H1: Herhaling / Procenten - 3M

Start geen nieuwe vergadering
Accepteer 
in LessonUp c
deze les. Als het c
kan o
p een 2e device.
Welkom   wiskunde!
Stel je camera, microfoon en profielfoto
goed

in.
Wat gaan we doen?
● Lesdoel bespreken
● Herhalen: vk t/m 1.7
● Afsluitende vragen
bij
We gaan zo starten.
Leg klaar:
- aantekeningenschrift
- rekenmachine
- kladpapier en pen
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 3

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Start geen nieuwe vergadering
Accepteer 
in LessonUp c
deze les. Als het c
kan o
p een 2e device.
Welkom   wiskunde!
Stel je camera, microfoon en profielfoto
goed

in.
Wat gaan we doen?
● Lesdoel bespreken
● Herhalen: vk t/m 1.7
● Afsluitende vragen
bij
We gaan zo starten.
Leg klaar:
- aantekeningenschrift
- rekenmachine
- kladpapier en pen

Slide 1 - Tekstslide

Wat ga je leren?

Je hebt alle leerdoelen van H1 behaald
of je weet wat je nog moet doen
om deze te behalen.

Eerstvolgende les op school is FT H1.
                  Nu mee bezig
H1: Procenten
VK Breuken en procenten
1. Breuken, procenten en
    decimale getallen
2. Percentage gegeven
3. Procenten gevraagd
4. Procenten en grote     
     getallen
5. Terugrekenen naar 100%
6. Promille
7. Exponentiele formule

              Later deze periode
H6: Verschillende verbanden
VK Machten en wortels
1. Periodieke verbanden
2. Kwadratische verbanden
3. De top van een parabool
4. Wortelverbanden
5. Machtsverbanden

 

Slide 2 - Tekstslide

1.3: Procenten gevraagd
De volgende termen moet je kennen:

  • Absolute toename = toename in aantallen.

  • Procentuele toename = Relatieve toename = toename in procenten.

Absolute en relatieve afname weet je hiermee ook.
Schrijf dus in je aantekeningen.

Slide 3 - Tekstslide

1.3: Procenten gevraagd

Voorbeeld opgave:

Deze trui kost 85 euro en wordt 65 euro.

  • Wat is de absolute afname?
  • 85 - 65 = 20.
    De absolute afname is dus € 20,-
  • Wat is de relatieve afname?

Slide 4 - Tekstslide

1.3: Procenten gevraagd

Voorbeeld opgave:

Deze trui kost 85 euro en wordt 65 euro.

  • Wat is de absolute afname?
  • 85 - 65 = 20.
    De absolute afname is dus € 20,-
  • Wat is de relatieve afname?
Trui

Slide 5 - Tekstslide

1.3: Procenten gevraagd

Voorbeeld opgave:

Deze trui kost 85 euro en wordt 65 euro.

  • Wat is de absolute afname?
  • 85 - 65 = 20.
    De absolute afname is dus € 20,-
  • Wat is de relatieve afname?
Trui
Trui
Prijs in €

Slide 6 - Tekstslide

1.3: Procenten gevraagd

Voorbeeld opgave:

Deze trui kost 85 euro en wordt 65 euro.

  • Wat is de absolute afname?
  • 85 - 65 = 20.
    De absolute afname is dus € 20,-
  • Wat is de relatieve afname?
Trui
Trui
Prijs in €
85

Slide 7 - Tekstslide

1.3: Procenten gevraagd

Voorbeeld opgave:

Deze trui kost 85 euro en wordt 65 euro.

  • Wat is de absolute afname?
  • 85 - 65 = 20.
    De absolute afname is dus € 20,-
  • Wat is de relatieve afname?
Trui
Trui
Prijs in €
85
20

Slide 8 - Tekstslide

1.3: Procenten gevraagd

Voorbeeld opgave:

Deze trui kost 85 euro en wordt 65 euro.

  • Wat is de absolute afname?
  • 85 - 65 = 20.
    De absolute afname is dus € 20,-
  • Wat is de relatieve afname?
Trui
Trui
Prijs in €
85
20
1

Slide 9 - Tekstslide

1.3: Procenten gevraagd

Voorbeeld opgave:

Deze trui kost 85 euro en wordt 65 euro.

  • Wat is de absolute afname?
  • 85 - 65 = 20.
    De absolute afname is dus € 20,-
  • Wat is de relatieve afname?
Trui
Trui
Prijs in €
85
20
1
X

Slide 10 - Tekstslide

1.3: Procenten gevraagd

Voorbeeld opgave:

Deze trui kost 85 euro en wordt 65 euro.

  • Wat is de absolute afname?
  • 85 - 65 = 20.
    De absolute afname is dus € 20,-
  • Wat is de relatieve afname?
Trui
Trui
Prijs in €
85
20
1
X
:85
:85
x 20
x 20

Slide 11 - Tekstslide

1.3: Procenten gevraagd

Voorbeeld opgave:

Deze trui kost 85 euro en wordt 65 euro.

  • Wat is de absolute afname?
  • 85 - 65 = 20.
    De absolute afname is dus € 20,-
  • Wat is de relatieve afname?
Trui
Trui
Prijs in €
85
20
1
X
:85
:85
x 20
x 20
23,529...

