Universele indicator in reageerbuizen (foto: Knowledge genome, CC BY-SA 4.0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · ZUREN · STERKTE EN BUFFERS
Examentraining
Zuren en basen: zo pak je examenvragen aan
Universele indicator in reageerbuizen (foto: Knowledge genome, CC BY-SA 4.0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · ZUREN · STERKTE EN BUFFERS
Examentraining
Zuren en basen: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Knowledge genome / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · ZUREN · STERKTE EN BUFFERS
Wat ga je kunnen?
Ik kan koppels herkennen, zuur-basereacties opstellen, sterkte en verloop beoordelen met Kz en een buffer uitleggen.
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · ZUREN · STERKTE EN BUFFERS
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: welke deeltjes staan H⁺ af of op en welke Kz-waarden zijn gegeven?
2. Wijs aan: zet bij elk deeltje zuur of base en zoek de koppels.
3. Redeneer: vergelijk Kz, of bepaal welk koppel de H⁺ opvangt.
4. Controleer: kloppen atomen en lading, en past de toestand erbij?
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · ZUREN · STERKTE EN BUFFERS
Vraagtype 1: zuur-basekoppels
Zoek in de reactie welk deeltje H⁺ afstaat en welk H⁺ opneemt.
Een zuur-basekoppel verschilt precies één H⁺: HCO₃⁻/CO₃²⁻, H₂PO₄⁻/HPO₄²⁻.
Een deeltje dat in twee koppels voorkomt, kan zuur én base zijn.
Wat het is, hangt van de reactiepartner af.
Deze slide heeft geen instructies
H₂PO₄⁻ + OH⁻ → HPO₄²⁻ + H₂O. Wat is H₂PO₄⁻ in deze reactie?
Een base: het neemt een H⁺ op
Een zuur: het neemt OH⁻ op
Een base: het staat OH⁻ af
Een zuur: het staat een H⁺ af
H₂PO₄⁻ staat een H⁺ af aan OH⁻ en wordt HPO₄²⁻. Controle: 3 H, 1 P, 5 O links en rechts; lading 2− aan beide kanten. Verwachte fout: base kiezen omdat het een negatief ion is. Syllabus R1.7.
Welke twee deeltjes vormen samen een zuur-basekoppel?
H₃PO₄ en HPO₄²⁻
H₂PO₄⁻ en PO₄³⁻
H₃PO₄ en PO₄³⁻
H₂PO₄⁻ en HPO₄²⁻
In een koppel verschillen zuur en base één H⁺: H₂PO₄⁻ staat één H⁺ af en wordt HPO₄²⁻. De andere paren verschillen twee of drie H⁺. Verwachte fout: H₃PO₄ en PO₄³⁻ kiezen omdat het eerste en laatste deeltje zijn. Syllabus R1.3.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · ZUREN · STERKTE EN BUFFERS
Vraagtype 2: reactievergelijking opstellen
Haal één H⁺ per reactiestap van het zuur af en zet hem bij de base.
Een sterk zuur of sterke base reageert aflopend (→), een zwak met een zwak geeft ⇌.
Tel atomen en lading links en rechts, en zet de toestanden erbij.
Bij een koolstofdioxide-product: H₂CO₃ valt uiteen in CO₂ en H₂O.
Deze slide heeft geen instructies
Geef de reactie van HCO₃⁻(aq) met OH⁻(aq).
Goed antwoord: HCO₃⁻(aq) + OH⁻(aq) → CO₃²⁻(aq) + H₂O(l). Controle: 2 H, 1 C, 4 O links en rechts; lading 2− aan beide kanten. HCO₃⁻ is hier het zuur. Verwachte fouten: CO₂ als product schrijven of de lading van CO₃²⁻ vergeten. Syllabus R1.7.
Soda (CO₃²⁻) reageert met azijnzuur. Welke vergelijking klopt?
CO₃²⁻ + CH₃COOH → CO₂ + H₂O + CH₃COO⁻
CO₃²⁻ + 2 CH₃COOH → CO₂ + H₂O + 2 CH₃COO⁻
CO₃²⁻ + 2 CH₃COOH → CO₂ + H₂O + 2 CH₃COO
CO₃²⁻ + 2 CH₃COOH → CO₂ + 2 H₂O + 2 CH₃COO⁻
Controle goede antwoord: links 1 + 4 = 5 C, 8 H, 3 + 4 = 7 O, lading 2−; rechts 1 + 4 = 5 C, 2 + 6 = 8 H, 2 + 1 + 4 = 7 O, lading 2 × 1− = 2−. Afleiders: te weinig azijnzuur (H en lading kloppen niet), lading van het acetaat vergeten, en te veel H₂O (H en O kloppen niet). Syllabus R1.1 en R1.7.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · ZUREN · STERKTE EN BUFFERS
Vraagtype 3: sterkte en verloop met Kz
Gegeven Kz: CH₃COOH 1,8·10⁻⁵, H₂CO₃ 4,5·10⁻⁷, NH₄⁺ 5,6·10⁻¹⁰, HCO₃⁻ 4,7·10⁻¹¹.
