Drugs

Basiskennis drugs
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Basiskennis drugs

Slide 1 - Tekstslide

Welke genotmiddelen ken je allemaal?

Slide 2 - Woordweb

Ik ken of ben iemand die wel eens drugs heeft gebruikt
A
Ja
B
Nee
C
Geen idee of mijn bekenden gebruiken

Slide 3 - Quizvraag

Wat kunnen redenen zijn waarom iemand drugs gaat gebruiken?

Slide 4 - Woordweb

Wat is een verslaving?

Slide 5 - Open vraag

Wat denk jij, heeft de hele corona toestand meer invloed op ons gedrag en verslavingen? Leg uit waarom je dat denkt.

Slide 6 - Woordweb

Wat is waar?
A
Drugs zijn altijd illegaal
B
Je kunt drugs overal kopen als je 18 jaar bent
C
In Nederland mag je alle drugs op zak hebben.
D
Drugs hebben invloed op de werking van je hersenen.

Slide 7 - Quizvraag

Drugs hebben invloed op je hersenen. 
Drugs hebben invloed op de manier hoe je de wereld waarneemt. 
Ze kunnen:
  • Een verdovend effect hebben zoals alcohol, heroïne, GHB en hasj 
  • Opwekkend zijn zoals tabak, XTC, speed, cocaïne 
  • Bewustzijnveranderend zijn zoals LSD, paddo’s, hasj en wiet.

Slide 8 - Tekstslide

Drugs die gedoogd worden zijn..

A
Hasj
B
Cannabis
C
Weed
D
XTC

Slide 9 - Quizvraag

Heb je thuis weleens gepraat over drank en drugs?
A
Ja, over beide
B
Ja, alleen over alcohol
C
Nee
D
Ja, alleen over drugs

Slide 10 - Quizvraag

Voor het roken van een joint kan wiet worden gebruikt. 
Bij het blowen van een joint wordt bijvoorbeeld wiet gebruikt. Soms wordt een joint vermengt met tabak. Wiet wordt gemaakt van de bloemtoppen van de hennepplant. 
Het kweken van deze planten gebeurt meestal illegaal (denk aan de nieuwsberichten over het oprollen van een illegale hennepkwekerij!) 

Slide 11 - Tekstslide

Stelling:
Van blowen word je rustig, dus kun je beter opletten in de klas.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 12 - Quizvraag

Stelling: Van blowen word je rustig, dus kun je beter opletten in de klas. 

Blowen versterkt je stemming.
Blowen zorgt er juist voor dat je niet goed kunt opletten en dat het geheugen niet zo goed werkt. 
Logisch nadenken wordt juist moeilijker.

Slide 13 - Tekstslide

Wiet koop je bij de supermarkt.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 14 - Quizvraag

Stelling: Wiet koop je bij de supermarkt. 
Wiet kan je officieel alleen kopen in een zogenaamde coffeeshop voor
eigen gebruik. Je moet daarvoor 18 jaar of ouder zijn! Daar word het gedoogd.

Je kunt het vaak ook bij een dealer op straat kopen. Dan ben je strafbaar. 

Slide 15 - Tekstslide

Wat betekent gedogen?
A
Een bewering die in strijd is met de waarheid
B
Het bewust niet vervolgen van illegale handelingen
C
De omgang met anderen
D
Betrouwbaar zijn

Slide 16 - Quizvraag

Je mag autorijden als je een joint hebt gerookt.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 17 - Quizvraag

Je mag autorijden als je een joint hebt gerookt. 

De wet zegt dat je na het roken van een joint niet mag deelnemen aan het verkeer; je bent dan onder invloed van drugs.
Je mag dus ook niet fietsen, want ook dan neem je deel aan het verkeer. Datzelfde geldt ook voor alcohol. 

Slide 18 - Tekstslide

Hoeveel wietplanten mag je hebben?
A
3
B
5
C
geen
D
zoveel als je wilt

Slide 19 - Quizvraag

Hoeveel wietplanten mag je hebben?
Je mag geen enkele hennepplant hebben of kweken. De politie neemt hennepplanten altijd mee. Als de verdachte,  afstand doet van de plant kan de zaak eventueel geseponeerd worden. Als een zaak geseponeerd wordt, neemt het Openbaar Ministerie de zaak niet verder in behandeling. Heb je meer dan 5 wietplanten, dan wordt er wel altijd een zaak van gemaakt. Ook als je afstand van de planten doet.

Slide 20 - Tekstslide

Wiet en hasj noemen ze ook wel cannabis.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 21 - Quizvraag

Wiet en hasj noemen ze ook wel cannabis. 
Cannabis of hennep is de benaming voor wiet, hasj of hasjolie en kan gerookt of gegeten worden zoals in space-cake.
Wiet of marihuana wordt gemaakt van de gedroogde bloemtoppen en bladeren van de cannabisplant.
Hasjiesj is afkomstig van de hars van de bloemtoppen van de cannabisplant. Door samenpersen van de hars ontstaat een bruin kleverig plakje. Dat is hasjiesj. 

Slide 22 - Tekstslide

XTC wordt gemaakt van planten, net zoals wiet.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 23 - Quizvraag

XTC wordt gemaakt van planten, net zoals wiet. 
Het maken van XTC-pillen is illegaal en gebeurt in laboratoriums die niet gecontroleerd worden door de overheid. Bij het maken van medicijnen is die controle er wel. Je weet dus nooit welke stoffen in een XTC-pilletje zitten. Ze zien er ook steeds weer anders uit. Er zit voornamelijk MDMA (methyleendioxymethamfetamine) in de pillen.

Slide 24 - Tekstslide

0

Slide 25 - Video

Slide 26 - Video

Het is gevaarlijk om één XTC-pilletje te slikken.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 27 - Quizvraag

Het is gevaarlijk om één XTC-pilletje te slikken. 

Doordat je niet weet wat in een XTC-pilletje zit, weet je nooit
wat de werking is op jouw lichaam en hoe je er op reageert.
Ook één pilletje is dus erg gevaarlijk!

Slide 28 - Tekstslide

Verdovende middelen
Opwekkende middelen
Bewustzijnsveranderende middelen
GHB
XTC
Paddo's
Wiet
Hasj
Speed
Cocaine
Lachgas

Slide 29 - Sleepvraag

Van welke drugs gaat je hartslag omhoog?
A
Opwekkende middelen
B
Verdovende middelen
C
Bewustzijn veranderende middelen

Slide 30 - Quizvraag

Welke drugs is softdrugs
A
XTC
B
LSD
C
cannabis
D
heroïne

Slide 31 - Quizvraag

Indeling Drugs
Verdovend
Opwekkende
  • Cafeïne
  • Nicotine
  • Cocaïne
  • Amfetamine
  • XTC
  • Anti-depressiva
  • Speed
  • GHB (sexueel)

Verdovend
  • Alcohol
  • Heroïne

  • Cannabis
  • Slaapmiddelen
  • Kalmerings-middelen
  • Anti-psychotica
Bewustzijnsveranderend
  • XTC
  • Cannabis
  • LSD
  • Paddo’s
  • Lachgas
  • MDMA

Indeling van Drugs

Slide 32 - Tekstslide

Invloed van drugs
De invloed van drugs is afhankelijk van 4 dingen:

1. De hoeveelheid die je inneemt
2. Hoe je je op dat moment voelt
3. De omgeving
4. Het soort drugs die je gebruikt

Slide 33 - Tekstslide

Drugs worden via het bloed door het lichaam verspreid
A
Waar
B
Niet waar

Slide 34 - Quizvraag

Welke wet is voor drugs?
A
Tabaks- en rookwaren wet
B
Opiumwet

Slide 35 - Quizvraag

Slide 36 - Video

Gebruik van lachgas
De afgelopen jaren gebruiken steeds meer jongeren en jongvolwassenen lachgas als een roesmiddel. Het middel wordt dan geïnhaleerd uit een ballon gevuld met lachgas uit slagroompatronen. Deze patronen zijn eigenlijk bedoeld als drijfgas om er slagroom uit een cilinder mee te kunnen spuiten. 

Het risico op ernstige acute gezondheidsincidenten is groot.

Slide 37 - Tekstslide

Frequentie gebruik
Het gebruik van lachgas is het hoogst onder jongeren en jongvolwassenen uitgaanders. 
Lachgas wordt meestal samen met anderen gebruikt. Het grootste deel doet het af en toe en gebruikt dan één of een paar ballonnen per persoon. 
Maar naast deze gelegenheidsgebruikers zijn er ook jongeren met een extremer gebruikspatroon waarbij in groepsverband heel veel lachgas op een avond wordt gebruikt (‘bingen’). 

Slide 38 - Tekstslide

Risico’s en risicoperceptie
Jongeren denken heel verschillend over de gezondheidsrisico’s van lachgas. Vooral jongere gebruikers (van 12-14 jaar), die weinig ervaring met andere middelen hebben, zien lachgas vaak niet als een echte ‘drug’ en vinden dat er nauwelijks risico’s zijn. 

Anderen, vaak degenen die lachgas wel als een ‘drug’ zien, erkennen dat er risico’s zijn, al nemen zij die lang niet altijd serieus. 

Het risico op ernstige acute gezondheidsincidenten lijkt gering, maar gebruikers rapporteren wel degelijk negatieve effecten. Tijdens of kort na lachgasgebruik zijn dit met name hoofdpijn, duizeligheid en tintelingen van handen en voeten. Daarna volgen verwardheid, misselijkheid en craving (hunkering om opnieuw te gebruiken). De meest voorkomende zelf-gerapporteerde negatieve gezondheidseffecten op lange termijn zijn: concentratieproblemen, tintelingen, moeheid en duizelingen. VERLAMMING! 

Hierbij geldt: hoe vaker en meer lachgas wordt gebruikt, hoe vaker op lange termijn tintelingen, craving en gewenning worden ervaren. Op grond hiervan kan het risico op verslaving niet uitgesloten worden.
Hoe het risico wordt ervaren

Slide 39 - Tekstslide

Needle spiking kun je voorkomen?
A
Daarmee ben ik het eens
B
Daarmee ben ik het oneens

Slide 40 - Quizvraag

Stelling:
Experimenteren met drugs hoort bij de puberteit
A
Daarmee ben ik het eens
B
Daarmee ben ik het oneens

Slide 41 - Quizvraag

En voor jou?
A
Geen drugs en geen alcohol!!
B
Zo nu en dan een iets proberen en natuurlijk een lekker biertje.
C
Absoluut alcohol, geen drugs!
D
Wel drugs, geen alcohol.

Slide 42 - Quizvraag

Slide 43 - Tekstslide

https://www.drugsinfo.nl/contactinformatie#stelvraag-mail

Slide 44 - Tekstslide

Wat vond je van deze les?

Slide 45 - Woordweb