M&Z - Hoofdstuk 3 (21)

MENS EN ZORG
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo b, k, gLeerjaar 3,4

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

MENS EN ZORG

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent het begrip respect?
(blz. 168)

Slide 2 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Als je iemand met respect benadert, houd je rekening met..
A
datgene wat de ander belangrijk vindt
B
iemands taal
C
de 1, 5 meter
D
wat de ander leuk vindt

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is empathie?
(blz. 169)
A
contact gestoord
B
inlevingsvermogen
C
sociaal gedrag
D
inspanning

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Empathie

Empathie betekent, dat je je kunt verplaatsen in de gevoelens van een ander


Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Normen en waarden (blz. 170)
Een waarde: dat wat jij belangrijk vindt in het leven en de keuzes die je daarin maakt. Bijvoorbeeld: eerlijkheid

Een norm: regels over hoe je je hoort te gedragen. Bijvoorbeeld: niet liegen of stelen.
   
                                      Bij elke waarde hoort een norm.


Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Als je de waarde nastreeft dan gedraag je je op een bepaalde manier. Dat noemen we dan de norm, bijvoorbeeld:

Waarde = hulpvaardigheid
Norm = anderen helpen

Waarde = vriendelijkheid
Norm = aardig zijn


Slide 7 - Tekstslide

Er kunnen meerdere normen (gedragsregels) worden toegeschreven aan een bepaalde waarde.  
Voorbeeld beleefdheid -> 
1 . Als iemand je helpt met iets, bedank je die persoon. 
2. Als er oudere mensen in de trein instappen sta je voor diegene op. Enzovoort
Zet bij het juiste vak (normen of waarden)
norm
waarde
Eerlijkheid
Je zegt U tegen een ouder iemand
Je mag je mening uiten
Vriendschap

Slide 8 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Verbale en non-verbale communicatie
(blz. 174)
Verbale communicatie:
Gesproken woord
Geschreven woord

Non verbale communicatie:
Lichaamshouding
Gezichtsuitdrukking 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verbale communicatie 
Non-Verbale communicatie

Slide 11 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent "actief luisteren"?
(blz. 175)
A
Bewust moeite doen om de zender te horen en te begrijpen
B
Onbewust mee krijgen wat een zender verteld
C
Bewust met de ontvanger bezig zijn
D
Geen moeite hoeven doen om de zender te begrijpen

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

WAAR
NIET WAAR
Tijdens actief luisteren laat je je makkelijk afleiden door je omgeving
Tijdens actief luisteren laat je de ander uitpraten
Tijdens actief luisteren let je op non-verbale signalen
Tijdens actief luisteren zorg je dat er geen stiltes vallen

Slide 13 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

ACTIEF LUISTEREN
= BETROKKEN ZIJN

  • laat je niet afleiden
  • maak oogcontact
  • knikje, 'mimiek'
  • luistergeluiden [hmm]
  • laat de ander laten uitpraten
  • samenvatten / doorvragen
  • let op non-verbale signalen; lichaamstaal




Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen een open en gesloten vraag?

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Open en gesloten vragen
(blz. 177)
  • Een gesloten vraag heeft altijd beperkte antwoordmogelijkheden. 
       Wil je nu boodschappen gaan doen? Het antwoord is: ja of nee.

  • Bij een open vraag kan de ander allerlei antwoorden gegeven. Je krijgt hierdoor meer informatie van de ander (dan bij een gesloten vraag).
      Een open vraag begin je met : wie, wat, waarom, waar, hoe?
     Waarom wil je nu geen boodschappen gaan doen?


















Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Open of gesloten vraag?

Vindt u de wc’s in het sportcentrum schoon genoeg?
A
Open
B
Gesloten

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Open of gesloten vraag?

Doet u vandaag ook mee met de spinning-les?
A
Open
B
gesloten

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Open of gesloten vraag?

Waarom heb je gekozen voor het beroep van trainer?
A
Open vraag
B
Gesloten vraag

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Open of gesloten vraag?

Shirley, hoe is het op je werk?
A
open vraag
B
gesloten vraag

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Open of gesloten vraag?

Wil jij later topsporter worden?

A
open vraag
B
gesloten vraag

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bejegening
Letterlijk betekent bejegening: 
"de manier waarop iemand zich tegenover iemand anders gedraagt. In de zorg hebben we het dan over de wijze waarop een zorgverlener een zorgvrager benadert. Verpleegkunde is mensenwerk". 

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

vragen?

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies