Herhaling § 10.2 & § 10.4

Herhaling § 10.2 + § 10.4
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
mens en natuurMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Herhaling § 10.2 + § 10.4

Slide 1 - Tekstslide

Wat ga je doen week 14 & 15
  • Luisteren herhaling theorie § 10.2 & § 10.4  
  • Maken opdrachten via lessonup en docent
  • Leren SO § 10.2 & § 10.4  
  • Maken SO § 10.2 & § 10.4  

Slide 2 - Tekstslide

Herhaling § 10.2
Luister naar de uitleg:
Welke soorten krachten zijn er?

Slide 3 - Tekstslide

Herhaling § 10.2
Luister naar de uitleg:
Hoe meet je krachten?

Slide 4 - Tekstslide

Herhaling § 10.2
Luister naar de uitleg:


Hoe teken je een kracht?

Slide 5 - Tekstslide

Welke kracht hoort bij de situatie?

Een glas valt uit je handen
A
Zwaartekracht
B
Spierkracht
C
Veerkracht
D
Wrijvingskracht

Slide 6 - Quizvraag

Welke kracht hoort bij de situatie?

Je maakt de oven open

A
Zwaartekracht
B
Spierkracht
C
Veerkracht
D
Wrijvingskracht

Slide 7 - Quizvraag

Welke kracht hoort bij de situatie?

Je fiets komt tot stilstand in los zand

A
Zwaartekracht
B
Spierkracht
C
Veerkracht
D
Wrijvingskracht

Slide 8 - Quizvraag

Welke kracht hoort bij de situatie?

Een elastiekje rekt uit

A
Zwaartekracht
B
Spierkracht
C
Veerkracht
D
Wrijvingskracht

Slide 9 - Quizvraag

Welke kracht hoort bij de situatie?

Je springt op een trampoline
A
Zwaartekracht
B
Spierkracht
C
Veerkracht
D
Wrijvingskracht

Slide 10 - Quizvraag

Een zweefvliegtuig hangt stil in de lucht. Welke twee krachten werken op het vliegtuig?

Slide 11 - Open vraag

Een eenheid waarmee je krachten meet is.....
A
Kilogram
B
Newton
C
Krachtmeter
D
Kilometer

Slide 12 - Quizvraag

Met welke formule reken je de zwaarte kracht uit op een voorwerp?
A
zwaartekracht (N) = massa (Kg) x 10
B
zwaartekracht (N) = massa (Kg) x 100

Slide 13 - Quizvraag

1. Neem de tabel over op een blad en vul deze in.
Massa
 Zwaartekracht
Berekening
40 Kg
123 Kg
850 g
256 N
98 N
Zet je naam en klas boven je blad en lever deze na het maken van alle opdrachten in bij je docent.

Slide 14 - Tekstslide

Op welke manier kun je een kracht op papier tekenen?
Met een ...........
A
Vierkant
B
Cirkel
C
Pijl
D
Driehoek

Slide 15 - Quizvraag

2. Teken een pijl van 4cm naar rechts op je blad
  1. Teken met potlood!
  2. Teken met rood het aangrijpingspunt bij de kracht
  3. Bereken hoe groot de kracht is die he hebt getekend
    (zet de som er bij anders is het geen berekening)

1 cm = 25N

Slide 16 - Tekstslide

3. Teken een pijl van 8,5cm naar beneden op je blad
  1. Teken met potlood!
  2. Teken met rood het aangrijpingspunt bij de kracht
  3. Bereken hoe groot de kracht is die he hebt getekend
    (zet de som er bij anders is het geen berekening)

1 cm = 10N

Slide 17 - Tekstslide

4. Teken een helikopter op je blad
  1. Teken met potlood!
  2. De zwaartekracht  werkt met 12N op de helikopter. Teken deze kracht in je tekening
  3. De helikopter vliegt met een kracht van 20N
    naar links. Teken deze kracht in je tekening

1 cm = 2N


Slide 18 - Tekstslide

5. teken een punt op je blad
Dit is het aangrijpingspunt van een kracht van 600 N naar rechts.
  1. Teken met potlood!
  2. Bereken hoe groot de kracht moet zijn (zet de som er bij!)
  3. Teken de kracht
  
1cm stelt 150N voor

Slide 19 - Tekstslide

Herhaling § 10.4
Luister naar de uitleg


Wat is een hefboom?

Slide 20 - Tekstslide

Herhaling § 10.4
Luister naar de uitleg


Hoe werkt een hefboom?

Slide 21 - Tekstslide

Herhaling § 10.4
Luister naar de uitleg


Hoe krijg je een hefboom in evenwicht?

Slide 22 - Tekstslide

Noem voorbeelden
van hefbomen

Slide 23 - Woordweb

Kun je in elke hefboom vinden
Manier om je kracht te vergroten
Grote kracht
Langste kant van de hefboom
Korte arm
Lange arm
Hefboomwerking
Draaipunt

Slide 24 - Sleepvraag

Jesper zit rechts van het draaipunt en Maud links
van het draaipunt op de wip. Maud wil
graag dat de wip in evenwicht is.
Wat moet er gebeuren?
A
Jesper gaat dichter bij het draaipunt zitten
B
Jesper gaat nog verder van het draaipunt afzitten
C
Maud gaat dichter bij het draaipunt zitten
D
Maud gaat van de wip af

Slide 25 - Quizvraag

Tjeerd wil een moer vastdraaien. Op welk punt hoeft Tjeerd de minste kracht te zetten op de sleutel?
A
Punt 1
B
Punt 2
C
Punt 3

Slide 26 - Quizvraag

Hoeveel armen heeft deze hefboom?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 27 - Quizvraag

6. bereken op je blaadje 

Is deze hefboom in evenwicht?
Tip: gebruik de formule:  kracht li x arm li = kracht re x arm re




Slide 28 - Tekstslide

7. bereken op je blaadje 

Is deze hefboom in evenwicht?
Tip: gebruik de formule:  kracht li x arm li = kracht re x arm re




Slide 29 - Tekstslide

8. bereken op je blaadje 

Is deze hefboom in evenwicht?
Tip: gebruik de formule:  kracht li x arm li = kracht re x arm re




Slide 30 - Tekstslide

9. bereken op je blaadje 

Is deze hefboom in evenwicht?
Tip: gebruik de formule:  kracht li x arm li = kracht re x arm re




Slide 31 - Tekstslide

10. bereken op je blaadje 

Aan de linkerkant van de wip zit een jongen van 300N op 1,5 m van het draaipunt. Aan de rechterkant zit een meisje van 350 N op 1 m van het draaipunt.

Is deze hefboom in evenwicht?

Tip: gebruik de formule:  kracht li x arm li = kracht re x arm re


Slide 32 - Tekstslide

11. bereken op je blaadje 

Aan de linkerkant van de wip zit een jongen van 15kg op 2,5 m van het draaipunt. Aan de rechterkant zit een meisje van 120 N op 1 m van het draaipunt.

Is deze hefboom in evenwicht?

Tip: gebruik de formule:  kracht li x arm li = kracht re x arm re
Kijk goed naar de eenheden (N / kg)


Slide 33 - Tekstslide