Samenvatting H1 tm 4 les 2

Vandaag:

Nog even aandacht voor Romeinen versus Germanen

Vorige keer:

  • examenvragen tv 1 - 2 & feodalisme TV 3

1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nieuwe lesbewerkerGeschiedenisVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 5

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Vandaag:

Nog even aandacht voor Romeinen versus Germanen

Vorige keer:

  • examenvragen tv 1 - 2 & feodalisme TV 3

KA7. de confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-Europa

Wie zijn de Germanen?

  • Stammen uit Noord-Europa (boven de Rijn)

  • Taalgebied, alfabet: Runen

  • Natuurgodsdienst 

  • Landbouwsamenleving

  • Losse stammen:

    • Bijvoorbeeld Bataven, de Gothen, de Saksen en de Friezen

Confrontatie tussen Germanen en Romeinen

  • Interactie tussen beiden:

    • Buiten Romeinse Rijk:

      • Handel

      • Oorlog en grensconflicten

    • Binnen Romeinse Rijk:

      • Romanisering: belofte van burgerrecht

      • Tolerantie wat betreft godsdienst

      • Grensvolken verdedigden het Romeinse Rijk voor Romeinen

Examenvraag II tijdvak 2

Bron: Foto van een votiefsteen (een steen die uit dankbaarheid aan een god of godin is geschonken) uit de periode 170-270, gevonden bij Colijnsplaat in Zeeland.
 
Op de steen staat
Deae Nehalenniae Vegisonius Martinus, cives Secuanus, nauta, V(otum) S(olvit) L(ibens) M(erito).
Vertaling: Aan de godin Nehalennia heeft Vegisonius, burger uit het land van de Secuani (een gebied in Frankrijk), schipper, zijn belofte ingelost, gaarne en met reden. 
Toelichting
De godin Nehalennia werd al voor de komst van de Romeinen in Zeeland vereerd, maar in de Romeinse tijd werden er voor haar twee tempels opgericht, bij het huidige Domburg en Colijnsplaat. Daar zijn ongeveer 240 votiefstenen gevonden van handelaren en zeevarenden uit verschillende delen van het Romeinse Rijk die met hun schepen van en naar de Britse eilanden (de Romeinse provincie Brittannia) voeren. Zij bedanken de godin daarmee voor een behouden vaart.
 
Gebruik de bron
Aan deze bron zijn verschillende voorbeelden van romanisering te ontlenen.
3p Noem hiervan drie voorbeelden.

Vraag en antwoord

Antwoord
1 – de tekst op het votief is in het Latijn, de taal van Romeinen is dus overgenomen.
2 – de Zeeuwen bouwden tempels (zoals de Romeinen) voor hun godin
3 – Zeeuwse handelaren en zeevarenden hebben de Romeinse traditie overgenomen om een votiefsteen te laten maken als je een godin wil bedanken voor iets, in dit geval een behouden vaart.

Grote groepen Germanen vallen het Romeinse Rijk binnen vanaf derde eeuw nC:

- Rijkdom van de Romeinen

- Goede landbouwgrond

Gevolgen:

- Chaos 

- 395 nC: splitsing Romeinse Rijk in Oost en West 

Volksverhuizingen in 5e-6e eeuw

- vanwege de Hunnen

Gevolgen:

- opnieuw chaos

- West-Romeinse Rijk valt uiteen.

Tijdvak 3 Monniken en Ridders, 500-1000

TV 3:

Kenmerkende aspecten

9. Het ontstaan en de verspreiding van de islam.

10. De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.

11. Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.

12. De verspreiding van het christendom in geheel Europa.

10 Feodalisme

Bestuur en politiek

https://www.lessonup.com/nl/channel/geschiedenisleraar/lesson/7tcYCc2nRkqdNftR3/YjrydgX7L6vqBh3fg

Ka'aba

  • Wat is dit?

  • Waar is dat?

  • Wat gebeurd er?

Mohammed: de profeet van Allah

  • Geboren in Mekka

  • Kreeg visioenen van aartsengel Jibriel over Allah: Koran

  • Gevlucht naar Medina (start jaartelling, 622)

  • Met zijn volgelingen terug naar Mekka (630)

  • Verenigde Arabische stammen

  • Snelle verspreiding Islam: tot in Europa

  • Wetenschap

KA9 Hofstelsel/domeinstelsel

Manier van leven: Zelfvoorzienend/autarkisch (weinig handel)

Landbouwsamenleving

Verdwijnen grote steden

Lage adel vs horige boeren:

Bescherming vs herendiensten/pacht

Op zoek naar veiligheid

Casus: betrouwbaarheid van bronnen

  • Wanneer is de bron geschreven? Dezelfde periode als de gebeurtenis? 

  • Wie heeft het geschreven? Ooggetuige?

  • Wat is de bedoeling van de schrijver? Informeren of overtuigen?

  • Hebben we nog andere bronnen om de informatie te controleren?

Examenvraag tijdvak 3

Gebruik bron 3. 

Volgens sommige historici blijkt uit de bron een oorzaak van de toename van de horigheid in de vroege middeleeuwen in West-Europa. 3p  

Geef aan welke oorzaak dat is en leg vervolgens uit waardoor de koning deze toename van de horigheid zorgwekkend vindt. 

bron 3 

Een mededeling van een Frankische koning uit 811: 

Redenen waarom mannen hun militaire verplichtingen1) niet nakomen: Arme mannen beklagen zich erover dat zij worden beroofd van hun eigendom. Deze klachten richten zich zowel tegen bisschoppen, abten en hun zaakwaarnemers als tegen graven en hun plaatsvervangers. Ze zeggen ook dat als iemand weigert de grond die hij in eigendom heeft af te staan aan een bisschop, abt, graaf of diens plaatsvervanger, deze laatsten naar een manier zoeken om die arme man te schaden. Ze dwingen hem bij iedere gelegenheid in het leger te gaan, totdat hij zo erg verarmd is dat hij zijn grond overdraagt of verkoopt, of hij nu wil of niet. 

noot 1 In het Frankische koninkrijk konden vrije mannen worden opgeroepen om tijdelijk in het koninklijk leger te dienen. 


Volgens sommige historici blijkt uit de bron een oorzaak van de toename van de horigheid in de vroege middeleeuwen in West-Europa. 3p  

Geef aan welke oorzaak dat is en leg vervolgens uit waardoor de koning deze toename van de horigheid zorgwekkend vindt. maximumscore 3 

Kern van een juist antwoord is: 

• Mannen die grond in eigendom hebben, worden bewust verarmd (door oneerlijke maatregelen) zodat zij hun grond moeten afstaan (waardoor ze horigen worden) 1

• De koning vindt dit zorgwekkend, omdat hierdoor het aantal vrije mannen die dienstplicht kunnen vervullen afneemt / hierdoor minder mannen hun militaire verplichting aan de koning nakomen, zodat de macht van de koning onder druk komt te staan 2

Examenvraag 2 Tijdvak 3

Gebruik bron 2. 

Stel: je schrijft een werkstuk over de geschiedenis van Angelsaksisch Engeland. Je wilt deze bron gebruiken in twee hoofdstukken: één over het verloop van de machtsstrijd tussen Bernicia en Mercia, en één over het mens- en wereldbeeld van een monnik in een Angelsaksisch klooster. 4p  

Leg uit, telkens met een verwijzing naar de bron, voor welk hoofdstuk de bron minder bruikbare informatie bevat en voor welk hoofdstuk de bron beter bruikbare informatie bevat. 

bron 2 In zijn Kerkgeschiedenis van het Engelse volk, voltooid omstreeks 731, schrijft de monnik Beda over de oorlog die in 654 uitbreekt tussen de heersers van twee Angelsaksische koninkrijken in Engeland, Oswiu van Bernicia en Penda van Mercia: Rond die tijd werd koning Oswiu blootgesteld aan de woeste en onstuitbare aanvallen van Penda, de koning van Mercia, die Oswiu's broer had gedood. Uiteindelijk zag Oswiu zich gedwongen hem een enorm deel uit de koninklijke schatkist te beloven in ruil voor vrede. De voorwaarde was dat Penda terug zou keren naar huis en zou ophouden Oswiu's koninkrijk te verwoesten. Maar de heidense koning wilde dit aanbod niet accepteren, want hij was vastbesloten het hele volk, van hoog tot laag, uit te roeien. Oswiu deed een beroep op Gods genade en hulp, nu hij zag dat niets anders hem en zijn volk kon redden van deze barbaarse en meedogenloze vijand. (…) Aldus maakte hij zich met zijn kleine leger gereed voor de strijd. Er wordt verteld dat het leger van de heidenen wel dertigmaal groter was. (…) De slag begon en de heidenen werden op de vlucht gedreven en vernietigd. De dertig aanvoerders die aan de zijde van Penda vochten, verloren vrijwel allemaal het leven.

Antwoord examenvraag 2 Tijdvak 3

maximumscore 4 

Een juist antwoord bevat de volgende elementen: 

• De bron bevat minder bruikbare informatie voor het hoofdstuk over het verloop van de machtsstrijd tussen Northumbria en Mercia, omdat de beschrijving van het verloop van de veldslag onwaarschijnlijk is / moeilijk te verifiëren is, wat bijvoorbeeld blijkt uit de beschrijving van de dertigvoudige overmacht van heidenen die door de christenen wordt verslagen 2

• De bron bevat beter bruikbare informatie voor het hoofdstuk over het mens- en wereldbeeld van een monnik in een Angelsaksisch klooster, wat bijvoorbeeld blijkt uit de beschrijving van de rol die God volgens deze monnik speelt in het leven van de mensen / wat bijvoorbeeld blijkt uit de weergave van het doel van de geschiedschrijving in die tijd waarin de opvatting van de auteur naar voren komt 2

Opmerking Zonder een juiste verwijzing naar de bron worden geen scorepunten toegekend.

