H3 Afronden
Hoe rond je af?
H3 Afronden
Hoe rond je af?
Leerdoelen
Aan het einde van de les kun je
Getallen correct afronden op basis van de context.
Geldbedragen afronden.
Begrijpen wanneer je getallen naar boven of beneden moet afronden.
De regels
Afronden doe je als volgt:
0-4 gaat omlaag
VB: op twee decimalen 3,254 wordt 3,25
5-9 gaat omhoog
VB: op twee decimalen 3,258 wordt 3,26
Rond af op 1 decimaal: 1,845
1,8
1,85
1,84
1,9
Rond af op twee decimalen: 56,545
56,00
56,54
56, 55
56,56
Geldbedragen
Geldbedragen rond je altijd af op 2 decimalen
VB: €10,456 wordt €10,46
Hoeveel is 4 keer €2,10
Ik koop een zak snoep van 300 gram. 100 gram kost €1,50. Hoeveel moet ik betalen
4,5
4,50
5,00
6,00
Afronden op hele:
Je
Je gaat met 12 man varen, op een boot kunnen 5 mensen.
Hoeveel boten moet je huren?
2
2,4
2,4
3
Afronden van dingen
Let op de context!
Dozen, mensen, druppels, boten etc. rond je af op helen
VB: op een boot kunnen 5 mensen, je gaat met 12 mensen varen, hoeveel boten heb je nodig?
12/5 = 2,4 boten dus je hebt 3 boten nodig.
Tip: lees goed de tekst!!
Afronden van dingen
Let op de context!
VB: Hoeveel dozen van 19 kg kunnen er in een container met een maximaal laadgewicht van 1100 kg?
1100 : 19 ≈ 57,9 wordt 57 dozen want met 58 dozen gaan we net over het maximale gewicht heen.
Tip: lees goed de tekst!!
Ik heb alleen een briefje van 20 euro mee. Een pak ijs kost 6 euro. Hoeveel pakken ijs kan ik maximaal kopen?
2
3
4
10
Overige getallen
Procenten kunnen worden afgerond op 1 of 2 decimalen.
Tussendoor afronden
Tussendoor afronden is niet de bedoeling!
VB: als je op 4,5 uitkomt is dat geen 5
2 * 4,5 = 9
2 * 5 = 10
Dat is een verschil van 1!