Communicatie introductie

Communicatie
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Communicatie

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel
• Je kan contact maken met de zorgvrager en voert een gesprek. 
• Je toont inlevingsvermogen en stelt je open en respectvol op naar de zorgvrager en zijn of haar sociale netwerk.
• Je staat open voor feedback over het effect van je verbale en non-verbale communicatie.
• Je herkent dat de communicatie met zorgvragers die zich niet goed kunnen uiten (verbaal of non-verbaal) lastig is, en bijzondere aandacht vraagt.
• Je onderzoekt technologische middelen om ook op afstand met zorgvragers te kunnen communiceren.

Slide 2 - Tekstslide

Theorie
Communiceren is het overdragen van informatie aan anderen. Je deelt dan je gedachten, ideeën en gevoelens. Communiceren gaat volgens een bepaald proces. 
Je noemt dit het communicatieproces.

Slide 3 - Tekstslide

Theorie
De zender en ontvanger wisselen voortdurend informatie uit. Deze informatie wordt steeds vertaald en geïnterpreteerd. Communicatie is dus een doorlopend proces van uitwisseling van informatie tussen jou en de cliënt.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Communicatierichting
Communicatie kan verschillende richtingen hebben. 
Als je tijdens het communiceren zowel zender als ontvanger bent – bij een gesprek of discussie – noem je dit meerzijdige communicatie

Slide 6 - Tekstslide

Communicatierichting
Als je alleen zender of alleen ontvanger bent van de boodschap, noem je dit eenzijdige communicatie. Een voorbeeld hiervan is het kijken naar de televisie of het luisteren naar de radio.

Slide 7 - Tekstslide

Noem nog een voorbeeld van meerzijdige of eenzijdige communicatie

Slide 8 - Woordweb

Doel van je communicatie
  1. doelgericht
  2. overtuigen
  3. informeren
  4. activeren
  5. instrueren

Slide 9 - Tekstslide

Verbale en non-verbale communicatie
Verbale communicatie is een vorm van communicatie waarbij je je uit met woorden of geluiden. Verbale communicatie kan zowel gesproken als geschreven zijn.

Non-verbale communicatie is communicatie tussen mensen zonder woorden.


Slide 10 - Tekstslide

Noem een voorbeeld van verbale of non verbale communicatie

Slide 11 - Open vraag

Slide 12 - Video

wat denk je dat hier gebeurd?

Slide 13 - Woordweb

Slide 14 - Video

wat is er nu gebeurd?
klopt het met wat je eerder al dacht?

Slide 15 - Tekstslide

Opdrachtje
Zoek een gifje van een persoon waarop duidelijk een vorm van non verbale communicatie staat

Deel dit gifje in de Groepsapp en leg uit wat jij hierin ziet. Ben je het ermee eens like dan het bericht met een hartje, ben je het er niet mee een dan mag je een duimpje naar beneden geven.
timer
1:00

Slide 16 - Tekstslide

Aan welke manier van communicatie kun je zien hoe het met iemand gaat?
A
Verbale communicatie
B
Non-verbale communicatie

Slide 17 - Quizvraag

Welke vorm van communiceren is het wanneer mensen met elkaar praten?
A
Verbale communicatie
B
Non-verbale communicatie

Slide 18 - Quizvraag

Verkeersborden zijn geen
vorm van communicatie
A
Juist
B
Onjuist

Slide 19 - Quizvraag

Een mail schrijven is een vorm van:
A
Verbale communicatie
B
Non-verbale communicatie

Slide 20 - Quizvraag

Opdracht in groepje
jullie gaan met elkaar het spel 30 seconds spelen totdat de tijd om is.

Kijk en luister goed naar elkaar en wat is belangrijk om elkaar te begrijpen?

Slide 21 - Tekstslide

Opdracht 
Maak een 'bankje' van 2 stoelen en 1 student neemt hierop plaats. Kondig aan wie jij bent en waar je het over wil hebben (bijvoorbeeld een vakantie, hobby oid).
de 2de student gaat ernaast zitten zal open vragen stellen, samenvatten en doorvragen.
zodra er een gesloten vraag gesteld word ben je af en moet de volgende student plaats nemen en is de student die af is degene aan wie de vragen worden gesteld (je schuift dus door). 
Iedereen komt aan de beurt

Slide 22 - Tekstslide

Opdracht 
zoek uit wat de volgende termen betekenen m.b.t. Communicatie:
* LSD
* OMA
* NIVEA
* ANNA
* OEN
* DIK

Slide 23 - Tekstslide

Opdracht klassikaal
pak een pen en blaadje.
We gaan tekenen!!!

Slide 24 - Tekstslide

opdracht
ga op zoek welke technologische middelen er zijn om ook op afstand met zorgvragers te kunnen communiceren.

Slide 25 - Tekstslide

Tot de volgende keer

Slide 26 - Tekstslide