5.Bijvoeglijk naamwoord

TOETSWEEK
TOETSWEEK
+ lezen
en schrijven
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

TOETSWEEK
TOETSWEEK
+ lezen
en schrijven

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Het bijvoeglijk naamwoord
  • Er zijn 2 groepen (eindigen op een o OF eindigen niet op o) 
  • Ze staan bijna altijd achter het zelfstandig naamwoord.
  • Bijvoeglijk naamwoorden passen zich aan aan het zelfstandig naamwoord. (geslacht en getal)

VOORBEELD:
La mesa roja (de rode tafel)      las mesas rojas (de rode tafels)
El libro rojo (het rode boek)       los libros rojos (de rode boeken)

Slide 3 - Tekstslide

Er zijn twee groepen 
bijvoeglijk naamwoorden
Groep 1
mannelijk
vrouwelijk
enkelvoud
o
a
meervoud
os
as
Groep 2
mannelijk
vrouwelijk
enkelvoud
basiswoord
basiswoord
meervoud
+s of +es
+s of +es
Woorden die eindigen op -0
Woorden die niet eindigen op -0
Bonito - Bonita
Bonitos - Bonitas         (mooi)

Una casa bonita - Un libro bonito
Verde - Verde
Verdes - Verdes            (groen)

Una casa verde - Un libro verde

Slide 4 - Tekstslide

Het bijvoeglijk naamwoord
Het oude huis                       La casa antigua
Het mooie huis                     La casa bonita
De rode kast                           El armario rojo
De lelijke kast                         El armario feo

Let op:
In het Spaans staat het bijvoeglijk naamwoord (bijna altijd) achter het zelfstandig naamwoord.
Een woord wat iets zegt over een zelfstandig naamwoord. (Een zelfstandig naamwoord zijn alle woorden waar je de/het/een voor kan zetten.)

Slide 5 - Tekstslide

Meervoud
Je hebt eerder al geleerd hoe je het meervoud vormt: 
Eindigt een woord op een klinker? +S
Eindigt een woord op een medeklinker? +ES





Let op: In het Spaans pas je dus alle woorden aan naar het meervoud!


De oude huizen                      Las casas antiguas
De mooie huizen                    Las casas bonitas
De rode kasten                        Los armarios rojos
De lelijke kasten                      Los armarios feos

Slide 6 - Tekstslide

Er zijn twee groepen 
bijvoeglijk naamwoorden
Groep 1
mannelijk
vrouwelijk
enkelvoud
o
a
meervoud
os
as
Groep 2
mannelijk
vrouwelijk
enkelvoud
basiswoord
basiswoord
meervoud
+s of +es
+s of +es
Woorden die eindigen op -0
Woorden die niet eindigen op -0
Bonito - Bonita
Bonitos - Bonitas         (mooi)

Una casa bonita - Un libro bonito
Verde - Verde
Verdes - Verdes            (groen)

Una casa verde - Un libro verde

Slide 7 - Tekstslide

Mannelijk of vrouwelijk?
Hoe weet je ook alweer of een zelfstandig naamwoord mannelijk of vrouwelijk is?

Mannelijke woorden eindigen op: o, (or, aje)
armario(kast), comedor(eetkamer), garaje(garage)

Vrouwelijke woorden eindigen op: a, ción, sión, dad, tad
casa(huis), estación(station), versión(versie) navidad(kerst), amistad(vriendschap)

Extra uitleg?
Zie module pagina 17/18/19

Slide 8 - Tekstslide

Zijn de woorden (m) mannelijk of (f) vrouwelijk?
Schrijf de vrouwelijke vorm op van onderstaande woorden.

Slide 9 - Tekstslide

horrible
divertida
pequeña
buena
interesante
genial
X
X
X
X
X
X
X
X
(dit is een uitzondering)

Slide 10 - Tekstslide

Schrijf onderstaande woorden in het meervoud op.
Maak de zinnen compleet.

