proeftoets hfst 1-3

proeftoets hfst 1-3

Learning objective

1 / 19
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGodsdienstMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

proeftoets hfst 1-3

Learning objective

Waarom begint de module met het onderwerp ‘worstelen met een straffende God’?

A

Omdat de module wil aantonen dat God in het Oude Testament alleen maar straft.

B

Omdat je pas over geloof kunt spreken als je eerst alle straffen van God kent.

C

Omdat je pas over geloof kunt spreken als je eerst alle straffen van God kent.

D

Omdat Maarten Luther vooral wilde bewijzen dat God onrechtvaardig straft.

Welke vraag hield Maarten Luther tijdens zijn leven sterk bezig?

A

Hoe kan ik bewijzen dat God bestaat?

B

Waarom werd Jezus gekruisigd?

C

Hoe krijg ik een genadig God?

D

Hoe kan ik zonder geloof goed leven?

Waarom worden bevrijding en geweld in deze paragraaf met elkaar verbonden?

A

Omdat een bevrijding volgens de tekst altijd door mensen gevierd moet worden.

B

Omdat bevrijding van onderdrukten tegelijk de nederlaag en soms de bestraffing van onderdrukkers kan betekenen

C

Omdat alleen door oorlog echte vrijheid kan ontstaan.

D

Omdat slachtoffers na een oorlog automatisch wraak nemen.

Waarom leek Jona ongeveer honderd jaar later alsnog gelijk te krijgen?


A

Nineve was opnieuw tot bekering gekomen.

B

De Assyriërs waren verdwenen en Babel had hun gebied overgenomen.

C

De Assyriërs onderdrukten Israël en Juda opnieuw op gewelddadige wijze.

D

De inwoners van Nineve hadden Jona alsnog gedood.

Waarom kon Nahums boodschap voor Juda als een boodschap van troost worden ervaren?

A

Nahum beloofde dat Juda zelf een wereldrijk zou worden.

B

Nahum vertelde dat de Assyriërs zich vrijwillig zouden terugtrekken.

C

Nahum kondigde aan dat God een einde zou maken aan de onderdrukking door Nineve.

D

Nahum vertelde dat Jona alsnog naar Nineve zou terugkeren.

Waarom beschouwt God de tegenstanders van Zijn volk ook als Zijn eigen tegenstanders?


A

Omdat ieder ander volk automatisch Gods vijand is.

B

Omdat zij zich vergrijpen aan het volk dat Hem dierbaar is.

C

Omdat alleen Israëlieten volgens de tekst goede mensen zijn.

D

Omdat de Assyriërs niet in God geloofden.

Wat wordt bedoeld met de uitspraak dat God Babel als Zijn middel gebruikt?

A

Babel wordt daardoor onderdeel van Gods volk.

B

Babel voert alleen opdrachten uit die rechtstreeks door profeten worden gegeven.

C

God voorkomt dat Babel geweld tegen Nineve gebruikt.

D

God gebruikt de Babyloniërs om Zijn oordeel over Nineve uit te voeren.

Waarom is de uitdrukking ‘De HERE verheft Zijn stem’ belangrijk?

A

Ze maakt duidelijk dat Gods spreken krachtiger gevolgen heeft dan het dreigen van mensen.

B

Ze laat zien dat God niet werkelijk straft, maar alleen waarschuwt.

C

Ze bewijst dat God alleen door geluid natuurverschijnselen veroorzaakt.

D

Ze laat zien dat Nahum God vergelijkt met een koning.

Iemand zegt: ‘Een liefdevolle God kan nooit straffen.’ Waarom is dit waarschijnlijk een eenzijdig Godsbeeld noemen?

A

Omdat daarin Gods liefde wordt ontkend.

B

Omdat daarin wel rekening wordt gehouden met Gods heiligheid, maar niet met Zijn liefde.

C

Omdat daarin Gods liefde wordt benadrukt, maar Zijn heiligheid en rechtvaardigheid buiten beeld blijven.

