Afronden

H3 Afronden

Hoe rond je af?

1 / 14
volgende
Slide 1: Slide
newEditorWiskundeMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

H3 Afronden

Hoe rond je af?

Leerdoelen

Aan het einde van de les kun je

  • Getallen correct afronden op basis van de context.

  • Geldbedragen afronden.

  • Begrijpen wanneer je getallen naar boven of beneden moet afronden.

De regels

  • Afronden doe je als volgt:

    • 0-4 gaat omlaag

      • VB: op twee decimalen 3,254 wordt 3,25

    • 5-9 gaat omhoog

      • VB: op twee decimalen 3,258 wordt 3,26

Rond af op 1 decimaal: 1,845

A

1,8

B

1,85

C

1,84

D

1,9

Rond af op twee decimalen: 56,545

A

56,00

B

56,54

C

56, 55

D

56,56

Geldbedragen

  • Geldbedragen rond je altijd af op 2 decimalen

    • VB: €10,456 wordt €10,46

Hoeveel is 4 keer €2,10

Ik koop een zak snoep van 300 gram. 100 gram kost €1,50. Hoeveel moet ik betalen


A

4,5

B

4,50

C

5,00

D

6,00

Afronden op hele:


Je

Je gaat met 12 man varen, op een boot kunnen 5 mensen.


Hoeveel boten moet je huren?

A

2

B

2,4

C

2,4

D

3

Afronden van dingen

  • Let op de context!

    • Dozen, mensen, druppels, boten etc. rond je af op helen

      • VB: op een boot kunnen 5 mensen, je gaat met 12 mensen varen, hoeveel boten heb je nodig?

        • 12/5 = 2,4 boten dus je hebt 3 boten nodig.

  • Tip: lees goed de tekst!!

Afronden van dingen

  • Let op de context!

    • VB: Hoeveel dozen van 19 kg kunnen er in een container met een maximaal laadgewicht van 1100 kg?

    • 1100 : 19 ≈ 57,9 wordt 57 dozen want met 58 dozen gaan we net over het maximale gewicht heen.

    • Tip: lees goed de tekst!!

Ik heb alleen een briefje van 20 euro mee. Een pak ijs kost 6 euro. Hoeveel pakken ijs kan ik maximaal kopen?

A

2

B

3

C

4

D

10

Overige getallen

  • Procenten kunnen worden afgerond op 1 of 2 decimalen.

Tussendoor afronden

  • Tussendoor afronden is niet de bedoeling!

    • VB: als je op 4,5 uitkomt is dat geen 5

      • 2 * 4,5 = 9

      • 2 * 5 = 10

      • Dat is een verschil van 1!