Lesvoorbereiding Vak A_aanpassing-digivaardig

Meine Familie

Vak: Duits

LK: Anna Jessen

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorDuitsSecundair onderwijs

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Meine Familie

Vak: Duits

LK: Anna Jessen

Deze slide heeft geen instructies

Herhaling

Deze slide heeft geen instructies

Les vandaag

Bouwstenen:

  1. het onbepaald lidwoord in de nominatief

  2. het bezittelijk voornaamwoord in de nominatief

  3. enkele voorzetsel die nodig zijn om een foto te beschrijven 

Einddoelen:

  1. familie(leden) voorstellen en vragen naar familierelaties;

  2. de burgerlijke staat aangeven

  3. een familiefoto beschrijven

Deze slide heeft geen instructies

Het onbepaald lidwoord –
der unbestimmte artikel






De signaalletters voor de onbepaalde lidwoorden vormen hier

ØEØ(E) in plaats van RESE






We beginnen met de onbepaalde lidwoorden – der unbestimmte Artikel – in de nominatief. We herinnern ons aan de bepaalde lidwoorden en hun uitgang – het geheugensteuntje RESE. Wat valt jullie hier op – waar is de verschill als je naar de uitgang kijkt? Juist, we hebben twee keer geen uitgang. Dit schrijf je gewoon zoals een swedisch o – of een slash zero. Jullie kunnen dit tabel terugvinden in het werkbundel op pagina 3, onder „Grammatica“.

Beschrijf een beeld – ein Bild beschreiben



wat bedoelen deze woorden in het NL? “oben” waar is dit in het kwadraat? Ja, goed! En de anderen? Links en rechts – dit is gemakkelijk, of niet? Een idee?

Correct, hetzelfde. “unten”? “hinten” Vorne? In der Mitte?

Ja, zeer goed. Nu hebben we alle tools om te beschrijven waar iemand in een beeld zit. Bv, rechts oben ist ein XX of zo.

Instructie: op de volgende slide zijn er juist/fout vragen over wie je in het beeld kan zijn. Dus, Kijk goed naar de afbeelding en denk naar of de uitspraak juist (richtig) of fout (falsch) is.

Juist of fout?

Links oben steht ein Paar

A

Richtig

B

Falsch

Deze slide heeft geen instructies

juist of fout?
Auf dem Bild ist ein Haustier

A

Richtig

B

Falsch

Deze slide heeft geen instructies

Juist of fout?
Links unten sitzt eine ältere Frau

A

Richtig

B

Falsch

Deze slide heeft geen instructies

Juist of fout?

Auf dem Bild sind keine Kinder zu sehen

A

Richtig

B

Falsch

Deze slide heeft geen instructies

Welk familieleden in het Duits ken je al?


Schrijf op welk familieleden je al kent. Bv. wat is het Duitse woord voor moeder?

Schrijf alle op die je kent, zelf als je niet precies weet wat het bedoelt.



We gaan nu luisteren wat Oskar over zijn Familie vertellt. Luister goed en kijk naar de fotos om te horen, wie er op de fotos is. We zullen het erna bespreken en zien wat jullie onthouden hebben. Als jullie iets niet juist verstaan, aarzel maar niet om te vragen!

Wie zie je op de foto's?



mein Bruder

meine Schwägerin

mein Opa

mein Vater

hebben jullie goed geluisterd? dan sleep maar de juiste familielid naar het juist beeld.

Wie zie je op de foto's?



meine Mutter

meine Oma

meine Nichte

Hier zijn nog meer van zijn Familie. Wie is dit?

Bezittelijke voornaamwoorden-
Possessivpronomen im Nominativ

We hebben hier nu ook iets nieuws: de bezittelijke voornaamwoorden, die Possessivpronomen im Nominativ.

Hoe bepaal je de juiste vorm van het bezittelijk voornaamwoord?

-De vorm wordt bepaald door de persoon / zaak waarnaar het verwijst (zoals in het Nederlands en Engels – mijn jouw, zijn, enz)

-De uitgang wordt bepaald door het geslacht en de naamval van het volgende substantief – zelfde uitgang zoals de onbepaalde lidwoorden.

Wat valt jullie op als jullie naar de uitgang van de voornaamwoorden kijken? Denk aan de onbepaalde lidwoorden – juist, het is dezelfde uitgang: geen uitgang voor mannelijk en onzeidig, E voor vrouwelijk en meervoud

Als ik nu uitdrukken wil dat Jonas een kat heeft, wat zeg ik dan? Opgelet: het Duitse woord Katze is vrouwelijk

Dit is correct


Burgerlijke staat –
der Familienstand

ook nog woordenschat die we nodig hebben als we over onze familie willen praten zijn de woorden voor de burgerlijke staat. Klasgesprek: Weet iemand wat dit is – in het Nederlands? Bv een koppel dat samenwoont en samen kinderen heeft, is waarschijnlijk…? Ja, juist. Maar getrouwd zijn is niet de enige staat – weet iemand wat er nog is? Bv heeft iemand al een overleden grootvader of grootmoeder? Ja? Een is de partner nog aan het leven? Hoe noem je dit dan?

Juist, zij is een weduwe. 

Luisteren naar audio. (Interactieve) vragen aan de leerlingen: wat denken jullie wat de woorden betekenen? Single is eenvoudig – dit is hetzelfde. Maar wat betekent ledig? Weet dat iemand?

Inderdaad – iemand, die niet getrouwd is in de wettelijke zin, maar kan wel een vriend of vriendin hebben. Zelf samenwonen is in Duitsland nog steeds ledig als je niet officieel getrouwd bent. Het samenwonen is geen eigen staat in Duitsland.

“Verheiratet” is getrouwd, en weet iemand wat “geschieden” bedoeld?

Dit is juist. Maar er is ook nog het woord “getrennt” – dit is als je al niet meer samen bent als een koppel, en misschien is één van de twee als verhuisd, maar het huwelijk is nog niet officieel (wettelijk) gescheden.

“verwitwet” – en idee? Er is geen woord in het Nederlands, maar het betekent ‘weduwnaar of weduwe geworden’ – dus de partner is overleden.

Oefening met twee

Arbeitet zu zweit

Stellt einander Fragen nach der Familie. Benutzt dafür folgende Beispiele:

  • Hast du Geschwister?

  • Wie alt ist dein Bruder / deine Schwester?

  • Wie heißen deine Eltern?

  • Hast du Cousins oder Cousinen? Wo wohnen sie?

  • Hast du noch alle Großeltern?

Schreibe auf, was dein Partner erzählt, und beantworte später Fragen dazu



Jullie werken nu met twee. Praat met jouw partner over zijn of haar familie. Let goed op, omdat je dan moest opschrijven hoe de familie van jouw partner eruitziet.

Neem een blad en vul jouw naam en de naam van jouw partner in, en begin met het interview. Je vraag aan jouw partner naar zijn/haar familie. Gebruik de Redemittel van de dia, bv Hast du Geschwister/einen Bruder/eine Schwester? En antwoord bv met “Ja, ich habe eine Schwester“ of „ich habe keine Schwester“.

Je tekent een stamboom en begint met de grootouders van je partner. Degenen, die graag een beetje meer uitdaging willen (zoals jullie twee – LK duidt de twee sterke leerlingen aan) mogen het in tekstvorm neerschrijven – zoveel zinnen als jullie kunnen doen in 5 minuten. Na 5 minuten wisselen jullie en de andere gaat nu de vragen stellen en tekenen of schrijven.

Is dit duidelijk? Weet iedereen wat er moet doen? Nog vragen? Op het einde wil ik jullie stambomen kregen.

Tot slot

Vandaag hebben we geleerd:

  • Het onbepaald lidwoord. wie kan ze herhalen?

    • signalletters : ØEØ(E)

  • Het bezittelijke voornaamwoord: welke zijn er?

    • Mein/meine, dein/deine…en?

  • Hoe we een beeld beschreven: hoe zeg je „links boven“ in het Duits?

    • Oben/unten, rechts/links, vorne/hinten

  • Familieleden: leer de woordenschat goed! Volgende week gaan we herover schriftelijk toetsen.

Herhalen en samenvatten:

Vandaag hebben we dit geleerd:

Het onbepaald lidwoord. Wie kan ze herhalen? Zeg maar met een substantief: bv ein Mann…

Goed. En nu met “kein”

signalletters : ØEØ(E)

zeer goed

Het bezittelijke voornaamwoord: welke zijn er?

Mein/meine, dein/deine…en?

Hoe we een beeld beschreven: hoe zeg je „links boven“ in het Duits?

Oben/unten, rechts/links, vorne/hinten

Familieleden: leer de woordenschat goed! Volgende week gaan we herover toetsen.

Ok, nu zijn we klaar.