3 hv paragraaf 5.3 deel 1

Hoofdstuk 5
Paragraaf 5.3 
Deel 1

Serieschakeling
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 5
Paragraaf 5.3 
Deel 1

Serieschakeling

Slide 1 - Tekstslide

Een lampje
Als je een lampje op een batterij wilt aansluiten, dan geldt daarvoor een maximale spanning. Het lampje is bijvoorbeeld geschikt voor een batterij van 4,5 Volt.

Slide 2 - Tekstslide

Het probleem
.Wat als je het lampje met een sterkere spanningsbron wilt gebruiken?
Gewoon zomaar aansluiten op een batterij met meer spanning (Volt), lever ook een grotere stroom (Ampère) op en dan kan het lampje kapot gaan. Of erger, de hele boel vliegt in brand.

Slide 3 - Tekstslide

De oplossing
.Om met een grotere spanning (Volt) toch de stroom (Ampère) niet te groot te laten worden, moet je de weerstand verhogen.
Met een grotere weerstand blijft de stroom namelijk kleiner.

Hoe doe je dat?

Slide 4 - Tekstslide

Totale weerstand verhogen
.De totale weerstand verhogen doe je door extra onderdelen in serie in de schakeling te plaatsen.

Bijvoorbeeld een extra lampje of een weerstand.

Een weerstand is een elektrisch onderdeeltje met een vaste weerstandswaarde.

Slide 5 - Tekstslide

Serieschakeling - weet je nog?



1. de stroom in een serieschakeling is overal even groot 
(want er is maar één route)
2. als er één onderdeel kapot is, doet de rest het ook niet meer (want dan is de stroomkring onderbroken)

Slide 6 - Tekstslide

Serieschakeling - wat je nog meer moet weten


3. hoe meer onderdelen in een serieschakeling, hoe groter de totale weerstand 
4. de wet van Ohm kun je in een serieschakeling voor de totale weerstand gebruiken, maar ook voor elk afzonderlijk onderdeel

Slide 7 - Tekstslide

Dit levert de volgende formules op voor een serieschakeling
It = I1 = I
Ut = U1 + U2
Rt = R1 + R2

Rt = Ut : It              R1 = U1 : I1          R2 = U2 : I2

Slide 8 - Tekstslide

Voorbeeld

Een lampje met een weerstandswaarde van 100 Ω wordt samen met een weerstand van 200 Ω in serie aangesloten op een batterij van 9 V. De reden dat dit zo gebeurd, is dat dit lampje maar maximaal een spanning van 3 V kan verdragen.
a. Hoe groot is de totale weerstand van deze schakeling?
b. Hoe groot is de stroomsterkte in deze schakeling?
c. Hoe groot is de spanning over het lampje? Zal het lampje kapot gaan?

Slide 9 - Tekstslide

Gegeven: 
U= 9 V
R1 = 200 Ω
R2 = 100 Ω

Gevraagd:
a. Rt
b. It
c. U2
Formules:

It = I1 = I2
Ut = U1 + U2
Rt = R1 + R2

Rt = Ut : It 
 R1 = U1 : I1 
 R2 = U2 : I2

Slide 10 - Tekstslide

Gegeven: 
U= 9 V
R1 = 200 Ω
R2 = 100 Ω
Rt = 300 Ω

Gevraagd:
b. It
c. U2
Formules:

It = I1 = I2
Ut = U1 + U2
Rt = R1 + R2

Rt = Ut : It 
 R1 = U1 : I1 
 R2 = U2 : I2

Slide 11 - Tekstslide

Gegeven: 
U= 9 V
R1 = 200 Ω
R2 = 100 Ω
Rt = 300 Ω
It = 0,03 A

Gevraagd:
c. U2
Formules:

It = I1 = I2
Ut = U1 + U2
Rt = R1 + R2

Rt = Ut : It 
 R1 = U1 : I1 
 R2 = U2 : I2

Slide 12 - Tekstslide

Oplossing
a. Rt= R1 + R2 = 200 + 100 = 300 Ω

b. It = Ut : It = 9 : 300 = 0,03 A

c. I2 = It = 0,03 A
U2 =  I2 * R2 = 0,03 * 100 = 3 V
Het lampje gaat dus (net) niet kapot, want hij kan maximaal een spanning van 3 Volt hebben en hij krijgt ook 3 Volt.

Slide 13 - Tekstslide

Goed nieuws
Omdat dit best veel formules zijn, krijg je bij het proefwerk een blaadje met alle formules van dit hoofdstuk er op.

Je moet natuurlijk nog wel deze formules op de goede manier weten te gebruiken!

Slide 14 - Tekstslide

Huiswerk
Maken paragraaf 5.3 
opgave 1abc, 4, 5, 6

Slide 15 - Tekstslide