 5

Niet verplicht wel raadzaam:
- maak begrippenlijst
- werk leerdoelen uit

Slide 26 - Tekstslide

Je hebt 5 moleculen chloordioxide. Deze stof bestaat uit 1 chlooratoom en 2 zuurstof atomen.
Let op:
Let op:
De index schrijf je schuin onder het symbool van het atoom. Bijvoorbeeld H2 in plaats van H2.
1: Schrijf de molecuulformule op. 

2: Hoe laat je weten dat er 5 moleculen zijn?
Exit-ticket, lever je blaadje met naam in

Slide 27 - Tekstslide