Slide 11 - Tekstslide

hombres
borradores
ordenadores
carpetas
libros
peces
a
o
e
es

Slide 12 - Tekstslide

Schrijf de kleur op in het Spaans.  

Slide 13 - Tekstslide


Slide 14 - Open vraag


Slide 15 - Open vraag


Slide 16 - Open vraag


Slide 17 - Open vraag


Slide 18 - Open vraag


Slide 19 - Open vraag


Slide 20 - Open vraag

amarillo
azul
negro
gris
rojo
verde
blanco
naranja
rosa
marrón

Slide 21 - Sleepvraag

Vertaal de volgende 
zinnen naar het Spaans

Slide 22 - Tekstslide

Hulpmiddel
▪ Mi dormitorio tiene….(noem de meubels)
▪ Mi (meubel) es (kleur).
▪ Mi (ruimte) es (kleur).
▪ Tengo (meubel of ruimte) (+kleur)

▪ Je gebruikt vaak het onbepaald lidwoord bij het beschrijven van je huis. 
    Ik heb een rode keuken.  >   Tengo una cocina roja 
    Un = mannelijk            una = vrouwelijk 

▪ Vergeet niet het bijvoeglijk naamwoord aan te passen aan het zelfstandig naamwoord.
   una cocina is vrouwelijk, dus de kleur rojo verandert naar roja. 

Slide 23 - Tekstslide

Het bed is rood.

Slide 24 - Open vraag

Ik heb een rood bed.

Slide 25 - Open vraag

Mijn huis heeft een tuin.

Slide 26 - Open vraag

Mijn slaapkamer is groen.

Slide 27 - Open vraag

De stoel is bruin.

Slide 28 - Open vraag

Mijn huis heeft twee slaapkamers.

Slide 29 - Open vraag

Mijn eetkamer heeft een tafel en vier stoelen.

Slide 30 - Open vraag

Mijn badkamer is blauw.

Slide 31 - Open vraag

De tafel is wit.

Slide 32 - Open vraag

Mijn slaapkamer heeft een kast, een bed en twee stoelen.

Slide 33 - Open vraag

De badkuip is grijs.

Slide 34 - Open vraag

Let op:
Bij het aanpassen van een mannelijk bijvoeglijk naamwoord naar een vrouwelijk bijvoeglijk naamwoord. 
  • Eindigt het woord op een o? Dan verander je het naar een a. 
  • Eindigt het woord niet op een o? Dan pas je het niet aan.

Voorbeeld
Het bed is roze > la cama es rosa
De slaapkamer is roze > el dormitorio es rosa
Rosa eindigt op een a > deze hoeft dus niet aangepast te worden. 

Slide 35 - Tekstslide

Mijn huis heeft een woonkamer en een terras.

Slide 36 - Open vraag

Spelling; twijfel je over de spelling?
TIP!
In het Spaans komen alleen de letters C, R, L en N dubbel voor. 
Misschien dat dit je helpt bij de spelling. Een ezelsbruggetje is de naam CAROLINA > alleen de medeklinkers van dit woord worden dubbel gebruikt.
Terraza, schreef ik dat nou met een dubbel r of z? rrrrrrrrrrrrrrr
Pizarra, schreef ik dat nou met een dubbel r of z? rrrrrrrrrrrrrrr
amarillo, schreef ik dat met dubbel l of m? llllllllllllll

Je zal moeten blijven oefenen want er is bijvoorbeeld geen dubbel r bij amarillo...  
Het Spaans kent ook leenwoorden uit het buitenland, deze woorden hebben dan wel dubbele letters. (Denk maar aan het woord pizza, dat komt uit het Italiaans)

Slide 37 - Tekstslide

Ik heb een rode stoel.

Slide 38 - Open vraag

De badkamer is zwart en de douche is wit.

Slide 39 - Open vraag

Mijn woonkamer heeft een groene kast.

Slide 40 - Open vraag