katrollen en takels

Startopdracht
Een leerling probeert een zware steen van 300 N omhoog te wippen met een lange balk. Hij gebruikt een balk van 2,4 meter lang en legt het draaipunt (steunpunt) op 0,4 meter afstand van de steen.

a) Bereken de arm van de kracht die de leerling uitoefent.
b) Hoeveel kracht moet de leerling minimaal uitoefenen om de steen omhoog te krijgen?
timer
5:00
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3,4

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Startopdracht
Een leerling probeert een zware steen van 300 N omhoog te wippen met een lange balk. Hij gebruikt een balk van 2,4 meter lang en legt het draaipunt (steunpunt) op 0,4 meter afstand van de steen.

a) Bereken de arm van de kracht die de leerling uitoefent.
b) Hoeveel kracht moet de leerling minimaal uitoefenen om de steen omhoog te krijgen?
timer
5:00

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
Na deze les kan je 
  • Uitleggen wat een vaste katrol is
  • Uitleggen wat een losse katrol is
  • Uitrekenen hoeveel spierkracht je nodig hebt bij een takel
  • Uitrekenen hoeveel touw je nodig hebt bij een takel

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Vaste katrol
Verandert alleen richting van de kracht
(niet de grootte van de kracht)
Beweegt NIET mee met de last!

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Op welke plaats is de vaste katrol.
A
Bij plaats A
B
Bij plaats B
C
Bij plaats C
D
Op het plaatje is geen vaste katrol!

Slide 7 - Quizvraag

Losse katrol
Verandert alleen de kracht!

De nodige trekkracht is de helft van de last.

Beweegt met de last mee!

Slide 8 - Tekstslide

Op welke plaats is de losse katrol?
A
Bij plaats A
B
Bij plaats B
C
Op het plaatje is geen losse katrol.

Slide 9 - Quizvraag

Regel
Als het voorwerp aan N stukken
touw hangt, 
dan wordt de hijskracht 
N x zo groot en de 
hijsaftand N x zo klein

Slide 10 - Tekstslide

Te zwaar... gebruik dan een takel
Hierna krijgen jullie een paar rekenvragen over de situaties die hieronder staan.

Slide 11 - Tekstslide

Hoe groot is de trekkracht in situatie B
A
24 N
B
12 N
C
8 N
D
3 N

Slide 12 - Quizvraag

Hoe groot is de trekkracht in situatie C
A
24 N
B
12 N
C
8 N
D
3 N

Slide 13 - Quizvraag

Hoe groot is de trekkracht in situatie D
A
24 N
B
12 N
C
8 N
D
3 N

Slide 14 - Quizvraag

Winst:
Takel maakt hijskracht 2x zo groot
Verlies:
2m touw trekken = 1m hoog

Slide 15 - Tekstslide

Samenvatting:
Bij een takel geldt de regel:
Als het voorwerp aan 
N stukken touw hangt, 
wordt de hijskracht N x zo groot 
en de hijsafstand N x zo klein.

Slide 16 - Tekstslide