cross

Nederlands Film Festival: VALS

VALS
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsBurgerschapsonderwijs+6vmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 3-6

In deze les zitten 20 slides, met tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Introductie

Door deze les maken de leerlingen kennis met filmeducatie en gaan zij dieper in op hoe de filmmaker het verhaal overbrengt. Film creëert een werkelijkheid. De maker zet allerlei middelen in om onze blik te sturen. Wij zien dus wat de filmmaker wil dat wij zien. In hoeverre is de leerling zich hiervan bewust? Wat doen de filmbeelden met de leerling? Deze bewustwording wordt bereikt door onderzoekend leren. Er zijn dus geen goed-fout opdrachten, wel kijkvragen, klassengesprekken en reflectievragen. Synopsis: Het had een gezellig vriendinnenweekend moeten worden voor Kim, Abby, Feline en Pippa, in een huisje in de Ardennen. Maar als een van hen spoorloos verdwijnt en de anderen zijn ingesneeuwd, wordt het eng. Wat weten de meiden van elkaar en hoeveel valsheid kan een vriendschap verdragen?

Instructies

Leerdoelen
  • De leerling leert de verhaalopbouw van de film Vals benoemen.
  • De leerling kent het verschil tussen een verhaal verteld via een boek en via een film.
  • De leerling kan de belangrijkste kenmerken van een thriller omschrijven.
  • De leerling is zich ervan bewust dat de openingssequentie van een film informatie geeft over de (meestal belangrijke) personages en de setting van het verhaal.
  • De leerling leert over elementen (in het bijzonder flash-forward, licht en geluid) die de filmmaker inzet om spanning op te bouwen.
  • De leerling heeft een beeld van de Nederlandse film(industrie) en kan een verschil opnoemen met de Amerikaanse film(industrie).
Werkwijze
  • Van de film Vals (2019, 96 min., Dennis Bots) bekijk je met de klas twee fragmenten. Hierbij worden vragen gesteld over het narratief (op welke manier de inhoud verteld wordt), de filmische vormgeving en de context.
  • Dit lesmateriaal is ontwikkeld ter ondersteuning bij de film Vals. De les kan voorafgaand aan het bekijken van de film worden gehouden.
  • Nadat de klas de hele film heeft gezien, kunnen de vragen nogmaals worden behandeld. Verschillen de antwoorden?
  • Deze opdrachten zijn geschikt voor het voortgezet onderwijs (bovenbouw). De opdrachten kenmerken zich door natuurlijke differentiatie. Dit houdt in dat leerlingen op eigen niveau (onderdelen van) het probleem kunnen oplossen. Bij overleg zal discussie vaak noodzakelijk zijn.
  • Er kan worden gekozen voor verschillende werkvormen: individueel, in groepjes of klassikaal.
  • Deze les duurt in totaal 1 uur en kan naar eigen inzicht uitgebreid worden.
  • Deze les kan geprint worden, inclusief de notities per dia, door op de print knop te drukken rechtsboven in het scherm.
NB Ons advies is om bij deze les niet te werken met 'devices in de klas'. Je kunt dit uitzetten door het vinkje onderin het scherm van de lespresentatie te deactiveren.

Onderdelen in deze les

VALS

Slide 1 - Tekstslide

Introductie

Leerdoelen:
  • De leerling leert de verhaalopbouw van de film Vals benoemen.
  • De leerling kent het verschil tussen een verhaal verteld via een boek en via een film.
  • De leerling kan de belangrijkste kenmerken van een thriller omschrijven.
  • De leerling is zich ervan bewust dat de openingssequentie van een film informatie geeft over de (meestal belangrijke) personages en de setting van het verhaal.
  • De leerling leert over elementen (in het bijzonder flash-forward, licht en geluid) die de filmmaker inzet om spanning op te bouwen.
  • De leerling heeft een beeld van de Nederlandse film(industrie) en kan een verschil opnoemen met de Amerikaanse film(industrie).
Werkwijze:
  • Van de film Vals (2019, 96 min., Dennis Bots) bekijk je met de klas twee fragmenten. Hierbij worden vragen gesteld over het narratief (op welke manier de inhoud verteld wordt), de filmische vormgeving en de context.
  • Dit lesmateriaal is ontwikkeld ter ondersteuning bij de film Vals. De les kan voorafgaand aan het bekijken van de film worden gehouden.
  • Nadat de klas de hele film heeft gezien, kunnen de vragen nogmaals worden behandeld. Verschillen de antwoorden?
  • Deze opdrachten zijn geschikt voor het voortgezet onderwijs (bovenbouw). De opdrachten kenmerken zich door natuurlijke differentiatie. Dit houdt in dat leerlingen op eigen niveau (onderdelen van) het probleem kunnen oplossen. Bij overleg zal discussie vaak noodzakelijk zijn.
  • Er kan worden gekozen voor verschillende werkvormen: individueel, in groepjes of klassikaal.
  • Deze les duurt in totaal 1 uur en kan naar eigen inzicht uitgebreid worden.  
  • Deze les kan geprint worden, inclusief de notities per dia, door op de print knop te drukken rechtsboven in het scherm.
NB Ons advies is om bij deze les niet te werken met 'devices in de klas'. Je kunt dit uitzetten door het vinkje onderin het scherm van de lespresentatie te deactiveren.
Vraag of opdracht
Extra informatie
Tip
Kijk
Luister

Slide 2 - Tekstslide

Legenda:
Waar staan de iconen voor, hoe werkt deze les? Klik in de volgende dia's op de iconen voor uitleg.
De film die je gaat bekijken heet Vals. Vals is een boekverfilming. Wie heeft het boek Vals gelezen?
Wie heeft de film gezien?
Als een filmmaker ervoor kiest om een boek te verfilmen, waar moet hij of zij dan rekening mee houden? 
Als je een boek hebt gelezen, vind je het dan ook leuk om de film te zien?
Als je een film hebt gezien, vind je het dan ook nog leuk om het boek te lezen? 
boekverfilming
De film is gebaseerd op het gelijknamige boek van Mel Wallis de Vries. Film is een visueel medium. Een verschil tussen boek en film heeft te maken met tijd. Een film duurt meestal niet langer dan twee uur, terwijl het soms weken kost om een boek uit te lezen.

Slide 3 - Tekstslide

Opdracht 1: Boekverfilming
Vragen vooraf.

Antwoorden: 
- Vraag 1 en 2: eigen antwoord.
- Vraag 3: Zie extra informatie boekverfilming. Suggestie: De filmmaker moet ervoor zorgen dat het boek wordt omgeschreven naar een filmscenario voor een film van maximaal twee uur. Wat in het boek wordt beschreven, moet in de film worden verbeeld.
- Vraag 4 en 5: Denk aan comics, Harry Potter, etc. 

Extra informatie boekverfilming:
De film is gebaseerd op het gelijknamige boek van Mel Wallis de Vries. Film is een visueel medium. Karakters, gedachten, gevoelens, omgeving of sfeer worden (meestal) niet met woorden uitgelegd, zoals in een boek, maar worden verbeeld. Een ander verschil tussen boek en film heeft te maken met tijd. Een film duurt meestal niet langer dan twee uur, terwijl het soms weken kost om een boek uit te lezen. De filmmaker moet dus bepalen op welke manier het verhaal binnen twee uur verbeeld kan worden. Een filmmaker kiest er soms voor om hele delen te schrappen of veranderen.
Vals is een Nederlandse thriller.
Kijk jij wel eens naar thrillers? Wat is een thriller?

Waarom kijk je daar wel of niet naar?
Vaak zit er een leeftijdsgrens aan thrillers (Vals is bijvoorbeeld pas geschikt bevonden voor 12 jaar en ouder). Vind je dit terecht? 
Kun je een voorbeeld noemen van wat je spannend of eng kunt vinden aan een film? 
Waarom vind je dat spannend of eng?
Vind je thriller films enger dan thriller boeken? 
thriller
Bij een thriller draait het om spanning. De kijker moet op het puntje van zijn of haar stoel zitten. 
Sommigen zeggen dat de filmVals horrorelementen bevat. Wat is het verschil tussen een thriller en een horror? 

Slide 4 - Tekstslide

Opdracht 2: Thriller
Vragen vooraf.

Antwoorden:
- Vraag 1 t/m 6: De antwoorden op deze vragen zijn persoonlijk. Onderzoek met de leerlingen of er overeenkomsten zijn tussen elkaar, of juist verrassende verschillen. Vindt iedereen hetzelfde eng? Houdt iedereen van thrillers?
- Vraag 7: Het label horror wordt geplakt op verhalen waarbij het de bedoeling is de lezer of kijker de stuipen op het lijf te jagen. In een horrorfilm ligt de nadruk dus op het laten schrikken van de kijker. De kijker weet vaak al snel wie de kwaadaardige figuur is en volgt de strijd van het hoofdpersonage tegen de kwade tegenstander. Horrorfilms worden vaak geassocieerd met schrikmomenten en gruwelijke en bloederige scènes. In een thriller ligt de nadruk op het in spanning houden van de kijker. De kijker wil een mysterie ontrafelen. Vaak wordt aan het einde van het verhaal pas onthult wie de slechterik is.

Extra informatie thriller:
Bij een thriller draait het om spanning. De kijker moet op het puntje van zijn of haar stoel zitten. Actie, gevaar en telkens nieuwe cliffhangers, alles moet ervoor zorgen dat je als kijker tot het eind toe in spanning wordt gehouden. Pas dan worden alle geheimen openbaar en leiden alle eerdere aanwijzingen tot de ontknoping van het mysterie.

Fragment 1 >
Je gaat nu kijken naar het openingsshot van de film Vals.

Slide 5 - Tekstslide

Bekijk fragment 1
Laat de leerlingen met een onbevangen blik naar het eerste fragment kijken.
0

Slide 6 - Video

Fragment 1
Wat is het effect van dit openingsshot op jou? 
Waarom denk je dat de filmmaker ervoor gekozen heeft met dit beeld te openen? 
Wat weet je al over de film door dit eerste shot? 
Denk aan: 
  • Wat kan de kijker verwachten? 
  • Wie speelt een belangrijke rol in het verhaal? 
  • Waar en in welke tijd speelt het verhaal zich af? 
  •  Wat gaat er gebeuren?
Wanneer in het verhaal denk je dat de eerste scène zich afspeelt? (Is het begin van de film ook het begin van het verhaal?) Waarom denk je dat?
flash-forward
Met een flash-forward laat de filmmaker de kijker iets zien wat in de toekomst van het verhaal gebeurt. 

Slide 7 - Tekstslide

Opdracht 3: Openingsshot
Vragen bij een specifiek fragment.

Antwoorden:
- Vraag 1: eigen interpretatie.
- Vraag 2: om de aandacht van de kijker te pakken, om de kijker nieuwsgierig te maken naar het vervolg, om de kijker direct te laten schrikken.
- Vraag 3: Door het schrikmoment in het begin en de muziek wordt er direct al spanning opgebouwd. Je verwacht als kijker een spannende film te gaan zien. Het verhaal gaat zeer waarschijnlijk over Kim, het meisje dat je als eerste in beeld ziet. Het begin van de film speelt zich af in Nederland, in onze tijd. Je weet nog niet wat, maar je weet wel dat er iets gaat gebeuren met Kim.
- Vraag 4: De eerste scène is een flash-forward. De filmmaker laat een gebeurtenis zien die zich pas later in het verhaal afspeelt. Als kijker word je nieuwsgierig gemaakt naar wat er komen gaat.

Extra informatie flash-forward:
Met een flash-forward laat de filmmaker de kijker iets zien wat in de toekomst van het verhaal gebeurt. Hierdoor hou je de aandacht van de kijker vast, omdat deze er achter wilt komen hoe of waarom het gebeurd is.
Je gaat nu naar
fragment 2 kijken >
Je kijkt nu naar het begin van de filmVals. In het begin van de film worden vaak de hoofdpersonages geïntroduceerd.

