Ontkenning ne..pas + verdieping

BONJOUR et BIENVENUE!
Bonjour
et 
bienvenue!!
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvmbo g, t, mavo, havo, vwoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

Onderdelen in deze les

BONJOUR et BIENVENUE!
Bonjour
et 
bienvenue!!

Slide 1 - Tekstslide

Les buts du cours
Aan het einde van de les...
  • Weet je wat een ontkenning is
  • Weet je uit welke twee delen de ontkenning bestaat
  • Weet je waar in een zin je de ontkenning plaatst

Slide 2 - Tekstslide

Ontkenning
Wat is een ontkenning?

- Als je zegt dat iets niet zo is

* Ik kijk geen film
* Ik houd niet van pizza

Slide 3 - Tekstslide

In het Frans
Je regarde un film     -   Ik kijk een film
Je ne regarde pas un film -  kijk geen film

Il aime la pizza  -  Hij houdt van pizza
Il n'aime pas la pizza - Hij houdt niet van pizza

Slide 4 - Tekstslide

Oftewel..
De Franse ontkenning bestaat uit TWEE delen: 

1) ne/n': deze plaats je vóór het werkwoord (pv)
2) pas: deze plaats je direct achter het werkwoord (pv)
Dit betekent: Geen/niet

Tu as un chien  -  Jij hebt een hond
Tu n'as pas de chien  - Jij hebt geen hond



Slide 5 - Tekstslide

Stappenplan
1. Onderstreep de pv in de zin (ond + pv + rest)
2. Zet ne/n' vóór het werkwoord
3. Zet pas achter het werkwoord

* Ne verandert in N' als het volgende woord begint met een klinker of een h.

Slide 6 - Tekstslide

Let op!
Il y a ---> Il n'y a pas (Er is/zijn ---> er is/zijn geen)

J'ai ---> Je n'ai pas (Ik heb ---> Ik heb geen/niet)

Slide 7 - Tekstslide

Excercice
Onderstreep de pv en maak de onderstaande zinnen ontkennend:

1) Je commande un coca
2) Mélanie adore les films romantiques 
3) Elle regarde une série sur Netflix
4) Emmanuel danse toute la nuit
5) Vous avez une voiture?
timer
3:00

Slide 8 - Tekstslide

Corriger

1) Je ne commande pas de coca
2) Mélanie n'adore pas les films romantiques 
3) Elle ne regarde pas de série sur Netflix
4) Emmanuel ne danse pas toute la nuit
5) Vous n'avez pas de voiture?

Slide 9 - Tekstslide

Il y a des questions?
Heb je een vraag, of is iets onduidelijk? Steek je hand op!!!

Slide 10 - Tekstslide

Au travail
Wat: Maak opdracht 31c, 32ab
Hoe: Alleen of samen op een zachte toon
Hulp: Vragen? Steek je hand op
Tijd: 15 minuten (hierna nakijken)
Uitkomst: Opdrachten 31c, 32ab
Klaar?: Oefenblad (wordt hw) of leesdossier
timer
15:00

Slide 11 - Tekstslide

Les buts du cours
Aan het einde van de les...
  • Weet je wat een ontkenning is
  • Weet je uit welke twee delen de ontkenning bestaat
  • Weet je waar in een zin je de ontkenning plaatst

Slide 12 - Tekstslide

Wat weet je nog van de vorige les? (ontkenning)

Slide 13 - Open vraag

Les buts du cours
Aan het einde van de les...
  • Weet je wat een ontkenning is
  • Weet je uit welke twee delen de ontkenning bestaat
  • Weet je waar in een zin je de ontkenning plaatst

Slide 14 - Tekstslide

Maak de onderstaande zinnen ontkennend
1. Tu as un frère
2. Les enfants chantent une chanson
3. Nous donnons un cadeau à nos parents
4. J'ai un nouveau vélo
5. Vous parlez français et anglais
timer
3:00

Slide 15 - Tekstslide

Les réponses..
1. Tu n'as pas de frère
2. Les enfants ne chantent pas de chanson
3. Nous ne donnons pas de cadeau à nos parents
4. Je n'ai pas de nouveau vélo
5. Vous ne parlez pas français et anglais

Slide 16 - Tekstslide

Les buts du cours
Aan het einde van de les...
  • Weet je wat een ontkenning is
  • Weet je uit welke twee delen de ontkenning bestaat
  • Weet je waar in een zin je de ontkenning plaatst

Slide 17 - Tekstslide

Ontkenning klas 2

Slide 18 - Tekstslide

Overzicht
Ne/n' ......... pas                    (Niet/Geen)

Ne/n' ......... plus                   (Niet meer)
Ne/n' ......... jamais              (Nooit)
Ne/n' ......... rien                    (Niets)
Ne/n' ......... pas encore     (Nog niet)
DIT NOTEER JE IN JE SCHRIFT

Slide 19 - Tekstslide

Er is / Er zijn
Er is / Er zijn = il y a

de ontkennende vorm is
Er is geen/ Er zijn geen = Il n'y a pas

Er is een zon = Il y a un soleil
Er is geen zon = Il n'y a pas d'un soleil

Slide 20 - Tekstslide

Het is
Het is     =   C'est              (Is eigenlijk '' ce est'')

Het is niet = Ce n'est pas


Slide 21 - Tekstslide

Exercice
Maak de onderstaande zinnen ontkennend

1) Je suis un élève (geen)
2) Il est au cinéma (nooit)
3) Le prof raconte (niets)
4) Vous êtes arrivés (nog niet)
5) Elle est mon amie (niet meer)

Slide 22 - Tekstslide

Corriger
Maak de onderstaande zinnen ontkennend

1) Je ne suis pas un élève (geen)
2) Il n'est jamais au cinéma (nooit)
3) Le prof ne raconte rien (niets)
4) Vous n'êtes pas encore arrivés (nog niet)
5) Elle n'est plus mon amie (niet meer)

Slide 23 - Tekstslide

Fin du cours
Au revoir! 

À la prochaine!

Bonne journée!

Slide 24 - Tekstslide