4H thema 7 BS3

Thema 7 Bs3 Ecosystemen
1 / 51
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 51 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Thema 7 Bs3 Ecosystemen

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt de voedselrelaties en de informatienetwerken in een ecosysteem beschrijven.
  • Je kunt de energiestroom door een ecosysteem beschrijven.

Slide 2 - Tekstslide

Wat is een voorbeeld van abiotische factor die van invloed is op een konijn?
A
Hoeveelheid andere konijnen
B
Hoeveelheid wortels in de grond
C
Grondsoort in de leefomgeving
D
Hoeveelheid vossen in de leefomgeving

Slide 3 - Quizvraag

Biotische factoren zijn:
A
water, voedsel en zonlicht
B
voedsel, vijanden en ziekteverwekkers
C
ziekteverwekkers, zonlicht en voedsel
D
Vijanden, water en temperatuur

Slide 4 - Quizvraag

Deze symbiose is...
A
Mutualisme
B
Parasitisme
C
Commensalisme

Slide 5 - Quizvraag

Deze vorm van symbiose is:
A
mutualisme
B
parasitisme
C
commensalisme

Slide 6 - Quizvraag

Deze vorm van symbiose is...
A
Mutualisme
B
Parasitisme
C
Commensalisme
D
Realisme

Slide 7 - Quizvraag

Deze vorm van symbiose is...
A
Mutualisme
B
Parasitisme
C
Commensalisme
D
Surrealisme

Slide 8 - Quizvraag

Biologisch evenwicht
= de grootte van een populatie schommelt altijd rond een bepaalde evenwichtswaarde.

Of een populatie groeit of krimpt is afhankelijk van de abiotische en biotische factoren (afb. 10).

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Amerikaanse kreeft
Is deze kreeft:
  • inheems of uitheems?
  • exoot?
  • invasief?
  • populatiegrootte in Nederland?


timer
5:00

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Deze paragraaf
  • Voedselrelaties  
  • Energiestromen
  • Piramides <- volgende les

Slide 13 - Tekstslide

Waarmee begint elke voedselketen?

Slide 14 - Open vraag

  • Producenten en consumenten
  • Assimilatie en dissimilatie
  • Autotroof en heterotroof
  • Trofische niveaus

Slide 15 - Tekstslide

Voedselketen
= een reeks soorten, waarbij een de soort voedselbron is voor een volgende soort 
  • trofisch niveau: plaats in de voedselketen 
  • Het eerste trofisch niveau bestaat uit autotrofe organismen

Slide 16 - Tekstslide

Autotroof
Maakt zelf organische stoffen uit anorganische stoffen door fotosynthese


- planten  
 - sommige bacteriën
Heterotroof
Voeden zich met andere organismen. kunnen zelf geen energierijke stoffen maken uit anorganische stoffen.

- alle andere organismen. 

Slide 17 - Tekstslide

Voedselweb
= het geheel van voedselrelaties in een levensgemeenschap. 

Slide 18 - Tekstslide

Noem uit dit voedselweb een producent!

Slide 19 - Open vraag

Voedselkringloop
= weergave van energiedoorstroming van voedingsstoffen naar steeds volgende organismen. 

Slide 20 - Tekstslide

Afvaleters
  • Dode resten van organismen kunnen worden gegeten door afvaleters (detrivoren). 
  • De afvaleters zijn net als alle andere dieren consumenten in de voedselketen.
  • vb. insecten

Slide 21 - Tekstslide

Reducenten
  • Breken de overgebleven dode resten af tot anorganische stoffen (koolstofdioxide, water, mineralen) =  mineralisatie.
  • bacteriën en schimmels

Slide 22 - Tekstslide

trofische niveaus
producent
* autotrofe organismen, maken organische stoffen van anorganische stoffen (= koolstofassimilatie)
consument (van de 1e/2e/Xe orde)
* heterotrofe organismen, dus ook afvaleters
afvaleter
* eet dood materiaal , dieren of schimmels 
reducent
* breken overgebleven dode resten af tot anorganische stoffen (Co2, H2o en 
mineralen) = mineralisatie (vorm van dissimilatie)
* bacteriën of schimmels

Slide 23 - Tekstslide

Welke voedselketen is goed genoteerd?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 24 - Quizvraag

Waar horen maden bij?
A
producenten
B
consumenten 2e orde
C
afvaleters
D
reducenten

Slide 25 - Quizvraag

Horen afvaleters bij producenten, consumenten of reducenten?
A
producenten
B
consumenten
C
reduceren

Slide 26 - Quizvraag

Assimilatie
=  opbouw van organische moleculen uit kleinere moleculen
  • energie nodig

Dissimilatie 
= afbraak van grote organische moleculen naar kleine moleculen
  • energie komt vrij

Slide 27 - Tekstslide

vormen van assimilatie 
koolstofassimilatie: vorming organische stoffen (glucose) uit anorganische stoffen (H20 en O2).
  • uitgevoerd door producenten
  • energie afkomstig van licht  --> fotosynthese 

voortgezette assimilatie: vorming van koolhydraten, eiwitten, vetten en DNA uit glucose 

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Assimilatie
Dissimilatie
Verbranding
Opbouw
van o.a. glucose
Fotosynthese

Slide 30 - Sleepvraag

Opdracht
Lees basisstof 3
Maak opdr 16






Slide 31 - Tekstslide

Piramides
- van aantallen
- van biomassa
- van energie 

Slide 32 - Tekstslide

Piramide van  aantallen

Slide 33 - Tekstslide

Er bestaat ook een piramide van biomassa. Wat zou biomassa betekenen? (tip; 'bio' en 'massa')

Slide 34 - Open vraag

Piramide van biomassa
Biomassa = het totale gewicht van alle organische stoffen in de organismes.

  • piramide van biomassa heeft altijd een piramidevorm!

Slide 35 - Tekstslide

In de afbeelding is een piramide
getekend van de voedselketen:
gras -> sprinkhaan -> spitsmuis
Welke bewering is juist?
A
uit 1 kg gras wordt 22 kg sprinkhanen gevormd
B
uit 1 kg gras wordt uiteindelijk 85kg spitsmuizen gevormd
C
uit 22 kg gras wordt 1 kg spitsmuizen gevormd
D
uit 22 kg sprinkhanen wordt 1 kg spitsmuizen gevormd

Slide 36 - Quizvraag

Piramide van biomassa

Slide 37 - Tekstslide

Wat is de reden dat de piramide van biomassa altijd een piramide vorm heeft?

Slide 38 - Open vraag

piramide van energie

Slide 39 - Tekstslide

In de piramide van energie zie je dat bij iedere stap (ieder hoger niveau) energie verloren gaat. Waar is deze energie gebleven/ waarom kan niet alle energie naar het volgend trofisch niveau gaan?

Slide 40 - Open vraag

Slide 41 - Tekstslide

Energiestroom
  • In een voedselpiramide wordt een deel van de biomassa doorgegeven aan het volgende trofische niveau.
  • Bij iedere stap gaat energie verloren door dissimilatie, afgestorven weefsel en onverteerd weefsel (ontlasting).

Binas 93A

Slide 42 - Tekstslide

Slide 43 - Tekstslide

Opdracht
maak opdracht 18 en 19

Slide 44 - Tekstslide

Slide 45 - Tekstslide

Bij welke diersoorten zal component Fn het grootst zijn?
A
Links
B
Rechts

Slide 46 - Quizvraag

Slide 47 - Tekstslide


Wat laat de piramide van aantallen zien?
A
Hoeveel diersoorten er in een schakel zijn
B
De soorten dieren in een gebied
C
Hoeveel individuen er in een schakel voorkomen

Slide 48 - Quizvraag

In een piramide van biomassa wordt de biomassa in elke volgende schakel groter.
A
juist
B
onjuist

Slide 49 - Quizvraag

Dit is een piramide van ...
A
aantallen
B
biomassa

Slide 50 - Quizvraag

maken opdrachten paragraaf 3
Daarna leren, oefenen (er staat een bestandje op its) 

Slide 51 - Tekstslide