Slide 12 - Tekstslide

1.3: Procenten gevraagd

Voorbeeld opgave:

Deze trui kost 85 euro en wordt 65 euro.

  • Wat is de absolute afname?
  • 85 - 65 = 20.
    De absolute afname is dus € 20,-
  • Wat is de relatieve afname?
  • 100 : 85 x 20 = 23, 529...
    Dus de relatieve afname is
                                                  ca. 23, 5 %
Trui
Trui
Prijs in €
85
20
1
X
:85
:85
x 20
x 20
23,529...

Slide 13 - Tekstslide

1.4: Procenten en grote getallen
Tips: 
  • Laat je niet afschrikken door grote getallen.
  • Maak de vakjes in je tabellen ruimer.
  • Schrijf de getallen helemaal uit in een tabel, dus
    456 miljoen = 456 000 000

Slide 14 - Tekstslide

1.5: Terugrekenen naar 100 %

In 2017 zijn er 451 000 mensen werkloos.

Dat is 5,2 % van de gehele beroepsbevolking.

Bereken hoe groot de totale groepsbevolking is.

Rond af op duizendtallen.



Beroepsbevolking
mensen
                        X           451 000
                       1                5,2
 x 100                  : 5,2
 x 100                  : 5,2
    8 673 076,923
Dus er zijn totaal 8 673 000 mensen

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Slide 17 - Tekstslide

opgave 69 blz. 36

Mark zet €285,- op zijn nieuwe spaarrekening.

Hij krijgt 3,75 % rente per jaar. Hij laat al het geld 5 jaar op de rekening staan.

  • Wat is het begingetal?
  • Wat is de groeifactor?
  • Welke exponent gebruik je?
  • Bereken het bedrag dat na 5 jaar op de spaarrekening staat.


Slide 18 - Tekstslide

Op hoeveel decimalen ronden we procenten af?
A
1 decimaal
B
geheel getal
C
2 decimalen

Slide 19 - Quizvraag

En promille?
Op hoeveel decimalen ronden we die af?
A
1 decimaal
B
geheel getal
C
2 decimalen

Slide 20 - Quizvraag

Wat betekent het woord procent?

Slide 21 - Open vraag

En promille?
Wat betekent dat woord?

Slide 22 - Open vraag

Wat verandert er in de tabel bij promille?

Slide 23 - Woordweb

Hoeveel is 6,05 promille van 800.000?
A
4840
B
6050
C
48400
D
484000

Slide 24 - Quizvraag

4 promille van 115 488 euro is:
A
461,952
B
4619,52
C
461,95 euro
D
4619,52 euro

Slide 25 - Quizvraag

1.7: Exponentiele functies
Exponentiele formule: uitkomst = begingetal x groeifactortijd
  • begingetal = startgetal
  • groeifactor bij toename = (100 % + toenamepercentage) : 100
    Deze is altijd boven de 1,0.
  • groeifactor bij afname = (100 % - afnamepercentage) : 100
    Deze is altijd tussen 0,0 en 1,0
  • groeifactor precies 1,0 betekent dat het gelijk blijft.
  • tijd = de tijd die genoemd wordt. Let goed op de eenheid!

Slide 26 - Tekstslide

Wat is de groeifactor bij
+ 9 %

Slide 27 - Open vraag

Wat is de groeifactor bij
+ 17,5 %

Slide 28 - Open vraag

Wat is de groeifactor bij
- 5 %

Slide 29 - Open vraag

Wat is de groeifactor bij
- 1,5 %

Slide 30 - Open vraag

Exponentiele formule maken

Mark zet €285,- op zijn nieuwe spaarrekening.

Hij krijgt 3,75 % rente per jaar. Hij laat al het geld 5 jaar op de rekening staan.


N = B x g t                                           (of     Uitkomst = begingetal x groeifactortijd)

      B = 285

      g = (100 + 3,75) : 100 = 1,0375

Bedrag in € =   285  x  1,0375  t

      t : tijd in jaren

                                           


Slide 31 - Tekstslide

Wat is de exponentiele formule bij deze opgave:
Charlie heeft € 230,- op zijn spaarrekening staan en krijgt per jaar 4,5% rente.

Slide 32 - Open vraag

Huiswerk week 48

Maken van H1:

Paragraaf 1.6 volgens jouw leerroute

Paragraaf 1.7 volgens jouw leerroute



Nakijken en verbeteren:

Huiswerk van H1 tot nu toe.






Zf
Zf
Testopgaven: 
K -> blz. 45
L -> blz. 49
M -> blz. 53
Extra uitleg
FT H1:
3M.wi1: Di 1 dec
3M.wi2: wo 2 dec
3M.wi3: ma 30 nov

Slide 33 - Tekstslide

Welke vraag zou je nog graag beantwoord willen zien voor de formatieve toets?

Slide 34 - Open vraag

Hierna volgen enkele filmpjes die je kunnen helpen met het behalen van de leerdoelen.
Hierna volgen enkele filmpjes die je kunnen helpen met het behalen van de leerdoelen.
Hierna volgen enkele filmpjes die je kunnen helpen met het behalen van de leerdoelen.

Slide 35 - Tekstslide

0

Slide 36 - Video

Slide 37 - Video