oefenen voor de toets

Oefenen voor de toets 


onderdeel woordenschat en taal verkennen

1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsBasisschoolGroep 5

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Oefenen voor de toets 


onderdeel woordenschat en taal verkennen

Slide 1 - Tekstslide

Afspraken 
1. Blijf zitten op je plekje
2. Steek je vinger op als je iets wilt vragen
3. Als ik mijn hand omhoog houd, ben jij stil en luister je naar de juf
4.  Gebruik je fluister-stem 

Slide 2 - Tekstslide

Waar denk jij aan bij de ruimte?
typ 1 woord

Slide 3 - Woordweb

sleep de blauwe vakjes naar het juiste woord
loodzwaar
gewichtloos
astronaut in de ruimte
een kei
water in de ruimte
olifant 

Slide 4 - Sleepvraag

Wat is de betekenis van het woord 'vederlicht'?
A
zonder gewicht
B
heel erg licht
C
heel erg zwaar
D
luchtig

Slide 5 - Quizvraag

Wat is het tegenovergestelde van het woord 'spontaan'?
bedachtzaam
toestand

Slide 6 - Poll

Welk plaatje hoort bij de aarde
Sleep het woord naar het plaatje.
de aarde

Slide 7 - Sleepvraag

Op welke plaats hoort de komma in de zin?
'Meneer bent u echt een astronaut?'
A
Meneer bent u, echt een astronaut?
B
Meneer bent u echt een, astronaut?
C
Meneer bent u echt, een astronaut?
D
Meneer, bent u echt een astronaut?

Slide 8 - Quizvraag

Wat zijn de 'twee' zelfstandige naamwoorden in de zin?
'De aarde is de planeet waarop wij wonen'
A
de, planeet
B
waarop, wonen
C
aarde, planeet
D
wij, wonen

Slide 9 - Quizvraag

Welk woord past in de zin?
sleep het juiste woord naar de zin, de andere woorden sleep je naar het kleine rode vak
Het ....   is het makkelijkst, want dat komt regelmatig terug. 
deze woorden passen niet in de zin
couplet 
toestand
gewichtloos
refrein
bedachtzaam

Slide 10 - Sleepvraag

Wat is het onderwerp in de zin?
'In de tuin staat een raket'
A
de tuin
B
een raket
C
staat
D
in

Slide 11 - Quizvraag

Naar welk woord verwijst 'ze'?
Mama is bezig, ze heeft geen tijd.
A
bezig
B
heeft
C
tijd
D
mama

Slide 12 - Quizvraag

Wat ga jij nog extra oefenen voor de toets?
zelfstandige naamwoorden
onderwerp in de zin
komma op de juiste plek
themawoorden

Slide 13 - Poll