Inleiding - Cultuur van de Kerk

Cultuur van de Kerk
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
KunstMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Cultuur van de Kerk

Slide 1 - Tekstslide

Wat weet jij van de Middeleeuwen?

Slide 2 - Woordweb

Wat is je voorbereiding geweest voor deze les?
A
Ik heb het huiswerk niet gezien en daarom ook niks gedaan.
B
Ik heb het huiswerk gezien, maar heb het niet de uitlegvideo (helemaal) bekeken.
C
Ik heb de uitlegvideo over de inleiding van Cultuur van de Kerk bekeken.
D
Ik heb de uitlegvideo over de inleiding van Cultuur van de Kerk bekeken en aantekeningen gemaakt bij de leerdoelen.

Slide 3 - Quizvraag

Slide 4 - Video

Cultuur van de Kerk

1000-1150 na Chr.
Romaans

1150-1500 na Chr.
Gotiek

Slide 5 - Tekstslide

De klassieke oudheid: Grieken en Romeinen
Renaissance
Onze tijd

Slide 6 - Tekstslide

Leerdoelen
1. Je kan uitleggen wanneer de middeleeuwen zijn ontstaan, welke maatschappelijke en economische ontwikkelingen plaatsvinden en wanneer ze eindigden;
2. Je kan uitleggen hoe de wetenschap ervoor stond in de middeleeuwen (bij zowel de ‘Europeanen’ als de Arabieren) en hoe de kerk hier invloed op heeft;
3. Je kent het feodale stelsel en kan de drie standen benoemen met hun bezigheden;
4. Je kan uitleggen op welke manier de kerk invloed had op het dagelijks leven van de mensen in die tijd;
5. Je kan uitleggen op welke manier de Kerk/kloosters hebben bijgedragen aan scholing.
6. Je kent de belangrijkste verhalen uit de Bijbel: schepping, zondeval, (aankondiging/ annunciatie van) Jezus geboorte, laatste avondmaal, kruisiging en opstanding van Christus, Hemelvaart, Pinksteren en Het Laatste Oordeel. Aan de hand hiervan kan je de heilsgeschiedenis uitleggen.
7. Je kan uitleggen waarom kruistochten werden ondernomen en wat de (positieve en negatieve) gevolgen waren;
8. Je kan de volgende begrippen beschrijven (en herkennen): gilden, scholastiek, relikwie, heilige geest, pelgrimages (pelgrimstochten), inquisitie, de pest.

Slide 7 - Tekstslide

Vroege middeleeuwen
Hoge middeleeuwen
Late middeleeuwen
500-1000 n Chr.
1000-1200 n Chr.
1200-1450/1500 n Chr.
Veel oorlogen en volksverhuizingen
Handelssteden ontstaan/bloeien op (Hanze)
Eerste universiteiten ontstaan
De pest zorgt voor een afname van de bevolking
Columbus ontdekt Amerika
Eerste kruistochten
Renaissance ontstaat in Italië

Slide 8 - Sleepvraag

Vooral in de vroege en hoge middeleeuwen was de maatschappij statisch, ze had een structuur waarin niet snel veranderingen plaatsvonden. Zo was de maatschappij verdeeld in een aantal standen of klassen.
Noem drie klassen uit deze maatschappij.

Slide 9 - Open vraag

Verhalen uit de Bijbel

Slide 10 - Tekstslide

De middeleeuwen zijn doortrokken van religie. Deze religie is gebaseerd op de christelijke heilsgeschiedenis. Leg in het kort uit wat de christelijke heilsgeschiedenis inhoudt.
Betrek de schepping, de verlossing en het laatste oordeel in je antwoord.
(zoek de juiste afbeeldingen in het lokaal erbij)

Slide 11 - Open vraag

Wat is de functie van het voorwerp op de afbeelding?
Wat heeft het te maken met de bouw van kerken in de
middeleeuwen?

Slide 12 - Open vraag

In de middeleeuwen maakten velen pelgrimstochten naar heilige plaatsen. Deze routes gingen langs kerken waar relikwieën van belangrijke heiligen werden bewaard. Zo werden in Vezelay relikwieën van de heilige Maria Magdalena bewaard in de Sainte-Madeleine. Leg uit wat een relikwie is en wat het verschil is tussen primaire en secundaire relikwieën.

Slide 13 - Open vraag

Wat weet je over
de functies en het onderwijssysteem
binnen de gilden?

Slide 14 - Woordweb

Gilden
Functies:
- Het regelen van onderwijs binnen het vakgebied
- De kwaliteit bewaken van gildeproducten
- De prijsbepaling van gildeproducten
- verder waren ze soms betrokken bij het stadsbestuur, de armenzorg en de bouw van kerken.

Onderwijssysteem:
- Eerst kom je als leerling in dienst bij een gildemeester.
- Als je het goed doet kom je als gezel in loondienst bij een meester.
- Na een aantal jaren kan een gezel een meesterproef afleggen. Als die voldoende wordt beoordeeld, mag hij zich voortaan 'meester' noemen en zijn eigen werkplaats beginnen.

Slide 15 - Tekstslide

Geef een reden vanuit de religie waarom het moeilijk was om van sociale klasse (stand) te veranderen.

Slide 16 - Open vraag

Slide 17 - Tekstslide

Op de afbeelding zie je een gezelschap op de valkenjacht.
Deze voorstelling uit een getijdenboek maakt veel duidelijk over
de sociale verhoudingen in de late middeleeuwen. Het verschil in
klasse komt tot uiting in de voorstelling en in de vormgeving.
Leg dit uit en betrek de voorstelling en de vormgeving in je antwoord.

Slide 18 - Open vraag