AFP 1.3.7. KNO

Anatomie, Fysiologie en Pathologie 


Week 9
Leerjaar 1
Periode 3
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
Anatomie, Fysiologie en PathologieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Anatomie, Fysiologie en Pathologie 


Week 9
Leerjaar 1
Periode 3

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
  • Start module 6
  • Start KNO: anatomie mond en keel
  • Huiswerk

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

KNO, pijn en migraine
  • Les t/m week 11
  • Toets week 14 
  • Expertcollege: middenoorontsteking

Slide 3 - Tekstslide

module pijn hoeft niet meer op expertcollege!
Lesdoelen
Aan het eind van de les kan je:
  • Benoemen uit welke onderdelen de keel en de mond bestaat
  • De kenmerken van de anatomie van de keel en mond benoemen



Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

KNO; wat weet je al?

Slide 5 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Anatomie keel en neus

Slide 6 - Tekstslide

Het strotteklepje sluit de luchtpijp af tijdens slikken = epiglottis

Anatomie mond en keel
  • Mondholte: Bovenkant = gehemelte en bovenkaak
  • Gehemelte:
  1. Het harde gehemelte (palatum darum): 2/3, voorste is bot en heeft een welving
  2. Het zachte gehemelte (palatum molle): achterste deel, pees- en spierweefsel. Loopt door in de huig (=uvula). Functie huig: afsluiten van neusholte bij slikken en betrokken bij spraakklanken
  • Binnenzijde mondholte is slijmvlies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Keelamandelen (tonsil / tonsillen)
  • Zijkanten zachte gehemelte = voorste en achterste gehemeltebogen (farynxbogen). Hiertussen liggen de tonsillen. > horen bij de keelholte.
  • Bestrijden van infecties; Het vangt zoveel mogelijk binnendringende ziekteverwekkers op en maakt ze onschadelijk.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De kaak
  • Hoefijzervormige randen van de mondholte
  • Boven en onderkaak met tanden
  • Afbraak van voedsel
  • Kauwspieren en halsspieren; oppervlakte van voedsel wordt vergroot > eten wordt sneller verteerd

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het gebit
  • Volwassen gebit: 32 elementen (16 in elke kaak)
  • Melkgebit t/m 5 jaar -> permanente tanden
  • Gebitselementen:
  1. Kroon: zichtbare gedeelte
  2. Hals: bedekt met tandvlees
  3. Wortel: hiermee zit element vast in de kaak
  • Gemaakt van dentine en bedekt met tandglazuur = hard, geeft bescherming
  • Door zuren kan het glazuur kapot gaan -> gaatjes
  • Binnenin de tand zenuwen en bloedvaten tot in het wortelkanaal

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speekselklieren
  • Produceren speeksel
  • Noodzakelijk voor kauwen van voedsel
  • 3 soorten klieren, van elk soort zijn er 2
  1. Oorspeekselklier (glandula parotis)
  2. Onderkaakspeekselklier (glandula submandibularis)
  3. Ondertongspeekselklier (glandula sublingualis)

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speeksel
  • Slijmerig en waterig
  • Functies:
  1. Slikken gaat makkelijker
  2. Bewegen van tong en lippen gaat makkelijker
  3. Bevat enzym amylase > vertering van suikers
  4. Beschermt tegen bacteriën
  5. Werkt neutraliserend op maagzuur
  • Reflexmatig en onbewust door het zenuwstelsel 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De tong
  • Spierweefsel
  • Bevestigd aan het tongbeen en tongriem
  • Functies:
  1. Proeven > smaakpapillen
  2. Kauwen en slikken
  3. Duidelijk spreken
  4. Mondhygiëne

Slide 15 - Tekstslide

De tong duwt continu slijm tussen je tanden, dit is goed voor je mondhygiene
Het slikreflex
  • Strotklepje sluit de luchtpijp (trachea) af, voorkomt verslikken
  • Huig wordt omhoog getrokken, sluit de neusholte af
  •  Het slikproces: veelal niet beïnvloedbaar > reflex

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
  1. Leren van de LessonUp
  2. Lezen AFP boek H14.3

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Anatomie, Fysiologie en Pathologie 


Week 9
Leerjaar 1
Periode 3

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



DA1A1/DA1B1
1. Gezamenlijke start
2. Vorige les
3. Theorie anatomie neus/oor







DA1A2/DA1B2
  1. Gezamenlijke start
  2. Werken aan Expert College + opdracht anatomie KNO 
Lesindeling 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vorige les
Wat is een functie van speeksel?
Welk gedeelte sluit de huig af?
Welk gedeelte sluit het strotklepje af?
Wat is de functie van de amandel?

Slide 21 - Tekstslide

Slikken gaat makkelijker
Bewegen van tong en lippen gaat makkelijker
Bevat enzym amylase > vertering van suikers
Beschermt tegen bacteriën
Werkt neutraliserend op maagzuur

Strotklepje = luchtpijp
Huig = neusholte
Lesdoelen
Aan het eind van de les kan je:
  • Benoemen uit welke onderdelen de neus en het oor bestaat
  • De anatomie van de neus en het oor toepassen



Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Anatomie van de neus
  • Holten gescheiden door kraakbeen en bot, het neustussenschot.
  • Adenoïd = neusamandel
  • De neusbijholten(sinussen) zijn met lucht gevulde holten en bevinden zich rond de neusholte en de ogen. Elke sinus is genoemd naar het bot waarin het zich bevindt.
  • Functie neus(holte): Ademhaling, reuk, afvoeren traanvocht en stemvorming

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Anatomie van het oor

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Anatomie van het oor
Bestaat uit:
  1. Buitenoor
  2. Middenoor
  3. Binnenoor

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het buitenoor
  • Het buitenoor (auris externa): vangt prikkels op. Bestaat uit:
  1. De oorschelp
  2. De uitwendige gehoorgang (loopt door tot trommelvlies)
  3. Het trommelvlies (membrana tympani)
  • De uitwendige gehoorgang bevat haartjes en oorsmeerklieren
  • Uitwendige gehoorgang is 2,5 cm lang

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het middenoor
  • Het middenoor (auris media): geeft prikkels door aan het binnenoor
  • In het middenoor liggen de kleinste botjes; de gehoorbeentjes
  1. De hamer - malleus
  2. Het aambeeld - incus
  3. De stijgbeugel - stapes
  • De gehoorbeentjes geven de prikkels van het buitenoor door aan het binnenoor

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het binnenoor-
Doolhof of labyrint
  • Het binnenoor (auris interna)
  • Bevat 3 onderdelen:
  1. Slakkenhuis -> zintuigcellen voor het gehoor
  2. 3 halfcirkelvormige kanalen -> zintuigcellen voor het evenwicht
  3. Voorhof -> centrale deel inwendige oor, bevat ook zintuigcellen voor het evenwicht
  • Slakkenhuis bevat een vloeistof = endolymfe
  • Via gehoorzenuw gaan prikkels naar de hersenen.

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De buis van Eustachius
  • Verbinding tussen middenoor en de keelholte
  • Druk in het middenoor blijft gelijk als buiten het oor

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het evenwichtsorgaan
Over koorddansen en misselijk worden in de auto …..

Slide 33 - Tekstslide

Je evenwichtszintuig gebruik je de hele dag, zowel bewust als onbewust. Om dit toe te lichten twee voorbeelden: “Een koorddanser loopt hoog boven het publiek over een gespannen kabel. Honderden ogen volgen hem. Heeft hij een bijzonder evenwichtsgevoel? Nee hoor, de kijkers gebruiken hun evenwichtszintuig net zo intensief! Niet om over de kabel te lopen, maar om de man te zien; beide zijn jullie bezig om je evenwicht te bewaren. Jij niet om over de kabel te lopen, maar om de man te zien. Het geheim van de koorddanser? Hij heeft een bijzonder goede spierbeheersing. En lef.” “Het komt nogal eens voor dat mensen in de auto misselijk worden. Helemaal als je tijdens het rijden een boek leest. Hoe komt dat? De afstand tussen je boek en je ogen verandert niet, ook niet wanneer je over een hobbelige weg rijdt. Echter, je evenwichtsorganen en je spieren moeten daar hard voor werken: steeds maken ze korte, snelle correcties. Om de misselijkheid te voorkomen helpt het om in de verte te kijken: je lichaam beweegt dan met de horizon mee.” Steeds zorgt je lichaam er dus voor dat je in balans blijft, rechtop kan staan en dat je niet zomaar omvalt. Welke zintuigen hierbij betrokken zijn, hoe het evenwichtsorgaan werkt en hoe het komt dat je lichaam in evenwicht blijft, leer je in deze webquest.

Slide 34 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Het evenwichtsorgaan
  • Bestaat uit: Het voorhof (verstibulum) en drie halfcirkelvormige kanalen
  • Voorhof = herkennen van plotselinge veranderingen, stuurt signalen naar hersenen
  • Drie halfcirkelvormige kanalen = alle rotaties waarnemen: ja/nee, links/rechts

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het evenwichtsorgaan
2 soorten zintuigen
  1. Echte evenwichtszintuigen (stand van ons hoofd, snelheid)
  2. Rotatiezintuigen (daaiing) > overmatige prikkeling zorgt voor duizeligheid

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag..
  • Opdracht KNO AFP  - week  9
  • ExpertCollege: middenoorontsteking
  • Doornemen: Lessonup deze week (KNO anatomie)
  • Doornemen: Medische kennis H12 (KNO pathologie)

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
  1. Leren van de LessonUp - anatomie KNO
  2. (Af)maken opdracht
  3. Lezen: medische kennis H12 (pathologie KNO)

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies