KA 11 hofstelsel en horigheid

Thema 2 - De strijd om de macht
KA 11 - De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
Tijd van monniken en ridders, de middeleeuwen, van 500 tot 1000
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Thema 2 - De strijd om de macht
KA 11 - De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
Tijd van monniken en ridders, de middeleeuwen, van 500 tot 1000

Slide 1 - Tekstslide

KA 11 - De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
tijdvak 3: tijd van monniken en ridders (500-1000) / vroege Middeleeuwen

11. de vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een
zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid
12. het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur. 
tijdvak 4: tijd van steden en staten (1000-1500) / hoge en late Middeleeuwen

13. de opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane
samenleving;
14. de opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden;
15. het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het
primaat behoorde te hebben;
16. de expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van de kruistochten;
17. het begin van staatsvorming en centralisatie. 

Slide 2 - Tekstslide

KA 11 - De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
tijdvak 6: tijd van regenten en vorsten (1600-1700) / Gouden Eeuw / 17e eeuw

23. het streven van vorsten naar absolute macht; 

tijdvak 7: tijd van pruiken en revoluties (1700-1800) / eeuw van de Verlichting/ 18e eeuw

27. rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving:
godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen;
28. voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte
wijze vorm te geven (verlicht absolutisme);
30. de democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten,
grondrechten en staatsburgerschap. 

Slide 3 - Tekstslide

Lesdoelen
KA 11 - De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
Tijd van monniken en ridders, de middeleeuwen, van 500 tot 1000
  • Je kunt uitleggen wat een autarkie is
  • Je kunt uitleggen waardoor de agrarisch-urbane samenleving in West-Europa verdween en plaatsmaakte voor een agrarische samenleving
  • Je kunt uitleggen hoe het hofstelsel was georganiseerd
  • Je kunt uitleggen wat de voor- en nadelen waren van het leven als horige
  • Je kunt aangeven wat er op een domein allemaal te vinden is
  • Je kunt uitleggen waren de geldeconomie grotendeels plaatsmaakte voor een ruileconomie

Slide 4 - Tekstslide

Erfenis van de Romeinen
Na val West-Romeinse rijk geen centraal gezag meer


KA 11 - De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
Tijd van monniken en ridders, de middeleeuwen, van 500 tot 1000
Gevolgen

  • Voedselvoorziening steden komt in gevaar (kans beroving)
  • steden krimpen
  • Behoefte kleine zelfvoorzienende (autarkische) leefgemeenschappen neemt toe 

Slide 5 - Tekstslide

KA 11 - De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
Tijd van monniken en ridders, de middeleeuwen, van 500 tot 1000
Romeinse tijd (voor 500)

  • Grootgrondbezitters met veel land (Villae)

  • Commerciële landbouw (surplus werd verkocht)


Na Romeinse tijd (na 500)

  • Grote boerderijen functioneren niet meer door gebrek aan veiligheid voor de boeren.
  • Boeren en pachters trekken weg --> productie komt in gevaar --> nieuwe wetten die bepalen dat boeren bij land horen.


Slide 6 - Tekstslide

KA 11 - De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
Tijd van monniken en ridders, de middeleeuwen, van 500 tot 1000
Germanen nemen landgoederen over 

  • landgoederen worden opgedeeld 
  • deel wetgeving blijft 
  • boeren weliswaar geen persoonlijk bezit, maar ook niet vrij (horigen).

Dit economische systeem noemen we het hofstelsel

Slide 7 - Tekstslide

KA 11 - De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
Tijd van monniken en ridders, de middeleeuwen, van 500 tot 1000
Hoewel dit een enkelzijdig opgelegd systeem lijkt was er sprake van wederzijdse afhankelijkheid.

Eten in ruil voor veiligheid

Maar of deze deal helemaal eerlijk was...

Slide 8 - Tekstslide

KA 11 - De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
Tijd van monniken en ridders, de middeleeuwen, van 500 tot 1000
In hoeverre is dit systeem kenmerkend voor de vroege middeleeuwen?

Slide 9 - Tekstslide

Hoe werkte het hofstelsel?
KA 11 - De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
Tijd van monniken en ridders, de middeleeuwen, van 500 tot 1000
Domein

Een domein was een landbouwgemeenschap bestaande uit twee delen

1. Vroonland = grond van de baas
'Vroon' middeleeuws woord voor heer. Naast het huis van de heer bevinden zich hier ook belangrijke bijgebouwen zoals schuren en een molen.

2. Hoeveland = grond en huizen horigen
Eenvoudige huizen voor de horige. Zij betaalden daar pacht voor in natura. Ook waren zij verplicht herendiensten uit te voeren. (bijvoorbeeld bewerken vroonland/saalland)



Ook wel domeinstelsel genoemd

Slide 10 - Tekstslide

Een donjon, of mottekasteel, was een versterkte wachttoren. Hier woonde de heer als er gevaar was.
Het gebied buiten het domein bestond uit de grond van de vrije boeren en de woeste gronden, onontgonnen gebied en bossen.
De vrije boeren moesten tijdens een oorlog wél meevechten met de heer. De wapenuitrusting moesten ze zelf betalen.
De akkers van de heer werden bewerkt door horigen. Er waren akkers waarbij de volledige opbrengst naar de heer ging, en er waren akkers waarbij een deel van de opbrengst voor de horige boeren was. Overigens moesten ze hun pacht ook weer van deze opbrengst betalen.
Het vroonhof was de boerderij (hoeve) van de heer. Hier woonde de heer als er geen gevaar was. De opbrengsten van zijn akkers werd in schuren opgeslagen. In woningen naast een vroonhof woonden de horige boeren in geval van gevaar, zoals oorlog.
Bij het vroonhof waren stallen voor de dieren en boomgaarden.
Horigen woonden in vredestijd buiten het vroonhof
Met het hofstelsel bedoelen we het hele systeem (stelsel) van heren en horigen, inclusief de pacht en de herendiensten.

Slide 11 - Tekstslide

KA 11 - De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
Tijd van monniken en ridders, de middeleeuwen, van 500 tot 1000

Slide 12 - Tekstslide

Een hard bestaan
KA 11 - De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
Tijd van monniken en ridders, de middeleeuwen, van 500 tot 1000
  • Opbrengst land gering
  • Helft oogst werd gebruikt als zaaigoed
  • Deel oogst werd afgestaan als pacht
  • Herendiensten
  • Jagen in de bossen alleen toegestaan aan adel
  • Domein mocht niet verlaten worden

Ondanks dit alles functioneerde het hofstelsel redelijk goed. Het deed wat het moest doen; zorgen voor veiligheid in onzekere tijden.

Slide 13 - Tekstslide

Lesdoelen
KA 11 - De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
Tijd van monniken en ridders, de middeleeuwen, van 500 tot 1000
  • Je kunt uitleggen wat een autarkie is
  • Je kunt uitleggen waardoor de agrarisch-urbane samenleving in West-Europa verdween en plaatsmaakte voor een agrarische samenleving
  • Je kunt uitleggen hoe het hofstelsel was georganiseerd
  • Je kunt uitleggen wat de voor- en nadelen waren van het leven als horige
  • Je kunt aangeven wat er op een domein allemaal te vinden is
  • Je kunt uitleggen waren de geldeconomie grotendeels plaatsmaakte voor een ruileconomie

Slide 14 - Tekstslide

Huiswerk
Maak de opdrachten op de volgende slides als huiswerk voor de volgende les.
KA 11 - De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
Tijd van monniken en ridders, de middeleeuwen, van 500 tot 1000

Slide 15 - Tekstslide

Waarom verdwenen de Romeinse steden grotendeels?

Slide 16 - Open vraag

Wat wordt bedoeld met commerciële landbouw?

Slide 17 - Open vraag

Wat is een hof in het woord hofstelsel?

Slide 18 - Open vraag

Wat is een autarkie?

Slide 19 - Open vraag

Waarom mogen de horigen het domein niet verlaten?

Slide 20 - Open vraag

Leg uit wat bedoeld wordt met het vroonland en het hoeveland

Slide 21 - Open vraag

Welke twee verplichtingen hadden de horigen ten opzichte van de landeigenaar?

Slide 22 - Open vraag

In welke drie opzichten hadden de horigen een zwaar leven?

Slide 23 - Open vraag

Noem een voordeel en een nadeel van het hofstelsel.

Slide 24 - Open vraag

Gebruik bron 11.2 (boek blz. 35)
Welke mensen worden afgebeeld op deze middeleeuwse tekening en wat zijn zij aan het doen?

Slide 25 - Open vraag

timer
5:00

Slide 26 - Tekstslide