Week 7 les 2

Anatomie, Fysiologie en Pathologie 


Leerjaar 1
Periode 3
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
Anatomie Fysiologie PathologieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Anatomie, Fysiologie en Pathologie 


Leerjaar 1
Periode 3

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
Aan het eind van de les kan je:
  • Benoemen wat het RAA-systeem inhoudt, op welke manier dit systeem van invloed is op hart- en vaatziekten en welke medicijnen dit systeem beïnvloeden.
  • De werking van diverse categorieën medicatie voor hart- en vaatziekten benoemen, zoals diuretica, bètablokkers, nitraten, hartglycosiden, calciumantagonisten en anti-arrithmica.



Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vorige les
Wat zijn hartritmestoornissen?

Waarom leiden deze stoornissen tot klachten en welke klachten staan hierbij op de voorgrond?

Welk risico brengt atriumfibrilleren met zich mee?

Wat zijn de behandelingsmogelijkheden bij atriumfibrilleren?

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vorige les (2)
Bij hart- en vaatziekten wordt dit medicijn vaak voorgeschreven.
  • Wat voor medicijn is dit?
  • Wat betekent dit recept?

R/ metoprolol 100 mg
tab. dtd no 20
S/ 1 dd 1 tab dc. 
Iter 2x

Slide 4 - Tekstslide

metoprolol: bètablokker
Dosering 100 mg
1x per dag 1 tablet tijdens de maaltijd (dc)
herhaling: 2x

Werken via het onwillekeurig zenuwstelsel en verlagen de hartfrequentie (Gebruikers hebben hierdoor een opvallend lage hartslag) en de weerstand van het bloedvatstelsel. Hierdoor neemt de zuurstofbehoefte van de hartspier af. 
Bloeddruk
Bloeddruk: 
  • Systole/bovendruk: hart pompt bloed in aorta (hart trekt samen)
  • Diastole/onderdruk: nieuw bloed stroomt in hart (hart ontspant)


'Normale' bloeddruk (tensie): 120/80 (120 over 80)
  • Systole: 120
  • Diastole: 80

Slide 5 - Tekstslide

Herhaling van de kennis over de bloeddruk: wat is een normale bloeddruk?

Slide 6 - Tekstslide

De bloeddruk is een ingewikkeld systeem dat door verschillende onderdelen van het menselijk lichaam geregeld wordt.

We hebben ons tot nu toe alleen maar gefocust op de bloedvaten... (linker deel in het schema)
Bloeddruk (2)
Bloeddruk wordt op verschillende manieren beïnvloed:
  • Zenuwstelsel en bloedvaten
  • De afgifte van hormonen door de hersenen
  • De werking van de nieren


Hormonen: Stofjes die andere stoffen/organen/systemen aan het werk zetten.
Enzymen: Eiwitten die een proces versnellen dat van zichzelf heel traag verloopt.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

We gaan ons nu richten op de nieren!
Het RAAS
Renine

Angiotensine

Aldosteron

Systeem
Bij een lage bloeddruk...

Slide 9 - Tekstslide

Het RAAS is een systeem waarmee het lichaam de bloeddruk kan regelen.

Bij een lage bloeddruk produceren de nieren het hormoon Renine.

Het hormoon Renine zorgt voor de vorming van angiotensine 1 in het bloed

Angiotensine 1 wordt door het enzym ACE omgezet in angiotensine 2.

Angiotensine 2 zorgt voor vaatvernauwing en voor productie van aldosteron -> vasthouden van zout en water

Hierdoor stijgt de bloeddruk weer
Dus bij een lage bloeddruk...
1. Nier produceert renine

2. Renine zorgt voor vorming angiotensine-I in het bloed

3. Het enzym ACE zet angiotensine-I om in angiotensine-II

4. Angiotensine-II zorgt voor vaatvernauwing en vasthouden zout en water
vasthouden zout en water
ACE-enzym

Slide 10 - Tekstslide

Uiteindelijk gaat via dit schema de bloeddruk omhoog
Maar bij een te hoge bloeddruk dan?

Medicijnen tegen hypertensie kunnen direct werken op:
  • Bloedvaten: verwijden van de bloedvaten (bijv. bètablokkers en calciumantagonisten)
  • Verminderen van bloedvolume: diuretica verminderen vocht

En dus óók op de nieren! -> ACE-remmers en Angiotensinereceptorblokkers

Slide 11 - Tekstslide

Bij een te hoge bloeddruk wil je juist dat deze omlaag gaat. 
ACE-remmers
ACE-remmers: Remmen de omzetting van angiotensine-I naar angiotensine-II
  • Dus géén bloedvatvernauwing
  • Dus niet vasthouden van water en zout
  • Dus een lagere bloeddruk!

Belangrijkste bijwerking: Prikkelhoest
Voorbeelden:
  • Enalapril
  • Captopril
  • Lisinopril
  • -pril

Slide 12 - Tekstslide

ACE-remmers eindigen vaak op het woordje -pril
ACE-remmers

Slide 13 - Tekstslide

Voorbeeld van waar de ACE-remmers op werken. Zij blokkeren dus de omzetting van angiotensine-I naar angiotensine-II
Angiotensinereceptorblokkers
Angiotensinereceptorblokkers: Blokkeren de werking van angiotensine-II
  • Dus géén bloedvatvernauwing
  • Dus niet vasthouden van water en zout
  • Dus een lagere bloeddruk!

Geen prikkelhoest als bijwerking
Voorbeelden:
-Candesartan

  • -sartan

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Angiotensine
receptorblokkers

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vragen?

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht doel:
Volgende les verder met overige medicatie hart- en vaatziekten
  • Diuretica
  • Hartglycosiden
  • Bètablokkers
  • Anti-aritmica
  • Calciumantagonisten

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Ga met behulp van je boek Geneesmiddelenkennis voor doktersassistenten in een klein groepje het schema invullen op Cumlaude: schema hartmedicatie

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
Leren van de LessonUp
(Af)maken Expert College Pathologie – Hartfalen

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies