Welcome back 4A
Welcome back
minute
second
Welcome back 4A
Welcome back
minute
second
Deze slide heeft geen instructies
How are you feeling today?
Deze slide heeft geen instructies
Today
Newsround
Vocab game (in duo's)
Kahoot (of we have time left)
Houd deze dia kort. Het doel is alleen de lesstructuur helder maken. De rest van de uitleg richt zich op A1-grammatica, terwijl A2/B1 zelfstandig of met korte begeleiding aan schrijfopdrachten werkt.
Newsround
Houd deze dia kort. Het doel is alleen de lesstructuur helder maken. De rest van de uitleg richt zich op A1-grammatica, terwijl A2/B1 zelfstandig of met korte begeleiding aan schrijfopdrachten werkt.
Vocab game Rules
Do not shout the answer if you know it! whisper it to your neighbor (or group members).
No cheating --> Phones/laptops/books = disqualification
Spelling needs to be correct.
I decide if you get a point or not!
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
English - Dutch
Test round!
ANSWER
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
English - Dutch
COUNTRY
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
English - Dutch
CLASSROOM
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
English - Dutch
PASSWORD
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
English - Dutch
A PIECE OF
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
English - Dutch
CLEVER
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
English - Dutch
SHORTLY
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
English - Dutch
SIDE DISH
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
English - Dutch
DIARY
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
English - Dutch
AMERICAN
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
English - Dutch
TIMETABLE
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
English - Dutch
CRISPY
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
English - Dutch
PE
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
English - Dutch
TO MAKE FRIENDS
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
English - Dutch
LIBRARY
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
English - Dutch
FRESH
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
Dutch - English
ENGELS
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
Dutch - English
HUISWERK
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
Dutch - English
AARDBEI
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
Dutch - English
LERAAR
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
Dutch - English
LINKS
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
Dutch - English
VRAGEN
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
Dutch - English
SOEP
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
Dutch - English
PAUZE
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
Dutch - English
SINAASAPPEL
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
Dutch - English
LEREN
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
Dutch - English
LES
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
Dutch - English
KNOFLOOK
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
Dutch - English
RECHTS
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
Dutch - English
RUGTAS
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
Dutch - English
POTLOOD
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
Dutch - English
SCHRIJVEN
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
BONUS POINTS
LUISTEREN
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.
BONUS POINTS
HOUSE
minute
second
Benadruk dat het persoonlijk voornaamwoord meestal op de plaats van de persoon of het ding komt. Laat leerlingen zien dat 'it' voor dingen en dieren kan worden gebruikt.