Les 6 vaatstelsel en bloeddruk 1e jrs BOL

Vaatstelsel en bloeddruk





Les 6
Ilone
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Vaatstelsel en bloeddruk





Les 6
Ilone

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt de bouw en functie van de verschillende soorten bloedvaten beschrijven.
  • Je kunt beschrijven hoe de hartspier van bloed wordt voorzien.
  • Je kunt (de bloedstroom door) de grote en kleine circulatie beschrijven evenals het drukverloop in het vaatstelsel.
  • Je kunt verklaren hoe de bloeddruk tot stand komt vanuit de hartwerking en bouw van de bloedvaten.
  • Je kunt beschrijven op welke plaatsen de verpleegkundige de hartslag het best kan waarnemen.
  • Je kunt de termen hartslag en polsslag uitleggen.
  • Je kunt beschrijven hoe de bloeddruk wordt geregeld.

Slide 2 - Tekstslide

Terugblik vorige les
Enkele quizvragen

Slide 3 - Tekstslide

Het hart ligt:
A
Op het diafragma
B
In de borstholte
C
Achter het sternum
D
Alle bovengenoemde antwoorden zijn juist

Slide 4 - Quizvraag


Wat is de functie van het hart?
A
Alle organen voorzien van zuurstof
B
Alle organen voorzien van zuurstof en voedingsstoffen
C
Alle organen voorzien van voedingsstoffen
D
Alle organen voorzien van zuurstof, voedingsstoffen en koolstofdioxide

Slide 5 - Quizvraag

In de afbeelding is een lengte doorsnede van een schematisch hart weergegeven. 
Sleep de onderdelen naar het hart.
 Boezem
Hartklep
Aorta
Kamer

Slide 6 - Sleepvraag

Hoe heet de spierlaag van het hart?
A
Endocard
B
Epicard
C
Myocard
D
Pericard

Slide 7 - Quizvraag

Wat is de kleine bloedsomloop?
A
Bloedcirculatie naar de ledematen
B
Bloedcirculatie naar de longen
C
Bloedcirculatie naar de organen
D
Bloedcirculatie naar de hersenen

Slide 8 - Quizvraag

Wat is de volgorde van de
grote bloedsomloop?
A
Rechter kamer, aorta, organen, onderste holle ader, linker boezem
B
Rechter kamer, onderste holle ader, organen, aorta, linker boezem
C
Linker kamer, aorta, organen, onderste holle ader, rechter boezem
D
Linker kamer, onderste holle ader, organen, aorta, rechter boezem

Slide 9 - Quizvraag

Maakt bloedvat 3 deel uit van de grote bloedsomloop of van de kleine bloedsomloop?
A
Grote bloedsomloop
B
Kleine Bloedsomloop

Slide 10 - Quizvraag

Van de longen naar het hart loopt:
A
Longslagader
B
Longaderen
C
Bovenste en onderste holle ader
D
De Aorta

Slide 11 - Quizvraag

De grote bloedomloop vervoert zuurstofrijk bloed van het hart naar de lichaamscellen
A
Ja
B
Nee

Slide 12 - Quizvraag

Welke bloedvat vervoert geen zuurstofrijk bloed?
A
halsslagader
B
Longader
C
Longslagader
D
kransslagader

Slide 13 - Quizvraag

Het hart heeft...
A
1 klep
B
2 kleppen
C
3 kleppen
D
4 kleppen

Slide 14 - Quizvraag

AV kleppen
Halvemaanvormige kleppen

Slide 15 - Tekstslide

Wat is de functie van de hartkleppen?
A
scheiden van O2 arm en O2 rijk bloed
B
het maken van de hartslag
C
voorkomen van terugstromen van bloed
D
hebben geen functie

Slide 16 - Quizvraag

De bloedvaten
Aders: venen
Slagaders: arteriën
  • aorta (lichaamsslagader)
  • longslagader (arteria pulmonalis)
  • longaders (venae pulmonalis)
  • bovenste holle ader (vena cava superior)
  • onderste holle ader (vena cava inferior)
  • kransader (vena coronaria)
  • kransslagader (arteria coronaria)


Slide 17 - Tekstslide

Linkerkamer
Rechterkamer
Linkerboezem
Rechterboezem
Onderste holle ader
Longaders
Aorta
Bovenste holle ader
Longslagader

Slide 18 - Sleepvraag

Zuurstofarmbloed
Zuurstofrijkbloed
Holle ader
Longslagader
Longader
Aorta
Kransslagader
Kransader

Slide 19 - Sleepvraag

Slide 20 - Tekstslide

3 soorten bloedvaten

Slide 21 - Tekstslide

Bloedvaten onder de microscoop

Slide 22 - Tekstslide

Opdracht Vatenexpert
Ontdekkende opdracht

  • De klas verdelen in 4 groepen.
  • De opdracht ontvang je van de docent.
  • Dia 30 t/m 34 kunnen doorlopen worden bij de nabespreking van de presentaties. 






Vervolgens maakt ieder groepje een mini-poster of digitale slide.

Daarna presenteert elk groepje in 1 minuut zijn bloedvat.

Slide 23 - Tekstslide

Hartslag en polsslag
De hartslag is het samentrekken van het hart, waarbij het hart bloed door het lichaam pompt.

De polsslag is de drukgolf die je voelt in een slagader wanneer het hart bloed wegpompt.


Slide 24 - Tekstslide

Op welke plaatsen kun jij de polsslag voelen?

Slide 25 - Open vraag

Bloeddruk (tensie)
  • De druk in de bloedvaten is vlak bij het hart het grootst, hoe lager in het bloedvatenstelsel hoe lager de druk. 
  • Bij de systolische druk wordt er bloed in de aorta gepompt, het hart is dan bezig. 
  • Bij de diastolische druk is het hart in rust. De diastolische druk is daarom lager dan de systolische druk.  

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video

Bloeddruk
De bloeddruk schommelt gedurende de dag.

De bloeddruk beïnvloed door inspanning en emoties.

Een langdurig hoge bloeddruk verhoogt het risico op hart- en vaatziekten. 

Slide 28 - Tekstslide

Bloeddruk
Hoge bloeddruk
Lage bloeddruk

Slide 29 - Tekstslide

Aders
  • bloed vanaf de organen -> naar het hart
  • Lagere druk  
  • Tegen de zwaartekracht in -> klepjes
  • Wand dun en slap
(Vene)

Slide 30 - Tekstslide

De kleppen in de aders

Bloed kan alleen naar het hart toe stromen in de aders

Slide 31 - Tekstslide

Slagaders
-Arteriën 
- Slagaders vervoeren het bloed van het hart af.
- Bloed in de slagaders bevat veel zuurstof (behalve de longslagader)
- De bloedruk in de slagaders is hoog. 
- De wanden van de slagaders zijn dik en elastisch.
- Slagaders liggen diep in het lichaam.

Slide 32 - Tekstslide

Capillairen
- Capillairen
- Kleinste bloedvaatjes in weefsels en organen
- Enorm fijn netwerk
- Bloed stroomt langzaam
- Sterk afnemende (dus lage) bloeddruk
- Dunne wand waar zuurstof en voedingsstoffen makkelijk doorheen kunnen

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Einde


Slide 35 - Tekstslide