In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 45 min
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
Planning
Mededelingen
Terugkoppeling
Doelen
Les
Samenvatting & Afsluiting.
Slide 1 - Tekstslide
Sleep naar juiste afbeelding
Ecosysteem
Biotisch
Abiotisch
Slide 2 - Sleepvraag
Bloemen en bijen hebben een soort samenwerken relatie. Dit noemt men
A
Predatie
B
Symbiose
C
Concurrentie
Slide 3 - Quizvraag
Er zijn 3 verschillende vormen van Symbiose. Één heeft voordeel en één is neutraal, dit is:
A
Commensalisme
B
Parasitisme
C
Mutualisme
Slide 4 - Quizvraag
3 soorten eters
Planteneters - Herbivoren
Vleeseters - Carnivoren
Alleseters - Omnivoren
Slide 5 - Tekstslide
Voedselketen
Voedselweb
Slide 6 - Tekstslide
rood
Je benoemt de rollen van organismen in de voedselkringloop.
wit/blauw
6.2.3. Koolstofkringloop<br><br> Je beschrijft de voedselkringloop en welke rollen organismen daarin spelen.<br><br>
wit/blauw
<div> Je legt de koolstofkringloop uit en beschrijft de chemische processen die daarbij een rol spelen.<br><b><br></b></div><div><b>6.2.4. Energiekringloop</b></div><div>Je licht toe hoe energie door de voedselkringloop stroomt en in welke vorm.<br><br></div><br>
rood
Je benoemt de stappen van de koolstofkringloop en de stoffen die daarin een rol spelen.
Slide 7 - Tekstslide
Algen behoren tot de planten en maken glucose en andere organische stoffen door fotosynthese. Algen zijn..
A
Reducenten
B
Consumenten
C
Afvaleters
D
Producenten
Slide 8 - Quizvraag
Producenten
Voedselketen
Reducenten
Voedselweb
Consumenten
Afval verwerker
Slide 9 - Sleepvraag
kringloop
voedselketen
voedselweb
Slide 10 - Sleepvraag
Afvaleters ( verwerkers)
Consumenten ( meer niveaus)
Reducenten
Slide 11 - Sleepvraag
Koolstof wat is dat?
koolstofdioxide = C (zuurstof), O2 (zuurstof)
methaan= CH4 --> dus ook een koolstof atoom.
Beide gassen zitten in de atmosfeer en houden warmte vast.
In de koolstofkringloop wordt door veel organismen stoffen verbrand. Welke organismen in de koolstofkringloop doen aan verbranding? Meerdere antwoorden mogelijk.