1. Warmte en temperatuur

1. Warmte
Ga rustig zitten op je plek
Pak je boek, pen en iPad op tafel

Startvraag: is 'warmte' hetzelfde als 'temperatuur'?
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

1. Warmte
Ga rustig zitten op je plek
Pak je boek, pen en iPad op tafel

Startvraag: is 'warmte' hetzelfde als 'temperatuur'?

Slide 1 - Tekstslide

Warm
Koud
Gemiddeld
Wat gebeurt er als je één hand in warm en één hand in koud doet, en ze dan tegelijk naar gemiddeld verplaatst?

Slide 2 - Tekstslide

Dit gaan we leren:
Je kan het verschil uitleggen tussen 'warmte' en 'temperatuur'

Je kan een stroomdiagram aflezen en tekenen

Je kan berekeningen uitvoeren met de formule Q = P x t

Slide 3 - Tekstslide

Warmte = overdracht van energie.
Komt voor tussen voorwerpen met verschillende temperaturen - warmte stroomt van hoog naar laag.

Een warmtebron zet elektrische energie om in warmte.

Slide 4 - Tekstslide

Warmte is niet hetzelfde als temperatuur.

Temperatuur geeft aan hoeveel energie in een bepaalde stof zit.
Hoe groter het verschil in temperatuur, hoe meer energie er tussen twee dingen kan stromen => die energie is de warmte.

Slide 5 - Tekstslide

Bij die energieomzetting wordt alle elektrische energie (E) omgezet in warmte (Q).

In een energie-stroomdiagram:
Pijl links: energie IN
Pijl recht: energie UIT
Dikte pijl = hoeveelheid energie

Slide 6 - Tekstslide

Wat is een voorbeeld van een elektrische warmtebron in jouw huis?

Slide 7 - Open vraag

Als E gelijk staat aan Q, dan weten we gelijk een passende formule:

E = P x t = Q

Let op: we gaan andere eenheden gebruiken als we het hebben over warmte.

Slide 8 - Tekstslide

Q = warmte in Joule
P = vermogen in Watt
t = tijd in seconden

1 Watt per seconde is 1 Joule.
Vaak grotere getallen, dus je zal veel kJ (kilojoule) of MJ (megajoule) zien.
1 kJ = 1.000 J
1 MJ = 1.000.000 J

Slide 9 - Tekstslide

Oefenopgave
Een waterkoker heeft een vermogen van 2500 W. Voor een volle kop thee moet de waterkoker 25 sec. aan.
a. Hoeveel warmte levert de waterkoker in 1 seconde?
b. Hoeveel warmte (in Joule) is er nodig voor één kop thee?
c. Reken je antwoord bij b. om naar kilojoule.
timer
3:00

Slide 10 - Tekstslide

Uitwerking
Een waterkoker heeft een vermogen van 2500 W. Voor een volle kop thee moet de waterkoker 25 sec. aan.
a. Hoeveel warmte levert de waterkoker in 1 seconde?
Vermogen P = 2500 W. Tijd t = 1 s. Formule: Q = P x t = 2500 x 1 = 2500 Joule
b. Hoeveel warmte (in Joule) is er nodig voor één kop thee?
Vermogen P = 2500 W. Tijd t = 25 s. Formule: Q = P x t = 2500 x 25 = 62.500 J
c. Reken je antwoord bij b. om naar kilojoule.
1000 J = 1 kJ >> 62.500 J = 62,5 kJ

Slide 11 - Tekstslide

Dit hebben we geleerd:
Dat temperatuur aangeeft hoeveel energie in een stof zit, en dat warmte aangeeft hoeveel energie er wordt overgedragen tussen voorwerpen.
Dat we warmte Q (eenheid: Joule) kunnen berekenen met de formule
Q = P x t.

Volgende les: zelf water verwarmen met een elektrische warmtebron.

Slide 12 - Tekstslide

Aan de slag!
Maak: hoofdstuk 6, paragraaf 1, opdrachten: 1 t/m 5, 8.

Hoe: in je (online) boek. Gebruik de theorie bij de vragen.
Met wie: je mag rustig samenwerken met je buur.
Hoe lang: tot einde les.
Snel klaar? Maak ook opgave 6 en 7. Maak daarna de opgaven van Test jezelf van paragraaf 6.1.

Slide 13 - Tekstslide

Warmte en temperatuur
Ga rustig zitten op je plek
Pak pen, potlood en iPad op tafel

Ga in groepjes van twee of drie bij elkaar zitten.

Slide 14 - Tekstslide

Vorige les:
Geleerd dat sommige voorwerpen elektrische energie omzetten in warmte.

We kunnen de geleverde warmte berekenen met formule Q = P x t.

Slide 15 - Tekstslide

Dit gaan we leren:
Je kan van eigen metingen een temperatuur-tijddiagram en een temperatuur-warmtediagram maken.

Je kan van een grafiek aangeven welk soort verband erin te zien is.

Slide 16 - Tekstslide

Dit gaan we doen
Een dompelaar gebruiken om water te verwarmen.
1. Je warmt water op en meet elke 15 seconden wat de temperatuur is.
2. Je maakt van je metingen een temperatuur-tijddiagram.
3. Je berekent voor elk meetpunt hoeveel warmte er is toegevoegd aan het water.

Slide 17 - Tekstslide

Zelf aan de slag
Je krijgt: een dompelaar, een bekerglas met water, een thermometer.
1. Maak een tabel waarin je na elke 15 seconden de temperatuur van
het water kan noteren. Noteer ook de temperatuur bij t = 0!
2. Verwarm het water met de dompelaar tot ongeveer 50 graden.
3. Maak van je metingen een temperatuur-tijddiagram. Let op: dit zou een rechte lijn moeten zijn.
4. Bereken voor elk meetpunt hoeveel warmte er op dat moment aan het water was toegevoegd. Gebruik: Q = P x t. Vermogen dompelaar = 300 W.
timer
15:00

Slide 18 - Tekstslide

Van het proces van water verwarmen, kan je een diagram maken.

In dit diagram laat je de temperatuur zien op verschillende tijdstippen: het is een temperatuur-tijddiagram.

Dit verband is lineair: je grafiek wordt een rechte lijn.

Slide 19 - Tekstslide

Een dompelaar zet elektrische energie om in...
A
Warmte
B
Temperatuur

Slide 20 - Quizvraag

Zet de woorden op de juiste plek in het stroomdiagram
Warmte
Elektrische energie

Slide 21 - Sleepvraag

Een waterkoker geeft in 30 seconden 15.000 Joule warmte af aan het water. Wat is het vermogen van de waterkoker?

Slide 22 - Open vraag

Aan de slag!
Maak af: je uitwerkingen. Lever op papier bij mij in (namen erop!)
Maak dan: hoofdstuk 6, paragraaf 1, opdrachten Test Jezelf.

Hoe: op papier / in je boek. Gebruik de theorie bij de vragen.
Met wie: je mag rustig samenwerken met je buur.
Hoe lang: tot einde les.
Klaar? Start alvast met paragraaf 6.2.

Slide 23 - Tekstslide