Slide 8 - Tekstslide

Bekijk Fragment 2
Je kijkt nu naar het begin van de film Vals. In het begin van de film worden vaak de hoofdpersonages geïntroduceerd.
0

Slide 9 - Video

Fragment 2
Wie van de vier meiden is denk je de hoofdpersoon? Waarom denk je dit?
Let hierbij op: 
  • Uiterlijkheden (leeftijd, kleding, spraak)
  • Karaktereigenschappen
  • Achtergrond (familie, werk of opleiding)
Omschrijf ieder personage uit het fragment. Wat denk je nu al over de personages te weten?
Wat denk je dat de verhoudingen zijn tussen de personages?
Hoe heeft de filmmaker ervoor gezorgd dat jij dit denkt? 
hoofdpersoon
De hoofdpersoon is het personage waar de film om draait. Het is de bedoeling dat de kijker met hem of haar meeleeft. De hoofdpersoon maakt vaak een bepaalde ontwikkeling door en heeft altijd een bepaald doel dat hij of zij wil bereiken. 
personages
Acteurs spelen een personage. Acteurs hebben kleding en make-up om op een personage te lijken, maar gebruiken ook hun eigen stem, hun gezicht en lichaam om iemand te spelen. Ieder personage heeft kenmerkende eigenschappen, zowel uiterlijkheden als karaktereigenschappen. 

Slide 10 - Tekstslide

Opdracht 4: Personages
Vragen bij specifiek fragment. 

Antwoorden: 
- Vraag 1: Kim, omdat de film begint met een shot van haar gezicht en je ook in de eerste scène als kijker met haar meekijkt. We zien alleen van Kim haar huis en moeder. Ook Abby, Feline en Pippa kun je als hoofdpersonages zien. De vier meisjes gaan samen een weekendje weg en als kijker ga jij met hen ‘mee’ op vakantie. Casper en de moeder van Kim zijn bijrollen, zij blijven achter in Nederland.
- Vraag 2: Suggesties:
  • Kim: rustig, maakt zich niet bezorgd om het weekendje weg in tegenstelling tot haar moeder
  • Abby: verliefd op Casper, durft een leugentje om bestwil wel aan, lijkt het beste bevriend met Kim
  • Feline: lijkt sportief (sporttas), de rustigere en verstandigere van de vier (checkt of er brood is gekocht)
  • Pippa: energiek, chaotisch (brood vergeten), niet op haar mondje gevallen, feestbeest (drank), roekeloos (rijden), dominant
- Vraag 3 en 4: Kim, Pippa, Abby en Feline zijn vriendinnen. Kim en Abby spreken direct af samen een slaapkamer te delen, waardoor je zou kunnen denken dat zij net iets beter met elkaar bevriend zijn dan met de andere twee. Pippa geeft iedereen een kus, behalve Abby. Abby vliegt zij om de hals. Abby mocht Pippa ook als excuus gebruiken (als zogenaamd logeeradres), waaruit je kunt afleiden dat zij met z’n tweeën ook close zijn.

Extra informatie hoofdpersoon:
De hoofdpersoon is het personage waar de film om draait. Het is de bedoeling dat de kijker met hem of haar meeleeft. De hoofdpersoon maakt vaak een bepaalde ontwikkeling door en heeft altijd een bepaald doel dat hij of zij wil bereiken. 

Extra informatie personages: 
Acteurs spelen een personage. Acteurs hebben kleding en make-up om op een personage te lijken, maar gebruiken ook hun eigen stem, hun gezicht en lichaam om iemand te spelen. Ieder personage heeft kenmerkende eigenschappen, zowel uiterlijkheden als karaktereigenschappen. 
 suspense
geluid
belichting
Spanning wordt ook wel suspense genoemd. Hiermee zorg je dat de kijker geboeid blijft. Suspense is een gevoel dat je bij de kijker wilt creëren. Een belangrijk element van spanning is suggestie. Soms is je eigen verbeelding nog veel angstaanjagender dan de werkelijke gebeurtenis.
Belichting is een onderbelicht onderdeel van film, maar heel bepalend voor hoe je de film beleeft. Licht bepaalt de sfeer, kan de blik van de kijker sturen en geeft de kijker onder meer informatie over de setting van het verhaal (binnen/buiten, overdag /’s nachts, warm/koud).
Geluiden in een film ondersteunen de beelden. Vaak zorgt geluid voor een bepaalde sfeer. Er zijn drie verschillende soorten geluid: gesproken tekst (dialoog, monoloog, voice-over), omgevingsgeluid en muziek. Sommige geluiden worden tijdens het filmen opgenomen. Dit zijn geluiden die passen bij gebeurtenissen in de film, zoals bijvoorbeeld dialoog of een radio die aan staat. Andere geluiden, zoals muziek, de voice-over en effectgeluiden, worden pas in de montage aan de filmbeelden toegevoegd. 

