herhaling h1-5

Goedemiddag
😒🙁😐🙂😃
1 / 41
volgende
Slide 1: Poll
BedrijfsadministratieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Goedemiddag
😒🙁😐🙂😃

Slide 1 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Waar staat het op de balans? 
(sleep de begrippen naar het rode kader)
debetzijde
creditzijde
eigen pand
lening van ouders
lening van bank
eigen vermogen
inventaris
voorraad goederen

Slide 2 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noemen we de rechterzijde van de balans ?
timer
1:00
A
Liquide middelen
B
Passiva
C
Debet
D
Activa

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Is de balans altijd in evenwicht?
Of zijn er uitzonderingen
A
Ja
B
Nee

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een balans is een overzicht van
A
bezit, schuld en vreemd vermogen.
B
bezit, winst en vreemd vermogen.
C
bezit, schuld en eigen vermogen.
D
bezit, winst en eigen vermogen.

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

welke stelling klopt niet ?
A
een balans is altijd in evenwicht
B
een balans is een momentopname
C
heeft een debetzijde en een creditzijde
D
wordt altijd opgemaakt op 31 december

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar staat het Eigen vermogen op de balans?
A
De linkerkant ( debet)
B
De rechterkant (credit)
C
De linkerkant (credit)
D
De rechterkant (debet)

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De rechterkant van de balans heet
A
Rechts
B
Creditzijde
C
bezit
D
Activa

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Rubriek 0, 1, 2, 7 horen bij...
A
Proefbalans
B
Saldibalans
C
Winst en verliesrekening
D
Eindbalans

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De linkerkant van de balans wordt ook wel passiva genoemd
A
Waar
B
Niet waar

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noemen wij de linkerkant van de balans?
A
Debet
B
Credit

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Onder welke balanspost zetten we de debiteuren
A
Vaste activa
B
Eigen Vermogen
C
Liquide middelen
D
Vlottende activa

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

credit
eigen
vermogen
schulden
bezittingen
Debet

Slide 13 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Liquide middelen
Vaste activa
Vlottende activa
Eigen vermogen
Kort vreemd vermogen
Lang vreemd vermogen
Gebouw
Bedrijfsterrein
Rabobank rekening
Kas
Debiteuren
Aandelen
Lening (5 jaar)
Hypothecaire lening
Crediteuren
Lening (<1 jaar)

Slide 14 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies


Wat is een voorbeeld van vaste activa?
A
Bedrijfscomputer
B
Voorraad
C
Crediteuren
D
Debiteuren

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een voorbeeld van een langlopende lening?
A
Crediteuren
B
Banklening
C
Hypothecaire lening
D
Schuld vriend

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel rubrieknummers kennen wij in de administartie?

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

In welke rubriek vallen kosten
A
0
B
4
C
8
D
7

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In welke rubriek vallen opbrengsten
A
0
B
4
C
8
D
7

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In welke rubriek vallen Voorraad goederen
A
0
B
4
C
8
D
7

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Rubriek 4, 8 en 9 horen bij...
A
Proefbalans
B
Saldibalans
C
Winst en verliesrekening
D
Eindbalans

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In welke rubriek vallen de incidentele resultaten
A
9
B
2
C
8
D
7

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe bereken je het eigen vermogen?
A
Schulden-bezittingen
B
Bezittingen- Schulden
C
Eigen vermogen + Bezittingen
D
Debet- Credit

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat hoort niet bij een bezitting?
A
Crediteuren
B
Debiteuren
C
Bank
D
Kas

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is geen voorbeeld van kort vreemd vermogen?
A
Crediteuren
B
Bank r-c
C
Hypothecaire lening

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een voorbeeld van vaste activa?
A
gebouwen
B
voorraden
C
debiteuren
D
crediteuren

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

leveranciers die wij nog moeten betalen omdat we iets bij hun hebben gekocht zijn...
A
debiteuren
B
crediteuren
C
langlopende schulden
D
voorraad

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bedragen op de rekening kas en bank samen zijn.
A
permanent vermogen
B
Financiële vaste activa
C
Liquide middelen
D
Rekening courant

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke balansmutaties vinden er plaats?
Als:
De onderneming verkoopt goederen op rekening voor €14.200. De inkoopwaarde is €9.400.
A
Debiteuren +€14.200 Voorraad -€9.400 Eigenvermogen+€4.800
B
Debiteuren -€14.200 Voorraad -€9.400 Eigenvermogen+€4.800
C
Debiteuren +€14.200 Voorraad -€14.200
D
Debiteuren +14.200 Voorraad -€9.400 Eigenvermogen-€4.800

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De rekening van voorraad wordt tijdens het open van een grootboek...
A
gecrediteerd
B
gedebiteerd

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tot welk soort rekening behoort de grootboekrekening Administratiekosten
A
bezit
B
schuld
C
eigen vermogen
D
hulprekening van het eigen vermogen

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke grootboekrekening is een voorbeeld van een HEV?
A
Energiekosten
B
Voorraad
C
Crediteuren
D
Inventaris

Slide 32 - Quizvraag

A Energiekosten (zorgt voor een toe- of afname van het eigen vermogen).


Alle grootboekenrekeningen bij elkaar noem je
A
Het grootboek
B
de balans
C
de financiële feiten
D
boekingen

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De rekening van crediteuren wordt tijdens het open van een grootboek...
A
gecrediteerd
B
gedebiteerd

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Onder welke categorie valt een hypothecaire lening?
A
Liquide middelen
B
Eigen vermogen
C
Lang vreemd vermogen
D
Kort vreemd vermogen

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het eigen vermogen (EV) bereken je door de het vreemd vermogen (VV) van het totale vermogen (TV) af te trekken:
EV = TV - VV
A
juist
B
onjuist

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Rubriek 0, 1, 2, 7 horen bij...
A
Proefbalans
B
Saldibalans
C
Winst en verliesrekening
D
Eindbalans

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Rubriek 4, 8 en 9 horen bij...
A
Proefbalans
B
Saldibalans
C
Winst en verliesrekening
D
Eindbalans

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderwerpen die nog onduidelijk zijn?

Slide 40 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Hoe vonden jullie de les gaan?
😒🙁😐🙂😃

Slide 41 - Poll

Deze slide heeft geen instructies