pH-papier met kleurenschaal: de kleur geeft de pH (foto: Sahaya Rajan S, CC0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REKENEN · PH EN KZ
Quiz
Terugblik: pH-berekeningen
pH-papier met kleurenschaal: de kleur geeft de pH (foto: Sahaya Rajan S, CC0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REKENEN · PH EN KZ
Quiz
Terugblik: pH-berekeningen
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Sahaya Rajan S / Wikimedia Commons, CC0
Neutraal water van 298 K: hoe groot is [OH⁻]?
1,0·10⁻¹⁴ mol L⁻¹
1,0·10⁻⁷ mol L⁻¹
1,0·10⁻⁶ mol L⁻¹
7,0 mol L⁻¹
[H₃O⁺] = [OH⁻] = √Kw = 1,0·10⁻⁷ mol L⁻¹. Verwachte fouten: Kw zelf (1,0·10⁻¹⁴) en de pH als concentratie (7,0). Syllabus R&A1.6.
[OH⁻] = 4,0·10⁻⁶ mol L⁻¹. Wat is de pH (298 K)?
5,40
19,40
4,0
8,60
pOH = −log(4,0·10⁻⁶) = 5,40; pH = 14,00 − 5,40 = 8,60 (twee keer nagerekend). Verwachte fouten: de pOH noteren (5,40), optellen (19,40) en geen logaritme nemen. Syllabus R&A1.4.
Vul in
Bij een zwak zuur is [H₃O⁺] kleiner dan c, omdat het zuur gedeeltelijk ioniseert; bij een sterk zuur is [H₃O⁺] gelijk aan c.
Zwak zuur: HZ + H₂O ⇌ H₃O⁺ + Z⁻ stelt zich in als evenwicht, dus x = [H₃O⁺] is kleiner dan c. Sterk zuur: volledige ionisatie, [H₃O⁺] = c. Verwachte fout: een zwak zuur rekenen als een sterk zuur (x = c). Syllabus R&A1.5.
0,0020 mol L⁻¹ HNO₃ (sterk zuur). Wat is de pH?
2,70
2,7
11,30
3,70
[H₃O⁺] = 0,0020 mol L⁻¹; pH = −log 0,0020 = 2,699 → 2,70 (twee significante cijfers, twee decimalen; twee keer nagerekend). Verwachte fouten: het aantal decimalen negeren (2,7), de pOH uitrekenen (11,30) en 1 te veel optellen (3,70). Syllabus R&A1.5.
0,10 M NH₄Cl, Kz(NH₄⁺) = 5,6·10⁻¹⁰. Bereken de pH.
NH₄Cl valt in water volledig uiteen in NH₄⁺ en Cl⁻; alleen NH₄⁺ (zwak zuur) bepaalt de pH: NH₄⁺ + H₂O ⇌ NH₃ + H₃O⁺ (atomen en lading kloppen: 1+ = 1+). x = [H₃O⁺] = √(5,6·10⁻¹⁰ × 0,10) = 7,5·10⁻⁶ mol L⁻¹; pH = 5,13 (twee keer nagerekend: 5,126; x / c is verwaarloosbaar). Verwachte fouten: pH 7,00 (zout is neutraal), Kb gebruiken in plaats van Kz (pOH 5,13 en pH 8,87) en de wortel vergeten. Syllabus R&A1.5 en R&A1.6.
Laagste naar hoogste pH (alle 0,10 mol L⁻¹)
Zoutzuur (sterk zuur) pH 1,00; azijnzuur (zwak zuur) ongeveer pH 2,9; ammonia (zwakke base) ongeveer pH 11,1; natronloog (sterke base) pH 13,00. Twee keer nagerekend met Kz = 1,8·10⁻⁵ en Kb = 1,8·10⁻⁵. Verwachte fout: ammonia en natronloog omwisselen of azijnzuur onder zoutzuur zetten. Syllabus R&A1.5.
Een zwak zuur wordt 100 keer verdund (benadering). De pH stijgt met ongeveer
2,0
0,50
1,0
0,30
Met de benadering is [H₃O⁺] evenredig met √c: 100 keer verdunnen geeft een factor 10 in [H₃O⁺], dus de pH stijgt 1,0. Een sterk zuur stijgt 2,0. Verwachte fout: 2,0 (de regel van het sterke zuur). Syllabus R&A1.5.
Azijnzuur 0,050 M, Kz = 1,8·10⁻⁵. Hoeveel % is gesplitst?
x = √(1,8·10⁻⁵ × 0,050) = 9,5·10⁻⁴ mol L⁻¹ (exact 9,4·10⁻⁴); x / c × 100 % = 1,9 % (twee keer nagerekend: 1,90 % en exact 1,88 %). Dat is minder dan 5 %, dus de benadering mag. Verwachte fouten: de wortel vergeten (x / c = 0,0018 %) en x / c niet met 100 % vermenigvuldigen (0,019). Syllabus R&A1.5 en R&A1.6.
Zwak zuur met pH 2,85: [H₃O⁺] in mol L⁻¹?
[H₃O⁺] = 10^(−2,85) = 1,41·10⁻³ → 1,4·10⁻³ mol L⁻¹ (twee decimalen in de pH, dus twee significante cijfers; twee keer nagerekend). Dit is niet de beginconcentratie van het zuur. Verwachte fouten: 2,9·10⁻³ of de uitkomst als beginconcentratie gebruiken. Syllabus R&A1.4.
Kz(HA) is 10 keer zo groot als Kz(HB). Hoe verhoudt Kb(A⁻) zich tot Kb(B⁻)?
10 keer zo groot
even groot
10 keer zo klein
100 keer zo klein
Kb = Kw / Kz en Kw is constant (1,0·10⁻¹⁴ bij 298 K): is Kz 10 keer zo groot, dan is Kb 10 keer zo klein. Verwachte fouten: denken dat een sterk zuur een sterke base heeft (10 keer zo groot) of dat Kb niet van Kz afhangt. Syllabus R&A1.6.
Bij welk zwak zuur mag je [HZ] = c niet benaderen?
1,0·10⁻³ M met Kz = 1,8·10⁻⁵
0,20 M met Kz = 1,8·10⁻⁵
1,0 M met Kz = 1,8·10⁻⁴
0,10 M met Kz = 6,2·10⁻¹⁰
Bij 1,0·10⁻³ M en Kz = 1,8·10⁻⁵ is x / c = 13 % (te groot). De andere zijn 0,95 %, 1,3 % en 0,008 %, twee keer nagerekend met x = √(Kz × c). Verwachte fout: alleen naar Kz kijken in plaats van naar de verhouding met c. Syllabus R&A1.5.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REKENEN · PH EN KZ
Goed gedaan!
Je kunt nu de pH berekenen van sterke en zwakke zuren en basen, met en zonder benadering, en uit de pH terugrekenen naar de concentratie. Controleer altijd x / c.
Deze slide heeft geen instructies