Slide 11 - Tekstslide

Toelichting filmische elementen:

Extra informatie spanning/suspense:
Spanning wordt ook wel suspense genoemd. Hiermee zorg je dat de kijker geboeid blijft. Suspense is een gevoel dat je bij de kijker wilt creëren. Een belangrijk element van spanning is suggestie. Soms is je eigen verbeelding nog veel angstaanjagender dan de werkelijke gebeurtenis.

Extra informatie belichting:
Belichting is een onderbelicht onderdeel van film, maar heel bepalend voor hoe je de film beleeft. Licht bepaalt de sfeer, kan de blik van de kijker sturen en geeft de kijker onder meer informatie over de setting van het verhaal (binnen/buiten, overdag /’s nachts, warm/koud). 

Extra informatie geluid:
Geluiden in een film ondersteunen de beelden. Vaak zorgt geluid voor een bepaalde sfeer. Er zijn drie verschillende soorten geluid: gesproken tekst (dialoog, monoloog, voice-over), omgevingsgeluid en muziek. Sommige geluiden worden tijdens het filmen opgenomen. Dit zijn geluiden die passen bij gebeurtenissen in de film, zoals bijvoorbeeld dialoog of een radio die aan staat. Andere geluiden, zoals muziek, de voice-over en effectgeluiden, worden pas in de montage aan de filmbeelden toegevoegd. 
Je gaat nu naar
fragment 3 kijken >
Bekijk het derde fragment. Let op de belichting. 

Slide 12 - Tekstslide

Bekijk fragment 3
Bekijk het derde fragment. Let op de belichting. 
0

Slide 13 - Video

Fragment 3
Wat voor gevoel roept dit fragment bij jou op?
Wat is jou opgevallen aan de belichting? 
Hoe zet de filmmaker licht in om spanning te creëren? 

Slide 14 - Tekstslide

Opdracht 5: Belichting
Vragen bij specifieke fragmenten.

Antwoorden:
- Vraag 1 en 2: eigen interpretatie.
- Vraag 3: In de winkel en op het toilet is het donker. Eén klein lampje zorgt voor een klein beetje licht en een kapotte tl-buis knippert onheilspellend. Later valt het licht zelfs uit. Doordat er weinig licht wordt gebruikt in deze scène kun jij er als kijker extra veel bij bedenken. Wat is het dat Kim niet kan zien in het donker? Wie of wat komt er zo meteen tevoorschijn in het licht? Donker wordt vaak geassocieerd met angst, omdat je – vooral als je een levendige fantasie hebt- zelf gaat invullen wie of wat zich in het donker verschuilt. Jouw fantasie is vaak enger dan de realiteit.

Extra informatie spanning/suspense
Spanning wordt ook wel suspense genoemd. Hiermee zorg je dat de kijker geboeid blijft. Suspense is een gevoel dat je bij de kijker wilt creëren. Een belangrijk element van spanning is suggestie. Soms is je eigen verbeelding nog veel angstaanjagender dan de werkelijke gebeurtenis.

Extra informatie belichting:
Belichting is een onderbelicht onderdeel van film, maar heel bepalend voor hoe je de film beleeft. Licht bepaalt de sfeer, kan de blik van de kijker sturen en geeft de kijker onder meer informatie over de setting van het verhaal (binnen/buiten, overdag /’s nachts, warm/koud). 

Je gaat nu naar
fragment 4 kijken >
Ook het geluid zorgt voor spanningsopbouw. Bekijk het fragment opnieuw, met je ogen dicht, en let enkel op het geluid.  