Groter Kz is een sterker zuur, en dus een zwakkere base in het koppel.
Evenwicht: vergelijk Kz van het zuur links met dat van het zuur rechts.
Het evenwicht ligt aan de kant van het zwakkere zuur.
Deze slide heeft geen instructies
Kz(HCO₃⁻) = 4,7·10⁻¹¹ en Kz(NH₄⁺) = 5,6·10⁻¹⁰. Welke base is sterker?
CO₃²⁻, want HCO₃⁻ heeft de grotere Kz
NH₃, want NH₄⁺ is het zwakkere zuur
CO₃²⁻, want HCO₃⁻ is het zwakkere zuur
NH₃, want NH₄⁺ heeft de kleinere Kz
Kz(HCO₃⁻) is kleiner dan Kz(NH₄⁺), dus HCO₃⁻ is het zwakkere zuur en de base van zijn koppel, CO₃²⁻, de sterkere base. Verwachte fout: de redenering omdraaien en een groter Kz bij de sterkere base zoeken. Syllabus R1.8.
Kz: NH₄⁺ 5,6·10⁻¹⁰, HCO₃⁻ 4,7·10⁻¹¹. Waar ligt NH₃ + HCO₃⁻ ⇌ NH₄⁺ + CO₃²⁻?
Links, want NH₄⁺ is het sterkere zuur
Rechts, want NH₄⁺ is het sterkere zuur
Links, want HCO₃⁻ is het sterkere zuur
Rechts, want HCO₃⁻ is het sterkere zuur
Zuur links: HCO₃⁻ met Kz 4,7·10⁻¹¹. Zuur rechts: NH₄⁺ met Kz 5,6·10⁻¹⁰, dat is groter. Het evenwicht ligt dus links, bij het zwakkere zuur. Controle vergelijking: links 1 N, 3 + 1 = 4 H, 1 C, 3 O en lading 1−; rechts 1 N, 4 H, 1 C, 3 O en lading 1+ + 2− = 1−. Verwachte fout: de richting verkeerd om bepalen. Syllabus R1.7 en R1.8.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · ZUREN · STERKTE EN BUFFERS
Vraagtype 4: een buffer uitleggen
Een buffer heeft een zwak zuur en de base van hetzelfde koppel nodig.
Extra H₃O⁺ wordt opgenomen door de base, extra OH⁻ door het zuur.
Het zuur en de base reageren weg: de buffer raakt uitgeput.
Noem altijd beide deeltjes en de reactie.
Deze slide heeft geen instructies
Waarom werkt een mengsel van HCO₃⁻ en CO₃²⁻ als buffer?
Beide deeltjes zijn een sterke base
Zwak zuur en de base van dat koppel zijn er
Het zijn twee verschillende zwakke zuren
HCO₃⁻ is een sterk zuur, CO₃²⁻ zijn base
HCO₃⁻ is een zwak zuur en CO₃²⁻ de base van hetzelfde koppel: dat is een buffer. Het bevat HCO₃⁻ + OH⁻ → CO₃²⁻ + H₂O (extra base) en CO₃²⁻ + H₃O⁺ → HCO₃⁻ + H₂O (extra zuur). Verwachte fout: denken dat twee zwakke zuren al een buffer vormen. Syllabus R1.9.
Een buffer krijgt heel veel H₃O⁺. Wat gebeurt er uiteindelijk?
Het zwakke zuur raakt op en de pH daalt sterk
De buffer blijft onbeperkt de pH constant houden
De base verandert in een sterk zuur
De base raakt op en de pH daalt sterk
De base van het koppel neemt de H⁺ op; is die opgebruikt, dan blijft H₃O⁺ over en daalt de pH sterk. Verwachte fout: denken dat een buffer onbeperkt werkt. Syllabus R1.9.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Koppels, zuur én base
Reactievergelijking opstellen
Sterkte en verloop met Kz
Een buffer uitleggen
Kies bij de uitkomst één vraagtype voor extra oefening.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · ZUREN · STERKTE EN BUFFERS
Tips voor op het examen
Het zuur en de base van een koppel verschillen precies één H⁺: let op de lading.
Bij een evenwicht: het zwakkere zuur staat aan de kant waar het evenwicht ligt.
Een buffer is nooit een sterk zuur met zijn base, altijd een zwak zuur met zijn base.
Gegeven Kz in de vraag? Gebruik die, niet de waarde uit je geheugen.
Deze slide heeft geen instructies