12. De verspreiding van het christendom in geheel Europa.

Rooms-katholieke kerk

Verspreiding christendom

Kerstening:

  • Via Frankische rijk

    • Clovis (496)

    • Goede relatie met de paus

  • Via missionarissen

    • Gezonden door de paus

  • Via oorlog

Katholieke kerk

  • Goed georganiseerd vanuit Rome

  • Bisdommen

  • Rol van klooster in feodalisme en onderwijs

Twee-zwaardenleer

  • Wereldlijke macht: koning/keizer

    • Macht over het volk, bestuur en rechtspraak

  • Geestelijke macht: paus/bisschoppen

    • Macht over geloof

  • Ieder heeft in eigen wereld de macht

  • Problemen in de late middeleeuwen

Kerstening

  • Veel heidense gebruiken blijven

  • Vikingen, moslims veroorzaken problemen

Tijdvak 4 Tijd van steden en staten, 1000-1500

Kenmerkende aspecten tijdvak 4

  • De opkomst van handel en ambacht legde de basis voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving

  • De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden

  • Het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben

  • De expansie van de christelijke wereld, onder andere in de vorm van de kruistochten

  • Het begin van staatsvorming en centralisatie

Tijd van conflicten

  • Tussen geestelijke macht en wereldlijke macht

  • Tussen staat en stad

  • Tussen plaatselijke adel en vorst

  • Tussen religies (bijv. kruistochten)

  • Tijd van de pest

13.De opkomst van handel en ambacht legde de basis voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving.

  • Hogere opbrengst landbouw

  • Ontstaan handel en ambacht (nijverheid)

    • Dorpen groeien uit tot steden

  • Vorsten geven groeiende steden privileges:

    • Stadsrechten

14. De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden

  • Privileges van de vorst:

    • Eigen bestuur 

    • Eigen rechtspraak

    • Eigen belasting heffen (en afdragen)

    • Vrije burgers

  • Schout en schepen

    • Politiechef en rechters

  • Corruptie en vriendjespolitiek

    • Patriciërs vs rijke handelaren

Ambacht en gilden

- Gildenleden hielpen elkaar

- Gilden maakten afspraken over bijvoorbeeld kwaliteit en prijs

- Gilden zorgden voor verdediging van de stad.

15. Het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben

Investituurstrijd

Tweezwaardenleer

Ruzie over investituur

  • Wat is het?

    • Kiezen en installeren van een (aarts)bisschop

  • Paus is leider van bisschoppen

    • Maar...bisschop soms leenman van de koning

  • Koning kreeg invloed op kerkorganisatie

Oplossing 1122

Concordaat van Worms: paus doet investituur, koning overhandigt een scepter (symbool wereldlijke macht)

16. De expansie van de christelijke wereld, onder andere in de vorm van de kruistochten

Reconquista 1492

Kruisvaardersstaten

Eerste kruistocht: 1096

  • Oproep paus Urbanus II

  • Op verzoek van Byzantijnse keizer

Oosters schisma:

  • 1054

  • Splitsing katholieke en Oosterse kerk

17. Het begin van staatsvorming en centralisatie


  • Gevolg honderdjarige oorlog= centralisatie en uniformering

  • Koning regeert vanuit Parijs

  • Meer macht voor de koning

Centralisatie: macht uitoefenen vanuit 1 plek

Uniformering:

Overal dezelfde regels en wetten

Examenvraag tijdvak 4

Van 1288 tot 1293 werd het graafschap Gelre (het latere Gelderland) bestuurd door Gwijde, de graaf van Vlaanderen, die in Gelre de volgende maatregelen invoerde:

1 Er werd een algemene belasting ingevoerd voor heel Gelre.

2 Functionarissen van de graaf konden worden afgezet en waren verantwoording verschuldigd over hun optreden.

2p 5

Toon aan dat beide bestuurlijke veranderingen verband hielden met hetzelfde kenmerkend aspect van de late middeleeuwen. 

Antwoord

5 maximumscore 2 

Kern van een juist antwoord is: 

• Het invoeren van een algemene belasting houdt verband met 'het begin van staatsvorming en centralisatie', want dit maakte een effectiever / efficiënter bestuur voor het hele graafschap mogelijk 1 

• Het afzetten van functionarissen van de graaf / de verantwoordingsplicht van functionarissen van de graaf houdt verband met 'het begin van staatsvorming en centralisatie', want dit maakte het mogelijk incompetente / corrupte ambtenaren te ontslaan 1

Examenvraag 2 tijdvak 4

In de late middeleeuwen vond het begin van staatsvorming en centralisatie plaats en werden steden in toenemende mate zelfstandig. Aan deze twee ontwikkelingen lag een onderlinge afhankelijkheid van landsheren en steden ten grondslag.

2p 5 

Leg deze onderlinge afhankelijkheid uit. 

Antwoord

maximumscore 2

Uit het antwoord moet blijken dat de landsheer voor zijn politiek van staatsvorming en centralisatie de politieke / economische steun van de steden nodig had, terwijl de steden voor het krijgen van privileges / stadsrechten (die nodig waren voor de groei van zelfstandigheid) medewerking van de landsheer nodig hadden / de landsheer moesten betalen.

Wat vond je van de les?