Slide 15 - Tekstslide

Fragment 4
Ook het geluid zorgt voor spanningsopbouw. Bekijk het fragment opnieuw, met je ogen dicht, en let enkel op het geluid.  
0

Slide 16 - Video

Fragment 4
Welke geluiden hoorde je? 
Wat voor effect hebben deze geluiden op jou als kijker? 
Op welke manier kan geluid zorgen voor meer spanningsopbouw?   

Slide 17 - Tekstslide

Opdracht 6: Geluid
Vragen bij specifiek fragment.

Antwoorden:
- Vraag 1: een rijdende en afremmende auto, een autodeur die open wordt gedaan, voetstappen, dialoog, het slaan tegen een deur, het pakken van de benzineslang, een ritselend gordijn, bladeren door een boekje, dialoog op de achtergrond, een knipperende tl-buis, muziek, een broekrits, een dichtslaande deur, een lichtknop, het aansteken van een sigaret, voetstappen, het aanspringen van een tl-buis, het doorspoelen van de wc…
- Vraag 2: eigen interpretatie.
- Vraag 3: Geluid is belangrijk voor de sfeer van een scène. Geluiden, zoals de voetstappen in het laatste fragment, de paniekerige stem en versnelde ademhaling van Kim, kunnen een scène nog spannender maken. Mede door deze geluiden weet jij dat er iets mis is. Ook door de spannende muziek weet jij als kijker direct dat er iets niet klopt of iets gaat gebeuren.

Extra informatie geluid: 
Geluiden in een film ondersteunen de beelden. Vaak zorgt geluid voor een bepaalde sfeer. Er zijn drie verschillende soorten geluid: gesproken tekst (dialoog, monoloog, voice-over), omgevingsgeluid en muziek. Sommige geluiden worden tijdens het filmen opgenomen. Dit zijn geluiden die passen bij gebeurtenissen in de film, zoals bijvoorbeeld dialoog of een radio die aan staat. Andere geluiden, zoals muziek, de voice-over en effectgeluiden, worden pas in de montage aan de filmbeelden toegevoegd. 
Wat is voor jou een Nederlandse film? Kijk je vaak Nederlandse films? Waarom wel/niet?   
Vind je Vals een typisch Nederlandse film? Waarom vind je dat? 
Had Vals ook in Hollywood gemaakt kunnen worden? Wat had dat voor effect gehad op de film?

Slide 18 - Tekstslide

Opdracht 7: Nederlandse film

Antwoorden:
- Vraag 1 en 2: eigen interpretatie.
- Vraag 3: Als Vals in Hollywood was gemaakt, zouden er om praktische redenen een aantal dingen anders zijn gegaan. De cast- en crew zou geen Nederlandse zijn geweest, de film zou Engels gesproken zijn en het vriendinnenweekend had zich niet in Antwerpen afgespeeld. Hiernaast is de Amerikaanse filmindustrie groter dan de Europese filmindustrie, waardoor er - over het algemeen- meer geld beschikbaar is voor filmproducties en films een groter publiek bereiken.

Vervolgsuggesties
 voor na het kijken 
van de film
Zag je de twist aankomen? 
Heeft de filmmaker hints gegeven die je eerder misschien nog niet kon plaatsen? Zo ja, welke?
Wat is je opgevallen aan de belichting? Op welke momenten heeft het licht bijgedragen aan de suspense (spanning)?
Wat is je opgevallen aan het geluid? Op welke momenten heeft het geluid bijgedragen aan de suspense (spanning)?
Wanneer schrok je? Hoe heeft de filmmaker ervoor gezorgd dat jij schrok?

Slide 19 - Tekstslide

Vervolgsuggestie
Kijk de hele film. De vragen uit deze les kunnen ook na het kijken van de gehele film beantwoord worden. De leerlingen kunnen dan met elkaar in gesprek of hun antwoorden aangepast moeten worden of niet en waarom.

Deze film is geselecteerd voor het educatieprogramma van het Nederlands Film Festival. Klik hier voor meer informatie.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies