Uit mijn studietijd ben ik veel vergeten, maar één oude leermeester herinner ik mij nog
goed: professor Gijs Kuypers. Aan de Vrije Universiteit in Amsterdam was hij één van
de drijvende krachten achter de Politieke Wetenschappen. Zijn colleges waren saai: hij
sprak met zachte, monotone stem en rookte veelal tijdens de lessen een sigaartje
(ja lezer, dat kon toen nog gewoon). Maar zijn boeken waren, en zijn, daarentegen
uitermate boeiend. De bijzondere interesse van Kuypers ging uit naar de beleidswetenschap.
Ter introductie kregen wij zijn ‘Grondbegrippen van politiek’ voorgeschoteld,
waarin hij ons trakteerde op een doordacht en consistent begrippenkader.
Later heeft hij zijn grondbegrippen uitgewerkt tot een theoretisch kader over het
ontwerpen van beleid. Een kroonjuweel uit zijn geschriften is ‘de doelboom’, en vooral
de centrale aanname daarachter dat ‘een actor’ een gewenste toekomstige situatie
of omstandigheid dichterbij kan brengen. De doelboom toonde in één oogopslag de
hoofddoelen, tussendoelen en middelen van een actor - een fraaie illustratie van de
kracht van de eenvoud.