Mensen met een verstandelijke beperking

Mensen met een 
verstandelijke beperking
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

Onderdelen in deze les

Mensen met een 
verstandelijke beperking

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen van deze les
- Je kunt toelichten wat een verstandelijke beperking inhoud
- Je kunt mensen met een verstandelijke beperking indelen. 
- Je kunt toelichten hoe je specifieke doelgroepen moet benaderen.
- Je kunt toelichten wat een meervoudige beperking inhoud.
- Je kunt twee syndromen benoemen en toelichten. 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stoornis, beperking, handicap
  • Stoornis; wanneer een orgaan of lichaamsfunctie ontbreekt, afwijkingen vertoont of beschadigd is. Rekening houdend met de leeftijd van de betrokkene.

  • Beperking; is een moeilijkheid of onmogelijkheid om bepaalde normale menselijke activiteit uit te voeren.

  • Handicap; is een verlies van mogelijkheden om op normale wijze deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verstandelijke beperking
Definitie van verstandelijke beperking;
Er is sprake van duidelijke beperkingen in zowel het intellectuele functioneren als het aanpassingsvermogen. 
De beperkingen treden op voor de leeftijd van achttien jaar.

Slide 4 - Tekstslide

De ‘duidelijke beperking in het intellectuele functioneren’ wijst op beperkingen in de intelligentie ofwel het verstand. De persoon heeft (grote) problemen bij het leren, denken en onthouden van zaken. Het gaat hierbij om theoretische en praktische kennis. Jezelf kunnen aankleden bijvoorbeeld stelt eisen aan je motorische vaardigheden, maar ook dat je de volgorde van kleding aantrekken moet onthouden en daarvan de logica kunt inzien.

De beperking in het aanpassingsvermogen wil zeggen dat iemand niet voldoet aan de normen die horen bij de leeftijd. Er wordt dan gekeken naar sociale vaardigheden, verantwoordelijkheden, communicatie, onafhankelijkheid en zelfredzaamheid. Bij al deze zaken heb je een goed begrip van de situatie nodig om juist te reageren. Je moet bovendien begrijpen wat een gepaste reactie is en wat niet. Iemand met een verstandelijke beperking kan dit niet of niet goed, hij heeft er moeite mee zelfstandig te functioneren en verantwoordelijkheid te dragen.

Indeling van mensen met een verstandelijke beperking
  • Op basis van IQ

  • Indeling naar niveaus
- lichte verstandelijke beperking
- matig verstandelijke beperking
- ernstige verstandelijke beperking
- zeer ernstige verstandelijke beperking

Slide 5 - Tekstslide

Een indeling op basis van het IQ alleen zegt niet zoveel. Er is meer dan alleen het ‘verstandelijk functioneren’. Er is ook het aanpassingsvermogen en de mate waarin iemand zelfstandig kan functioneren.
Opdracht (circa 10min)
Bekijk vanuit jouw werkplek per cliënt de volgende punten;

- Indelen op basis van IQ.
- Indelen naar niveau.

- Op jouw werkplek ga je de komende week de zojuist gemaakte indeling vergelijken en bekijken. 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Licht verstandelijke beperking
- Maakt een vertraagde ontwikkeling door. 
- Uiteindelijk kan hij meestal (soms onder begeleiding) zelf vorm geven aan zijn eigen leven.
- Je kunt goed communiceren met mensen met een lichte verstandelijke beperking. 
-  In de zorg en begeleiding ligt de nadruk op lichte ondersteuning en voorlichting. 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Jordy heeft een licht verstandelijke beperking. Welke belemmerende factoren spelen nog meer mee in zijn ontwikkeling?

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Matige verstandelijke beperking
- Beperkt zelf inzicht
- Sociaal besef 
- Eigen oordeel/mening is moeilijk
- Woordenschat is beperkt. 
- Hebben een eenvoudig inzicht in zichzelf, in anderen en in de situatie. 
- Hij leert niet door na te denken of waar te nemen, maar door te doen en te ervaren.

Slide 10 - Tekstslide

In de zorg aan deze cliëntgroep ligt de nadruk op ondersteuning en voorlichting. In de begeleiding en omgang kun je gebruikmaken van verbale communicatie. Let er wel op of de cliënt je begrijpt en pas je woordenschat aan, zonder kinderachtig te gaan praten.

Slide 11 - Video

Matige verstandelijk beperkt
Kunnen mensen met een matige verstandelijke beperking een relatie aangaan en onderhouden?

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ernstige verstandelijke beperking
- Ervaart de wereld vooral via zijn lichaam.
- Er kan ook starheid zijn: iets moet of kan alleen op een bepaalde manier en anders niet. 
- Vaak passief gedrag. 
- Vaak sprake van motorische problemen

Slide 13 - Tekstslide

Het initiatief moet van jou komen. Je neemt de zelfzorg deels over, deels ondersteun je het. In de communicatie is het nodig gebruik te maken van totale communicatie. Dat betekent dat je niet alleen met woorden communiceert, maar ook via gebaren, door voorwerpen te laten zien en door lichaamscontact te maken. Belangrijk is verder een vast en overzichtelijk dagprogramma, want dat helpt de wereld te begrijpen.
Zeer ernstige verstandelijke beperking

- Leeft in zijn eigen wereld en is niet of nauwelijks zelfredzaam. 
- Hij ervaart de wereld via zijn lichaam. 
- Hebben een slechte motoriek en zijn soms bedlegerig.

Slide 14 - Tekstslide

Het heeft geen zin om van een afstandje tegen hem te praten. Hij heeft niet in de gaten dat je het tegen hem hebt en bovendien is het de vraag of hij je begrijpt. Het is belangrijk direct contact te zoeken. Hij is dan erg gevoelig voor de toon waarop je iets zegt. Knuffelen kan hij meestal ook waarderen.
Je kunt goed met ze communiceren, zijn zich vaak bewust van het ''anders'' zijn. Uiteindelijk kan hij meestal (soms onder begeleiding) zelf vorm geven aan zijn eigen leven.
Hierbij is sprake van?
A
Ernstige verstandelijke beperking
B
Lichte verstandelijke beperking
C
Matige verstandelijke beperking
D
Zeer ernstige verstandelijke beperking

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leert niet door te denken of waar te nemen, maar door te doen en te ervaren...
A
Ernstige verstandelijke beperking
B
Lichte verstandelijke beperking
C
Matige verstandelijke beperking
D
Zeer ernstige verstandelijke beperking

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Deze mensen hebben bijna altijd motorische problemen
A
Ernstige verstandelijke beperking
B
Lichte verstandelijke beperking
C
Matige verstandelijke beperking
D
Zeer ernstige verstandelijke beperking

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hierbij is vaak sprake van een vertraagde ontwikkeling
A
Ernstige verstandelijke beperking
B
Lichte verstandelijke beperking
C
Matige verstandelijke beperking
D
Zeer ernstige verstandelijke beperking

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat houdt meervoudig gehandicapt in?

Slide 19 - Open vraag

Het kan gaan om een combinatie van een verstandelijke en een motorische beperking, maar ook om een combinatie van doofheid en blindheid. De groep mensen met een meervoudige beperking is een heel diverse groep mensen. Dat komt omdat allerlei combinaties van beperkingen mogelijk zijn
Meervoudige beperking
Houdt in dat iemand twee of meer afzonderlijke beperkingen heeft, die ieder voor zich ernstig, omvangrijk en langdurig zijn.

Individualiteit is een kernwoord in de verzorging en begeleiding.
Aandacht hebben voor totale functioneren van een cliënt.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Syndroom van Down
Kenmerken
- Het syndroom van down is een aangeboren afwijking. 
- Mensen met downsyndroom hebben enkele typische uiterlijke kenmerken. 
- Deze afwijking ontstaat door een extra chromosoom. Normaal heb je 23 paar chromosomen, dus 46 in totaal met iemand met het syndroom van down heb je er 47 dus 1 te veel.
- Mensen met het downsyndroom ontwikkelen zich langzamer. 


Slide 22 - Tekstslide

Chromosomen zitten in al onze lichaamscellen en zijn dragers van onze erfelijke eigenschappen. Normaal gesproken heeft iedereen in elke cel twee exemplaren van elk chromosoom. Iemand met het downsyndroom heeft van een bepaald chromosoom (21) geen twee maar drie exemplaren. 
Uiterlijke kenmerken
- Plat achterhoofd
- Rond gezicht
- Schuin staande ogen
- Huidplooi aan de binnenkant van de oogleden
- Een korte nek 
- Laagstaande oren en een lage neusbrug
- De meeste kinderen zijn vaak kleiner dan hun leeftijdsgenoten
Vaak medische problemen
- Hartafwijking
- Maag - darm afwijking
- Slaapapneu
- Problemen met horen en zien
- Epilepsie 
- Diabetisch type 1 
- Traag werkende schildklier
- Verminderde weerstand
- Huidproblemen 

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fragiele X-syndroom 
Afwijking in het geslachtschromosoom, namelijk het X- chromosoom. 
Aandoening gaat gepaard met een verstandelijke beperking, gedrag dat op autisme lijkt en (vaak) bepaalde uiterlijke kenmerken. 

Overerven vindt plaats via de moeder, die is draagster. De meeste vrouwelijke draagster van het fragiele x syndroom hebben geen, of alleen een lichte, verstandelijke beperking. 

Fragiele X wijst naar een breekbare (fragiele) plaats in een van de geslachtschromosomen. 
Het X - Chromosoom. Die afwijking is zichtbaar te maken onder een microscoop. Je ziet dan een versmalling in het chromosoom. 

Slide 24 - Tekstslide

Komt vaker voor bij mannen dan vrouwen.

De verstandelijke ontwikkeling met fragiele X kan variëren. 

Bij jongens is de verstandelijke beperking altijd aanwezig en is deze vaak matig tot ernstig. 

Bij meisjes heeft ongeveer 40% een normale intelligentie, maar kan wel sprake zijn van sociale problematiek. Bij het overige deel is sprake van een matige tot ernstige verstandelijke handicap. 


Uiterlijke kenmerken
- Bij de geboorte ziet een kind met fragiele x syndroonm er meestal net zo uit als ieder ander kind. 
- Bij het opgroeien kunnen kenmerken zichtbaar worden.
- Het kind heeft soms een langer gezicht dan andere en het kan grotere oren hebben.
- Vaak oorontstekingen. 
- Platvoeten 
- Vingers en polsen strekken. 
Medische kenmerken
- Mensen met het Fragiele X syndroom zijn meestal gezond en hebben een normale levensverwachting. 

- Vaak infecties aan de luchtwegen en pijnlijke oorontstekingen.
- Hyperlaxiteit (gewrichten en ledematen kunnen ze ver overstrekken)  
- Bijziendheid.
- Vergroting aan de testikels (jongens).
- Vrouwen kunnen op jongere leeftijd in de overgang raken. 

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Autismespectrumstoornis (ASS)
Het is een aangeboren stoornis in de informatieverwerking in de hersenen,  met als gevolg beperkingen in sociale contacten en communicatie, beperkte en herhaalde (stereotiepe) gedragspatronen en star gedrag

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aandacht stoornissen en gedragsstoornissen 
Meeste bekende is ADHD
staat voor attention deficit hyperactivity disorder
ofwel; rusteloos, impulsief en moeite met concentreren.
ADD komt op hetzelfde als ADHD neer alleen is er dan geen sprake van hyperactiviteit

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stoornis
Beperking
Handicap
ontbreken van een orgaan of lichaamsfunctie of een beschadiging

sprake van verlies van mogelijkheden om op de normale wijze aan de maatschappij deel te nemen

moeilijkheid of onmogelijkheid om bepaalde normale menselijke activiteit uit te voeren

Slide 28 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een ongeval is een voorbeeld van een niet-aangeboren beperking?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Volgende les 

Huiswerk in ANS: 
- Theorie beroepsbeeld
- Theorie beroepscode

Locatie: De Wittenhorst 

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat vonden jullie van deze bijeenkomst ?

Slide 31 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Video

Deze slide heeft geen instructies