D

Omdat volgens de tekst alleen mensen elkaar mogen straffen.

Waarom ging Luther in het klooster zo extreem zijn best doen en zichzelf zelfs pijnigen?

A

Hij wilde beroemd worden als bijzonder toegewijde monnik.

B

Hij dacht dat hij door zijn inspanningen en zelfbestraffing Gods straf misschien kon ontlopen.

C

Hij dacht dat lichamelijke pijn automatisch tot geloof leidde.

D

D. Hij wilde andere monniken laten zien dat zij niet streng genoeg leefden.


1. Luther dacht lange tijd dat hij door hard werken, zelfbestraffing en een vroom leven dichter bij God moest komen. Zijn ontdekking van sola gratia veranderde dit. Welke gedachte past het beste bij die ontdekking?


A

Een mens moet eerst voldoende goede werken doen voordat God genade kan geven.

B

Wie werkelijk gelooft, wordt zo rechtvaardig dat hij geen genade meer nodig heeft.

C

Goede werken zorgen ervoor dat God uiteindelijk besluit de zonden van een mens te vergeten.

D

Christus heeft de schuld gedragen; de mens ontvangt Gods redding uit genade door geloof.
C.

Waarom botste de handel in aflaten zo sterk met wat Luther over genade had ontdekt?

A

Een aflaat suggereerde dat vergeving op een bepaalde manier verkregen kon worden door ervoor te betalen, terwijl Luther benadrukte dat genade een geschenk van God is.

B

Een aflaat was volgens Luther verkeerd omdat een christen helemaal nooit vergeving nodig heeft.

C

Een aflaat legde te veel nadruk op Jezus en te weinig op de goede werken van mensen.

D

Een aflaat maakte duidelijk dat alleen priesters Gods genade konden ontvangen.

In de tekst worden ‘voldoening’ en ‘verzoening’ met elkaar verbonden. Welke situatie geeft die samenhang het beste weer?

A

Een schuldige wordt vrijgelaten zonder dat er iets met zijn schuld gebeurt.

B

Iemand betaalt een schuld, maar wil daarna niets meer met de ander te maken hebben.

C

De schuld die tussen twee partijen in staat wordt voldaan, waardoor de relatie hersteld kan worden.

D

Twee mensen besluiten hun conflict te vergeten zonder dat de oorzaak ervan wordt aangepakt.

4. Bonhoeffer noemt genade ‘kostbare genade’. Welke uitleg doet het meeste recht aan beide kanten van die uitdrukking?

In hoofdstuk 3 wordt geloof vergeleken met de lege hand van een bedelaar die een geldstuk ontvangt. Wat maakt deze vergelijking duidelijk?

Wat betekent "de vrolijke ruil", volgens Luther?

Een leerling zegt: ‘Als je alleen uit genade en door geloof wordt gered, maakt het dus niet uit hoe je daarna leeft.’ Welke reactie past het beste bij hoofdstuk 3?

A

Dat klopt, want goede werken hebben binnen het christelijk geloof geen enkele betekenis.

B

Dat klopt niet: goede werken verdienen de redding, waardoor genade uiteindelijk overbodig wordt.

C

Dat klopt niet: goede werken zijn niet de oorzaak van redding, maar navolging en een veranderd leven horen wel bij geloof.

D

Dat klopt alleen wanneer iemand heel sterk in Christus gelooft.

Bonhoeffer schrijft: ‘Alleen de gelovige is gehoorzaam en alleen de gehoorzame gelooft.’ Welke situatie past het beste bij deze uitspraak?

A

Sara probeert door zoveel mogelijk goede daden te doen Gods vergeving te verdienen.

B

David zegt dat hij in Jezus gelooft, maar vindt dat dit geen enkele invloed hoeft te hebben op zijn keuzes.

C

Emma vertrouwt op Christus voor haar redding en probeert vanuit dankbaarheid haar leven door Hem te laten veranderen.

D

Ruben gehoorzaamt precies alle kerkelijke regels omdat hij daardoor zeker weet dat God hem moet redden.