SoVa:
Begroeten
Gesprekssituaties
SoVa:
Begroeten
Gesprekssituaties
Situatie 1: Directeur in de gang
Je ziet de directeur in de gang. Hoe begroet je hem/haar?
Situatie 2: Klasgenoot op de speelplaats
Je komt een klasgenoot tegen op de speelplaats. Wat zeg je?
Situatie 3: Nieuwe leerling in de klas
Je ontmoet iemand nieuw in de klas. Hoe stel je jezelf voor?
Situatie 4: Weggaan na de les
Je gaat weg bij de juf na de les. Wat zeg je?
Situatie 5: Hallo tegen de buschauffeur
Je zegt hallo tegen de buschauffeur. Hoe doe je dat?
Situatie 6: Mentor in de gang
Je ziet je mentor in de gang. Hoe begroet je hem/haar?
Situatie 7: Nieuwe leerling in de klas
Je komt een nieuwe leerling tegen in de klas. Wat zeg je?
Situatie 8: Dag tegen een vriend
Je zegt dag tegen een vriend op het speelplein. Hoe doe je dat?
Situatie 9: Reftr verlaten na lunch
Je verlaat de refter na de lunch. Wat zeg je?
Situatie 10: Begroeting buschauffeur
Je begroet de buschauffeur 's morgens. Wat zeg je?
Situatie 11: Buurman op straat
Je komt je buurman tegen op straat. Wat zeg je?
Situatie 12: Stagiair in de klas
Je ontmoet een stagiair in de klas. Hoe stel je jezelf voor?
Situatie 13: Poetsvrouw in de school
Je ziet de poetsvrouw in de school. Wat zeg je?
Situatie 14: Leerkracht bij het atelier
Je komt een leerkracht tegen bij het atelier. Wat zeg je?
Situatie 15: Leerling van andere klas
Je begroet een leerling van een andere klas. Wat zeg je?
Situatie 16: Oudere leerling op de trap
Je ziet een oudere leerling op de trap. Hoe begroet je hem/haar?
Situatie 17: Familielid bij schoolpoort
Je komt een familielid tegen bij de schoolpoort. Wat zeg je?
Situatie 18: Directeur tijdens speeltijd
Je begroet de directeur tijdens de speeltijd. Wat zeg je?