Paragraaf 7.4 Voedsel verteren

Welkom!
1.. Je zit volgens de plattegrond.
2. Je hebt op je tafel liggen: 
- werkboek A, 
- een pen,
- je laptop dicht.
3. Je gaat aan de slag met de startopdracht.
Startopdracht
Hoe heten de bewegingen die plaatsvinden in de slokdarm?
(pak je boek
erbij)

1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
Biologie / VerzorgingMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Welkom!
1.. Je zit volgens de plattegrond.
2. Je hebt op je tafel liggen: 
- werkboek A, 
- een pen,
- je laptop dicht.
3. Je gaat aan de slag met de startopdracht.
Startopdracht
Hoe heten de bewegingen die plaatsvinden in de slokdarm?
(pak je boek
erbij)

Slide 1 - Tekstslide

Planning voor deze les
  1.  Uitleg 7.4 'Voedsel verteren'
  2.  Aan de slag!
  3. Afsluiten         

Slide 2 - Tekstslide

1. Kun je beschrijven hoe voedsel door je verteringsstelsel gaat? 
2. Kun je uitleggen hoe je voedsel wordt verteerd?   
3. Kun je uitleggen hoe enzymen werken? 
4. Kun je beschrijven waar in je lichaam vertering gebeurt?  
5. Kun je een uitleggen hoe de voedingsstoffen in je bloed komen?
6. Kun je uitleggen wat er met de voedselresten gebeurt na de vertering?
Leerdoelen 7.4 Voedsel verteren

Slide 3 - Tekstslide

Verteringsstelsel
Functie: de voedingsstoffen zo klein maken dat ze opgenomen kunnen worden in het bloed
Cel - orgaan - orgaanstelsel

Slide 4 - Tekstslide

  • water - vitaminen - mineralen zijn al klein genoeg
  • koolhydraten - vetten - eiwitten moeten klein gemaakt worden

Het klein maken van voedingsstoffen heet vertering.

Verteren

Slide 5 - Tekstslide

Hier begint het verteringsproces

* kauwen, fijn malen
* speeksel met enzymen, vochtige brij
* Tong duwt naar slokdarm
HUIG (afsluiten neusholte)
STROTKLEPJE (afsluiten luchtpijp)

Mondholte

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Slide 8 - Tekstslide

3 = kringspieren
4 = lengtespieren
5 = voedselbrij

Test: in de handstand een stukje brood opeten, lukt dat? :)

Peristaltische beweging

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Vertering van koolhydraten

Slide 11 - Tekstslide

Verteringssap en enzymen

Slide 12 - Tekstslide

In de afbeelding hieronder zie je de enzymwerking van 3 verschillende enzymen bij verschillende temperaturen. 
Het voedsel van een luiaard bestaat vooral uit bladeren die taai zijn om te verteren en weinig energie opleveren. Het verteringsproces kan meer dan een maand duren. Omdat de luiaard weinig energie haalt uit zijn voeding heeft hij een lichaamstemperatuur van slechts 32 graden Celcius. 

Slide 13 - Tekstslide


Bekijk de grafiek over enzymwerking hiernaast nog een keer. Bij welke lijn werken de verteringsenzymen van de luiaard het best? Kies uit: blauwe lijn, rode lijn, zwarte lijn.
Leg uit waarom je voor deze lijn kiest.



Slide 14 - Open vraag


Bekijk de grafiek over enzymwerking hiernaast nog een keer. Wat gebeurt er met de enzymen wanneer ze zich lange tijd bevinden bij een temperatuur van 80 graden?



Slide 15 - Open vraag

Mondholte: speeksel - koolhydraten
(enzymen in mond verteren zetmeel)

Maag: maagsap - eiwitten
(maagsap enzymen verteren eiwitten)

12-vingerige darm: alvleessap en gal (verder koolhydraten, eiwitten,  begin met vetten)

Waar en door wat wordt je voedsel verteerd?

Slide 16 - Tekstslide

Dunne darm: darmsap (koolhydraten, eiwitten) Voedsel kleiner maken zodat het wordt opgenomen in het bloed.


GAL IS HULPSTOF !!(geen verteringssap) Gal maakt van grote vetdruppels kleine vetdruppels.
(emulgeren)

Waar en door wat wordt je voedsel verteerd?

Slide 17 - Tekstslide

a. Welk orgaan is dit?
b. Het orgaan maakt sap aan. In dit sap zit een enzym. Welke voedingsstof wordt hierdoor verteerd?
c. Noem een voorbeeld van een voedingsmiddel dat hierin al deels verteerd zal worden.
d. Welke functie heeft het sap nog meer?
Antwoord
a: maag
<div>b: eiwit
</div><div>c: voorbeeld met eiwit, gekookt eitje bijvoorbeeld</div><div>d: het doodt bacteriën_____
</div><div><br></div>

Slide 18 - Tekstslide

- Ken je de onderdelen hiernaast?(zie boek)
- Waar vindt de vertering van koolhydraten, eiwitten, vetten plaats?


Zie bron 9

Slide 19 - Tekstslide

De binnenkant heeft uitstulpingen, de darmplooien. Deze uitstulpingen hebben ook weer uitstulpingen, de darmvlokken. Door de darmplooien en darmvlokken wordt het oppervlak van de darmen vergroot. Met behulp van haarvaatjes (bloedvaten) worden voedingsstoffen opgenomen.

Slide 20 - Tekstslide

Darmplooien en darmvlokken
De binnenkant heeft uitstulpingen, de darmplooien. Deze uitstulpingen hebben ook weer uitstulpingen, de darmvlokken. Door de darmplooien en darmvlokken wordt het oppervlak van de darmen vergroot. Met behulp van haarvaatjes (bloedvaten) worden voedingsstoffen opgenomen.

Slide 21 - Tekstslide

Aan de slag tijdens deze les

  • In je leerwerkboek paragraaf 7.4                                   Opdracht: 3, 4, 5, 6, 7
  • Havo extra opdracht:
  • Je kijkt na: Voorin in de klas liggen nakijkboekjes

KLAAR? Verder met 'leren'. (flashcards, samenvatting)

Slide 22 - Tekstslide

Aan de slag tijdens deze les

  • In je leerwerkboek paragraaf 7.4                                   Opdracht: 8, 12, 15, 16, 19, 22, 23
  • Havo extra opdracht: opdracht 13
  • Je kijkt na: Voorin in de klas liggen nakijkboekjes

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

verteringssap
voedingsstoffen die verteerd worden
alleen zetmeel
alleen eiwitten
koolhydraten,
eiwitten en vetten
koolhydraten
en eiwitten
alvleessap
darmsap
maagsap
speeksel

Slide 25 - Sleepvraag

Wat blijft er over ?
Dikke darm - water eruit / darmflora

Endeldarm - opslag

Slide 26 - Tekstslide

Waar begint de vertering?
A
in de mond
B
in de slokdarm
C
in de maag
D
in de darmen

Slide 27 - Quizvraag

<b>voedingsstof die direct in je bloed wordt opgenomen</b>
<b>voedingsstof die eerst verteerd wordt voordat het in je bloed wordt opgenomen</b>
<b>geen voedingsstof</b>
alle koolhydraten behalve glucose
glucose
vetten
voedingsvezel
mineralen
eiwitten
vitaminen
water

Slide 28 - Sleepvraag

Soms als je ziek bent, heb je ook diarree. Wel orgaan doet zijn werk dan niet goed?
A
maag
B
dunne darm
C
lever
D
dikke darm

Slide 29 - Quizvraag

Aan de slag tijdens deze les

  • In je leerwerkboek maak de samenvatten opdrachten. Blz. 63
  • Je kijkt na: Voorin in de klas liggen nakijkboekjes
  • Succes met leren/oefenen. Je kan het!

Slide 30 - Tekstslide