Weer in Nederland en Spanje (Aardrijkskunde vmbo), les 2: Examentraining

WEER EN KLIMAAT · HET WEER

Examentraining

Weer in Nederland en Spanje: zo pak je examenvragen aan

Regen in Amsterdam, juli 1978

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorAardrijkskundeMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining weer voor het vmbo: weerkaarten lezen en aanvullen, het weer verklaren, satellietbeelden interpreteren en Nederland met Spanje vergelijken.

Onderdelen in deze les

WEER EN KLIMAAT · HET WEER

Examentraining

Weer in Nederland en Spanje: zo pak je examenvragen aan

Regen in Amsterdam, juli 1978

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Bert Verhoeff, Anefo / Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0

WEER EN KLIMAAT · HET WEER

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over het weer beantwoorden met een weerkaart, een satellietbeeld en de begrippen van les 1.

Deze slide heeft geen instructies

WEER EN KLIMAAT · HET WEER

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat vraagt de vraag? Beschrijven (wat is er), verklaren (waarom) of voorspellen (wat komt er)?

  • 2. Kijk: zoek op de kaart of het beeld de H, de L, de fronten, de isobaren of de wolken.

  • 3. Koppel: gebruik een weerelement om te beschrijven en een klimaatfactor om te verklaren.

  • 4. Schrijf: noem het gebied en maak de zin af met omdat of daardoor.

Deze slide heeft geen instructies

WEER EN KLIMAAT · HET WEER

Vraagtype 1: weerkaart lezen en aanvullen

  • Je krijgt een weerkaart en moet zeggen welk weer er in een gebied is, of iets op de kaart invullen.

  • Let op: H droog, L nat en winderig, isobaren dicht bij elkaar is harde wind.

  • Aanvullen: teken het juiste front of zet de H of L op de goede plek.

Weerkaart van het KNMI, 8 januari 2019, 12 uur UTC

Het examen geeft vaak een weerkaart met een Nederlands weerbericht erbij. Leerlingen moeten dan een onderdeel aanvullen, bijvoorbeeld het teken van een front. Image credit: KNMI / Wikimedia Commons, vrij met naamsvermelding

Een front met rode halve rondjes trekt over Nederland. Welk weer hoort daarbij?

A

Korte felle buien, daarna wordt het kouder

B

Droog en zonnig weer met weinig wind

C

Mist in de ochtend en een koude nacht

D

Langdurige regen, daarna wordt het warmer

Goed: rode halve rondjes zijn een warmtefront. Warme lucht schuift langzaam over koude lucht: langdurige regen of motregen, daarna warmer. Verwachte fout: warmtefront en koudefront verwisselen.

Een H in januari: noem twee kenmerken van het weer.

Goed antwoord: droog (weinig neerslag), weinig bewolking, weinig wind, koud (vooral 's nachts). Twee van deze noemen. Verwachte fout: warm en zonnig zeggen, want dat geldt voor een hogedrukgebied in de zomer.

WEER EN KLIMAAT · HET WEER

Vraagtype 2: het weer verklaren

  • Je legt uit waarom het ergens regent, sneeuwt of warm is.

  • Gebruik het ontstaan van neerslag: lucht stijgt op, koelt af, waterdamp condenseert.

  • Of gebruik een klimaatfactor: hoogte, zee, breedteligging of de windrichting.

Sneeuw en een skilift in de Sierra Nevada, Zuid-Spanje, januari 2021

Een goede verklaring heeft een oorzaak en een gevolg. Laat leerlingen de woorden omdat of daardoor gebruiken. Image credit: kallerna / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Nerja 16 °C, Sierra Nevada sneeuw. Verklaar dat.

Alleen KB en GL/TL. Goed antwoord: de Sierra Nevada ligt veel hoger. Hoe hoger, hoe kouder: ongeveer 0,6 °C per 100 meter. Op ruim 3000 meter is het zo onder nul. Verwachte fout: alleen zeggen dat het in de bergen kouder is, zonder de hoogte als oorzaak.

Aan de zuidwestkant van een gebergte valt veel regen. Welke wind waait er vooral?

A

Noordoostenwind, die lucht langs de bergen omlaag duwt

B

Zuidwestenwind, die lucht tegen de bergen omhoog duwt

C

Zuidwestenwind, die lucht langs de bergen omlaag duwt

D

Noordoostenwind, die lucht tegen de bergen omhoog duwt

Goed: stuwingsregen valt aan de kant waar de wind tegen het gebergte waait. Komt de wind uit het zuidwesten, dan stijgt de lucht aan de zuidwestkant op. Verwachte fout: denken dat de wind van de andere kant komt.

WEER EN KLIMAAT · HET WEER

Vraagtype 3: satellietbeeld interpreteren

  • Je krijgt een satellietbeeld en moet zeggen waar wolken zijn en welk weer daarbij hoort.

  • Wit is wolken of sneeuw. Donker land of donkere zee betekent een heldere lucht.

  • Vergelijk het beeld met de weerkaart: een wolkenband ligt vaak precies op een front.

Satellietbeeld van Spanje en Portugal, 24 januari 2003

Alleen KB en GL/TL. Sneeuw op bergen blijft op dezelfde plek liggen en volgt de vorm van het gebergte. Wolken hebben zachte randen en liggen ook boven zee. Image credit: Jacques Descloitres, MODIS Rapid Response Team, NASA / Wikimedia Commons, publiek domein

Op een satellietbeeld is heel Spanje donker en zonder wit. Welk weer is het daar?

A

Regen en wind door een lagedrukgebied

B

Buien en onweer door een koudefront

C

Zonnig en droog door een hogedrukgebied

D

Sneeuw in het binnenland door koude lucht

Alleen KB en GL/TL. Goed: geen wolken betekent heldere lucht, dus droog en zonnig. Dat past bij een hogedrukgebied, waarin de lucht daalt. Verwachte fout: donker zien als slecht weer.

Witte vlekken op de Pyreneeën: wolken? Leg uit.

Alleen KB en GL/TL. Goed antwoord: waarschijnlijk sneeuw, want de vlekken liggen alleen op het gebergte en volgen de vorm ervan, terwijl de rest van het land helder is. Wolken liggen ook boven laag land en zee. Verwachte fout: alles wat wit is wolken noemen.

WEER EN KLIMAAT · HET WEER

Vraagtype 4: Nederland en Spanje vergelijken

  • Je beschrijft een verschil in het weer tussen Nederland en Spanje en je verklaart het.

  • Noem altijd beide landen: in Spanje is het ..., in Nederland is het ..., omdat ...

  • Handige klimaatfactoren: breedteligging (uv en warmte), zee of binnenland, hoogte, luchtdruk.

Strand van Nerja aan de Middellandse Zee, Zuid-Spanje, juni 2007

Alleen KB en GL/TL. Een vergelijking is pas goed als beide gebieden genoemd worden. Een weerbericht voor Spanje noemt vaak de uv-index; in Nederland staat die er in de zomer ook in, maar is lager. Image credit: Dynamite / Wikimedia Commons, publiek domein

Waarom is de uv-straling in juli in Zuid-Spanje sterker dan in Nederland?

A

Spanje ligt zuidelijker, dus de zon staat daar hoger

B

Spanje ligt dichter bij zee, dus er zijn minder wolken

C

Spanje ligt hoger, dus de lucht is daar veel warmer

D

Spanje ligt verder van de Noordzee, dus er waait minder wind

Alleen KB en GL/TL. Goed: breedteligging. Hoe hoger de zon, hoe sterker de uv-straling. Verwachte fout: uv-straling verwarren met temperatuur.

Juli: Madrid heet en droog, Amsterdam nat. Waarom?

Alleen KB en GL/TL. Goed antwoord, bijvoorbeeld: boven Spanje ligt in de zomer vaak een hogedrukgebied, daardoor daalt de lucht en is het droog. Nederland krijgt vaker lagedrukgebieden en wind van zee, daardoor meer wolken en regen. Of: Madrid ligt zuidelijker en ver van zee. Verwachte fout: maar één land noemen.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Weerkaart lezen en aanvullen

2

Het weer verklaren

3

Satellietbeeld interpreteren

4

Nederland en Spanje vergelijken

Vraagtype 3 en 4 zijn alleen voor KB en GL/TL. Herhaal het vraagtype met de meeste stemmen aan het begin van les 3.

WEER EN KLIMAAT · HET WEER

Tips voor op het examen

  • Windrichting is waar de wind vandaan komt. Een westenwind komt uit het westen.

  • Beschrijven is met weerelementen, verklaren is met een klimaatfactor of met opstijgende lucht.

  • Kijk goed naar de tekens: blauwe driehoekjes is een koudefront, rode halve rondjes een warmtefront.

  • Een H in de zomer is warm en zonnig, een H in de winter is koud en droog.

  • Noem bij een vergelijking altijd beide gebieden.

Deze slide heeft geen instructies