Inkoopfactuurprijs - BTW - inkoopprijs

Inkoopfactuurprijs - btw - inkoopprijs
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
HandelMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Inkoopfactuurprijs - btw - inkoopprijs

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?

- €conomie in 5
- Nakijken  H6 en H7
- uitleg nieuwe onderwerp: Inkoopfactuurprijs
- aan de slag met de sommen

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
Aan het einde van deze les weet je:

- Wat de inkoopfactuurpprijs is
- Hoe je van een inkoopfactuurprijs naar de inkoopprijs rekent
- Hoe je van de inkoopprijs naar de inkoopfactuurprijs rekent
- Hoe je van inkoopfactuurprijs naar consumentenprijs rekent

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Link

Bedrijven maakten in het tweede kwartaal van 2026 €93,2 miljard brutowinst. Dat was €5,1 miljard meer dan een jaar eerder. Hoeveel brutowinst maakten zij een jaar eerder?
A
€88,0 miljard
B
€88,1 miljard
C
€98,3 miljard
D
€98,1 miljard

Slide 5 - Quizvraag

De brutowinst steeg van €88,1 miljard naar €93,2 miljard. Met hoeveel procent is de brutowinst ongeveer gestegen?
A
2,1%
B
5,1%
C
5,8%
D
8,8%

Slide 6 - Quizvraag

e brutowinst van bedrijven is met ongeveer 5,8% gestegen. Betekent dit dat de nettowinst ook met 5,8% is gestegen?

A
Ja, brutowinst en nettowinst stijgen altijd met hetzelfde percentage.
B
Ja, want nettowinst is altijd een vast percentage van de brutowinst.
C
Nee, want bedrijfskosten zoals lonen, huur en energie kunnen ook veranderd zijn.
D
Nee, want brutowinst heeft niets met nettowinst te maken.

Slide 7 - Quizvraag

Nakijken H5, H6 en H7

Slide 8 - Tekstslide

Inkoopfactuurprijs
Als een winkelier goederen inkoopt bij zijn leverancier (groothandel) moet de winkelier ook BTW betalen over de goederen die hij inkoopt. Dit noemen we de inkoopfactuurprijs.

Inkoopfactuurprijs = de prijs die de winkelier aan de leverancier betaald. Deze prijs is inclusief BTW.

Inkoopprijs: de inkoopfactuurppijs zonder de BTW. De inkoopprijs wordt gebruikt om de nettoverkoopprijs en de consumentenprijs te berekenen.

BTW: Deze betaald de winkelier dus aan de leverancier. Deze BTW mag de winkelier later weer terugvorderen (= terugkrijgen) van de belastingdienst.

Slide 9 - Tekstslide

Berekening inkoopfactuurprijs

De BTW die de winkelier heeft betaald in de inkoopfactuurprijs mag de winkelier dus terugvorderen. De winkelier rekent deze btw daarom niet door in zijn verkoopprijs. Het rijtje ziet er als volgt uit:


We zetten de percentages er eens achter. Het rijtje ziet er dan zo uit:
 
BTW laag tarief:





BTW hoog tarief:

Slide 10 - Tekstslide

De inkoopfactuurprijs van een product is € 44,66. Het btw tarief is laag. Bereken de inkoopprijs.

Slide 11 - Open vraag

De inkoopfactuurprijs van een product is € 12,63. het btw tarief is laag. De inkoopprijs van dit product is dan:
A
11,40
B
10,44
C
11,59
D
9,98

Slide 12 - Quizvraag

Een winkelier heeft goederen ingekocht bij de groothandel. de inkoopprijs van deze goederen is € 1.275,85 exclusief 21% btw. Bereken de inkoopfactuurprijs van deze goederen.

A
1.054,42
B
1.543,78

Slide 13 - Quizvraag

Een artikel heeft een inkoopfactuurprijs van € 10,95. Het BTW tarief is hoog. De brutowinst bedraagt
€ 6,-. per product.
Bereken:
1. de inkoopprijs
2. de netto-verkoopprijs
3. de consumentenprijs

Slide 14 - Open vraag

Uitwerking
1. 


2.  

Slide 15 - Tekstslide

Aan de slag!
Maak alle opgaven van hoofdstuk 8 en 9 uit de reader. 




Slide 16 - Tekstslide