cross

7.3 Het verhaal van de fossielen

7.3 Het verhaal van de fossielen
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

7.3 Het verhaal van de fossielen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
  • Leerdoelen
  • Bibliotheek-tijd
  • Verwerken

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  1. Je kunt minimaal 4 manieren benoem van hoe fossielen ontstaan
  2. Je kunt fossielen dateren aan de hand van gidsfossielen en de relatieve leeftijd
  3. Je kunt de absolute leeftijd van fossielen dateren met de halveringstijd
  4. Je kunt het verschil uitleggen tussen homologe en analoge structuren in lichamen van organismen

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bibliotheektijd
Lezen paragraaf 3
timer
8:00

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fossielen
Fossielen zijn afdrukken of versteende skelleten van organismen 

Fossielen geven inzicht in het leven van lang geleden 

Paleontologen onderzoeken fossielen en proberen uitgestorven dieren te reconstrueren aan de hand van fossielen

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ontstaan van fossielen (Fossilisatie)
5 mogelijke manieren:
  1. Verstening
  2. Verdroging
  3. Lage temperaturen
  4. Lage pH + zuurstofgebrek
  5. Opsluiten in barnsteen.

Slide 6 - Tekstslide

  • Verstening: micro-organismen breken zachte delen af. Vertraagd door laag zand of slik (bodem van rivier/zee). Skelet en tanden blijven intact. Hoge druk versteent sediment. In water opgeloste mineralen dringen resten binnen en vervangen origineel materiaal. 
  • Verdroging: Snel uitdrogen van een dood organisme in een droge omgeving heeft een conserverende werking, want micro-organismen kunnen niet leven zonder water. 
  • Lage temperatuur Ook kou conserveert. 
  • Lage pH en zuurstofgebrek De zure en zuurstofarme omstandigheden in veenmoerassen zijn ongunstig voor bacteriën. Dat remt de afbraak van dode lichamen. 
  • Opsluiten in barnsteen:  Barnsteen is afkomstig van de gestolde hars van naaldbomen. I.

Slide 7 - Link

Deze slide heeft geen instructies

timer
2:00
Verstening
Verdroging
Lage temp.
Lage pH en O2
Barnsteen
Mineralen
Hoge druk
Veenmoeras
Naaldbomen
Zee
Woestijn
Tirol

Slide 8 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Dateren met gidsfossielen
Fossielen met een grote geografische verspreiding die slechts een beperkte tijd hebben bestaan kunnen worden gebruikt voor het dateren van aardlagen. 
Als je weet dat een bepaald fossiel ongeveer 480 miljoen jaar leefde en je vindt het heel veel terug in een bepaalde aardlag kun je de relatieve leeftijd bepalen van die aardlaag. 

Meer gidsfossielen = betrouwbaarder. 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Relatieve ouderdomsbepaling fossiel
Je kunt ook de ouderdom van andere fossielen bepalen met m.b.v. gidsfossielen

Ouderdom gidsfossiel is exact bepaald, dus alle andere soorten fossielen die in dezelfde aardlaag zijn gevonden, zijn dan ook ongeveer zo oud.



Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leeftijd fossiel bepalen met C14-methode
  • Koolstof-isotoop uit dampkring
  • Halveringstijd 5370 jaar
  • 14C:12C bepaalt leeftijd


Bekijk de video op de volgende slide
voor een uitleg over de c14-methode

Slide 11 - Tekstslide

Elementen worden ingedeeld naar het aantal protonen in de atoomkern. En van alle elementen bestaan varianten met een verschillend aantal neutronen in de kern. Zo'n variant heet een isotoop.

Slide 12 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld C14:
Fossiel met 25% oorspronkelijke C14
en halveringstijd 5730 jaar is hoe oud?
timer
1:00
A
5370 jaar
B
11460 jaar
C
17190 jaar
D
22920 jaar

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Verwante lichaamsbouw
Evolutiebiologen bestuderen de evolutionaire tijdschaal en bekijken hoe ieder organisme verwant is aan elkaar. Als eerste werd gekeken naar verwantschap in lichaamsbouw tussen organismen

Linneaus (1707-1788) onderscheidt twee typen overeenkomsten in lichaamsbouw:
  • Homoloog
  • Analoog

Slide 14 - Tekstslide

Elementen worden ingedeeld naar het aantal protonen in de atoomkern. En van alle elementen bestaan varianten met een verschillend aantal neutronen in de kern. Zo'n variant heet een isotoop.
Homologe structuren






Gelijk bouwplan maar verschillende functie. 

Slide 15 - Tekstslide

Elementen worden ingedeeld naar het aantal protonen in de atoomkern. En van alle elementen bestaan varianten met een verschillend aantal neutronen in de kern. Zo'n variant heet een isotoop.
Analoge structuren






Verschillend bouwplan maar gelijke functie.

Slide 16 - Tekstslide

Elementen worden ingedeeld naar het aantal protonen in de atoomkern. En van alle elementen bestaan varianten met een verschillend aantal neutronen in de kern. Zo'n variant heet een isotoop.

Slide 17 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Homologe structuren
Analoge structuren
Overeenkomst in bouw
Gelijke functie
Verschillende bouw
Verschillende functie
Eigenschap afkomstig van gemeenschappelijke voorouder
Eigenschap niet afkomstig van gemeenschappelijke voorouder
Voorbeeld: Vleugel van vogel en vleugel van mug
Voorbeeld: Vleugel van vogel en vin van walvis

Slide 18 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Missing links
Verwantschap tussen twee organismen, bijvoorbeeld gewervelde vissen en gewervelde landdieren, kan soms lastig zijn als je alleen werkt met nu levende dieren.

Daarom zoeken paleontologen en evolutiebiologen vaak naar missing links (fossiele overgangsvormen). 

Dat zijn fossielen van organismen die in de tussentijd van de ontwikkeling, van bijvoorbeeld zee naar landdier, leefde

Zij kunnen inzicht geven in hoe de lichaamsbouw van organismen door de tijd heen langzaam is veranderd door aanpassing aan een continu veranderende omgeving. 

Slide 19 - Tekstslide

Elementen worden ingedeeld naar het aantal protonen in de atoomkern. En van alle elementen bestaan varianten met een verschillend aantal neutronen in de kern. Zo'n variant heet een isotoop.
Rudimentaire organen
"Organen die over tijd hun functie verloren hebben."

Doordat de omgeving door de tijd veranderd kunnen organen hun functie verliezen. Zolang ze ook geen nadeel opleveren wordt het orgaan niet zo snel weg geselecteerd en blijven ze lang achter in het organisme.


Slide 20 - Tekstslide

Elementen worden ingedeeld naar het aantal protonen in de atoomkern. En van alle elementen bestaan varianten met een verschillend aantal neutronen in de kern. Zo'n variant heet een isotoop.
Noem twee voorbeelden van rudimentaire organen in het menselijk lichaam

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Verwerken
  • Ga naar de planner op It's Learning en maak de opdrachten bij de les: Stamboomonderzoek (Paragraaf 7.3).
    -> Basis: in ieder geval
    -> Extra hulp: als je denkt de leerdoelen nog niet te beheersen.
    -> Verdieping: bij uitdaging of ter oefening van toets/examenvragen.
  • Kijk de gemaakte opdrachten ook na. De antwoorden staan onder bronnen (hoofdstuk 7).
  • Mail je vragen naar je docent of maak gebruik van het chat-uurtje.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies