Stap 1 van de planningscyclus is het selecteren van het doel.
A
Ja
B
Nee
Slide 13 - Quizvraag
Stap 2 van de planningscyclus is verzamelen van informatie?
A
Ja
B
Nee
Slide 14 - Quizvraag
Stap 3 van de planningscyclus is surveilleren?
A
Ja
B
Nee
Slide 15 - Quizvraag
Stap 4 van de planningscyclus is de dry run?
A
Ja
B
Nee
Slide 16 - Quizvraag
Stap 7 van de planningscyclus is de dry run?
A
Ja
B
Nee
Slide 17 - Quizvraag
Stap 7 van de planningscyclus is de uitvoering?
A
Ja
B
Nee
Slide 18 - Quizvraag
Stap 8 van de planningscyclus is (levenslange) gevangenisstraf of een enkelband?
A
Ja
B
Nee
Slide 19 - Quizvraag
Herhalingsles Proactief beveiligen
Social engineering & Cover story
Slide 20 - Tekstslide
Welke stelling klopt: 1: Social engineering is een manier van informatie verzamelen. 2. De verzamelde informatie helpt de dader om te kijken of het doel geschikt is.
A
Alleen stelling 1 is juist.
B
Alleen stelling 2 is juist.
C
Beide stellingen zijn juist.
D
Beide stellingen zijn onjuist.
Slide 21 - Quizvraag
Social engineering wordt uitgevoerd door het opwekken van nieuwsgierigheid, intimidatie, gebruik maken van standaardfoutjes of de neiging om behulpzaam te zijn.
A
Ja
B
Nee
C
.
Slide 22 - Quizvraag
Welke stelling over social engineering is juist?
A
Dit is makkelijk te voorkomen met goede beveiliging.
B
Dit gebeurd bij elk misdrijf.
C
Gebeurd in fase 1 van de criminele planningscyclus.
D
Het hacken van mensen om gevoelige informatie te krijgen.
Slide 23 - Quizvraag
Het begrip AMO staat voor:
A
Aanvallers Manier van Opereren.
B
Aanval Methode Opponent.
C
Aanvallers Methode van Operatie.
D
Aanval Memo Operator.
Slide 24 - Quizvraag
De Aanvallers Methode van Operatie (AMO) is een wijze van werken waarvan in de praktijk nooit bewezen is dat deze daadwerkelijk uitvoerbaar is.
A
Ja
B
Nee
Slide 25 - Quizvraag
Er zijn twee typen Aanvallers Methode van Operatie. De voorbereidende AMO's en uitvoerende AMO's.
A
Ja
B
Nee
Slide 26 - Quizvraag
Herhalingsles Proactief beveiligen
De Aanvallers Methode van Operatie (AMO) is een wijze van werken waarvan in de praktijk is bewezen dat deze daadwerkelijk uitvoerbaar is. De twee typen zijn voorbereidende AMO's en uitvoerende AMO's.
Slide 27 - Tekstslide
Kies het meest juiste antwoord: Het misleiden van iemand om dingen te doen die hij onder normale omstandigheden nooit zou doen voor een vreemde of een buitenstaander, met als gevolg schade voor die persoon of voor zijn werkgever.
A
Cover story
B
Social enigneering
C
Verzamelen van informatie
D
Het plannen van een misdrijf
Slide 28 - Quizvraag
Een cover is het zich in een andere functie/beroep/activiteit voordoen dan waar is, het is een dekmantel.
A
Ja.
B
Nee.
Slide 29 - Quizvraag
Social engineering kan zowel via de digitale weg worden toegepast (internet, sociale media, e-mails etc.) maar ook in real life door bijvoorbeeld met een nep uniform een enquête te houden.
A
Ja, dat is idd het misleiden van mensen.
B
Nee, dan is het geen social engineering, dat is gewoon criminaliteit.
Slide 30 - Quizvraag
Herhalingsles Proactief beveiligen
De Organisatie van de verdediging
Slide 31 - Tekstslide
Voor de proactieve beveiliger is het belangrijk te weten: Wat bescherm je en hoe kan een tegenstander daar toegang toe krijgen.
A
Ja
B
Nee
Slide 32 - Quizvraag
Vier factoren die bijdragen tot een uitvoering. Of de dader zijn daad uitvoert hangt af van de volgende factoren. Het ‘willen’ (motivatie) wordt bepaald door:
A
1. aantrekkelijkheid van de buit
2. de straf; 3. het weer;
4. de middelen.
B
1. aantrekkelijkheid van de buit; 2. de slagingskans; 3. middelen; 4. kennis
C
1. de gelegenheid;
2. de aantrekkelijkheid van de buit; 3. de straf die erop staat;
4. de beschikbare informatie.
D
1. de gelegenheid;
2. de slagingskans; 3. middelen
4. kennis
Slide 33 - Quizvraag
Welke uitspraak past bij proactief beveiligen?
A
‘Voorkomen is beter dan genezen.’
B
‘Als het kalf verdronken is dempt men de put.’
Slide 34 - Quizvraag
Kennis over welke AMO is vooral belangrijk voor de proactieve beveiliger?
A
Voorbereidende AMO
B
Uitvoerende AMO
Slide 35 - Quizvraag
Om iets te kunnen voorkomen moet je weten wat iemand gaat doen.Wat gaat onze aanvaller(s) doen? De gelegenheid maakt de dief. Maar soms is de buit zo aantrekkelijk dat men meer voorbereid aan het werk wil. De missie is zo belangrijk dat hij niet mag mislukken. Daarom gaat men gepland te werk. We gebruiken daarvoor de …..
A
NAVI dadergroepen.
B
De informatie van verschillende veiligheidsdiensten.
C
De criminele/terroristische planningscyclus.
D
Beveiligingscamera's en toezicht.
Slide 36 - Quizvraag
Welke stappen in de planningscyclus zijn het meest interessant bij proactief beveiligen?
A
2. Het verzamelen van informatie
3. Het surveilleren; 4. Het plannen van de aanval; 6. Oefenen/dry run.
B
2. Het verzamelen van informatie
3. Het surveilleren; 5. Het verzamelen van de middelen; 6. Oefenen/dry run
C
2. Het verzamelen van informatie
3. Het surveilleren; 5. Het plannen van de aanval; 7. De uitvoering.
D
2. Het verzamelen van informatie
3. Het surveilleren; 5. Het verzamelen van de middelen; 7. De uitvoering.
Slide 37 - Quizvraag
Herhalingsles Proactief beveiligen
Verdachte Indicatoren
Slide 38 - Tekstslide
Verdachte indicatoren kunnen bestaan uit: (Geef één van de twee juiste antwoorden).
Alleen het gedrag, hoe iemand eruit zien en het verhaal dat iemand verteld.
D
Het verhaal dat iemand vertelt; Documentatie; De situatie.
Slide 39 - Quizvraag
Een verdachte indicator is een zichtbaar aan de AMO te koppelen afwijking van de norm. Wat normaal is op het ene moment, de ene plaats of binnen een cultuur, kan op een ander tijdstip, plaats of binnen een andere cultuur, een verdachte indicator opleveren. Dus uitkijken naar ongewone situaties.
A
Deze stelling is juist.
B
Deze stelling is onjuist.
Slide 40 - Quizvraag
SOP staat voor:
A
Standaard Organisatie Protocol.
B
Strategisch Operationeel Plan.
C
Systematische Onderzoeksplanning.
D
Standaard Operationele Procedures.
Slide 41 - Quizvraag
Wat is het doel van een SOP?
A
Uniformiteit creëren in de uitvoering van de handeling en daardoor in het eindresultaat ervan.
B
Afschikken van criminelen/terroristen.
C
Service voor de klant vergroten.
D
Minder administratie creëren.
Slide 42 - Quizvraag
Welke stap hoort niet bij het dreigingsassessment?
A
Detecteren van de afwijking van de norm.
B
Beslissen of de afwijking gekoppeld kan worden aan een AMO.
C
Opstellen van een evacuatieplan.
D
Security questioning uitvoeren om een verklaring te vinden
Slide 43 - Quizvraag
Uit hoeveel stappen bestaat een Criminele/Terroristische Planningscyclus?
A
10
B
7
C
9
D
8
Slide 44 - Quizvraag
Iemand die vaak een zelfde soort strafbare feit pleegt heet een: