Powerpoint Materiaal en materieel voor het repressief optreden.pptx

WelkomMateriaal en materieel voor het repressief optreden.

Brandweer Curaçao

Manschap Opleiding 2024

1 / 37
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBrandweerSpecial Education

In deze les zitten 37 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 180 min

Onderdelen in deze les

WelkomMateriaal en materieel voor het repressief optreden.

Brandweer Curaçao

Manschap Opleiding 2024

INTRODUCTIE

  • Instructeur: Curtley seinpaal.

  • Seniorhulpverlener/OB/BM.

  • Assistent: Reginald Martina.

  • Seniorhulpverlener (LWPB).

Wolven gedrag

ALFA

De leiders van een roedel zijn het alfamannetje en alfavrouwtje. Zij leiden de roedel niet net zoals mensen door bevelen te geven. Ze hebben simpelweg de meeste vrijheid in wat ze kunnen doen, waar ze heen kunnen gaan en waneer. De rest van de roedel volgt meestal.

Beta

De rang na de alfa's is bèta. Het bètamannetje en -vrouwtje leiden de roedel als de alfa's weg zijn. Zij krijgen meer eten dan de rest van de roedel, omdat hun kracht nodig is om de roedel te verdedigen. Het hoeven niet persé twee bètawolven te zijn, het kan ook alleen een bètamannetje of alleen een vrouwtje zijn.

De andere wolven zijn het middenkader (de gewone roedelleden), die de belangrijkste taak hebben om andere roedels af te schrikken, omdat de roedel dan met meer wolven is. Ze huilen op verschillende tonen, dat schrikt ook andere groepen wolven af omdat het dan lijkt of er meer wolven zijn dan er in werkelijkheid zijn.

Of ze zijn snelle jagers. Dit zijn meestal vrouwtjes, omdat die lichter zijn en sneller kunnen rennen.

Omega

De allerlaagste rang is omega. Veel mensen denken dat de omegawolf geen taak heeft, maar dat is niet zo. Hij (of zij) heeft juist een heel belangrijke taak! De omega moet de vrede bewaren. Als er een gespannen sfeer heerst, voorkomt hij ruzies door de rest van de roedel mee te slepen in zijn spelletjes. Omega's moeten ook meestal op de welpjes passen. Ze hebben speciale priveleges. Bèta's bewaren vaak kleine beetjes lekkere stukken vlees voor de omegawolf. Toch vertrekken veel omegawolven na een tijdje om ergens anders hun eigen roedel te stichten.

Programa

  • Materiaal en materieel voor het repressief optreden.

  • Leerdoelen

  • Oefeningen

  • Samenvatting /Afsluiting.

Inleiding

  • In dit hoofdstuk wordt het materiaal beschreven dat de brandweer gebruikt bij een optreden.

  • De bluswatervoorziening

  • Het watertransport en de droge stijgleiding

  • De handladders

  • Het schoorsteengereedschap

  • Het materiaal voor hak, breek en sloopwerk

  • De touwverbindingen

  • U moet praktisch en veilig met deze materialen kunnen werken. Het gebruik van de materialen oefent u in de praktijk, maar u moet ook kennis over de materialen hebben.

Leerdoelen

Aan het eind van deze les kun je:

  • De bluswatervoorzieningen noemen.

  • Vertellen hoe watertransport plaatsvindt.

  • Vertellen welk materieel gebruikt wordt bij het watertransport.

  • Vertellen welk materiaal gebruikt wordt bij repressieve ventilatie.

  • Het juist en veilig gebruik van handladders.

Bluswatervoorziening.

Bluswatervoorziening.

De brandweer beschikt over de volgende mogelijkheden, namelijk in willekeurige volgorde.

- Brandkranen.

- Open water.

- Geboorde put.

- Reservoirs.

- Tank van het voertuig.

Brandkranen

  • Met behulp van de brandkranen ontrekt de brandweer water aan het waterleidingnet.

  • De kranen worden aangeduid met aanwijsbordjes en zijn daarnaast aangegeven in brandkranenboek of kaarten.

  • De ondergrondse brandkraan is een aansluitmogelijkheid op het waterleidingsysteem dat net onder het straatniveau ligt.

  • De bovengrondse brandkraan is eingelijk een ondergrondse brandkraan waar een holle gietijzeren kolom op is geplaats, die boven het straatniveau uitsteekt.

  • Deze kolom heeft Meestal twee koppelingsmogelijkheden om slangen aan te sluiten.

ondergrondse

Controlewerkzaamheden bij ondergrondse brandkraan.

  • Nagaan of de ligging van de straatdeksel juist is ten opzichte van het wegdek.

  • Nagaan of het straatdeksel en het slibdeksel gemakkelijk kunnen worden afgenomen.

  • Nagaan of de aanwijsbordjes onbeschadigd zijn, op de juiste plaats en goed zichtbaar zijn aangebracht.

Bovengrondse

Controlewerkzaamheden bij bovengrondse brandkraan.

  • Nagaan of er geen obstakels bij de brandkraan zijn.

  • Nagaan of de pakkingringen in de koppelingen aanwezig en onbeschadigd zijn.

  • Controleren of de binnenranden van de deksels watervrij zijn.

Open water

Onder open water vestaan we bijvoorbeeld rivieren, plassen en kanalen. Het water is hier in onbeperkte hoeveelheid aanwezig.

Met de pomp wordt het water opgepompt en naar de brand getransporteerd.

Soms kan het open water niet gebruikt worden;

  • slecht bereikbaar is

  • Te ondiep is

  • Verontreiningd is

  • Bevroren is

Geboorde put

  • Een geboorde put is een lange buis die verticaal in de grond is gebracht tot aan het grondwaterniveau.

  • De put bevindt zich op een plaats waar voldoende grondwater naar boven kan worden gepompt.

  • We onderscheiden de open en gesloten uitvoering.

  • De open put is zo uitgevoerd dat er een zuigslang in kan worden gevoerd.

  • De gesloten uitvoering heeft een koppelmogelijkheid, waarmee de slang aan de put wordt vastgemaakt.

  • Geboorde putten zijn aangelegd waar geen andere mogelijkheden zijn.

reservoirs

  • Er zijn open en gesloten bluswaterreservoirs. Aan een open reservoir kan met behulp van een zuigslangleiding water worden ontrokken.

  • Bij een geslotenreservoir is voor de toevoer van het water naar de pomp en stijgbuis aangebracht. Aan de bovenzijde van deze stijgbuis wordt de zuigslangleiding gekoppeld.

  • Bij bedrijven en fabrieken zijn vaak reservoirs aangelegd.

Vb Mangusa hypermarket, Centrale bank.

Tank van het voertuig

De watertank van het voertuig wordt bij het blussen vaak als eerste gebruikt.

Doel van de bluswatertank is om direct bluswater beschikbaar te hebben voor een eerste inzet.

Om gewicht te besparen is de tank Meestal van kunststof.

Tank moet na gebruik altijd direct weer worden gevuld.

Materiaal en materieel voor het repressief optreden.

2. Materiaal voor het watertransport.

2.1 Pompen en slangen.

2.2 Watervoerende armaturen.

2.3 Schuimvormende armaturen.

2.4 Hulpstukken.

2.5 Droge stijgleiding.

Materialen voor transport

Pompen en slangen.

Water wordt onder druk gebracht, onder druk gehouden en getransporteerd met behulp van pompen.

Slangen worden onderverdeeld in zuigslangen en persslangen.

zuigslangen

De zuigslang is een buis van rubber of kunststof.

De rubberbuizen zijn versterkt met lagen canvas. Canvas is een weefsel van natuurvezels of kunststof.

Door de druk in de zuigslang zijn de rubberslangen verstevigd met een ingewerkte spiral van staaldraad.

Zonder spiraal wordt de slang dichtgezogen.

zuigslangen

De kunststof zuigslang heeft geen verstevigingen nodig en heeft aan beide zijde een koppeling.

Voordelen van kunststof slangen

  • Licht van gewicht

  • Gemakkelijk te reinigen

  • Op elke lengtemaat kan een koppeling worden aangebracht omdat hij geen manchetten heeft.

  • Als nadeel krimpt hij strekt bij het aanzuigen en dat het material bij lage temperatuuren moeilijk buigzaam is.

zuigslangen

  • De diameter van de zuigslang is Meestal 100 mm (afhankelijk van de hoeveelheid water die de pomp moet verplaatsen).

  • De lengte van een zuigslang ligt rond 4 tot 5 meter.

  • Twee of meer aan elkaar gekoppeld, noemen we zuigslangleiding.

  • Er worden storz-koppelingen gebruikt voor de zuigslangen.

  • Afdichtingsringen voorkomt lekkage langs de koppeling.

persslangen

De persslangen zijn gemaakt van kunststof materialen.

Drie lagen: binnenvoering van rubber of kunststof.

Tussenlaag met een wapening van kunststofvezels om de druk op te vangen.

Een buitenlaag of slijtlaag.

persslangen

Er zijn drie soorten perslangen:

Hogedruk met een diameter van 13 of 20 mm en een lengte van 60 of 90 meter,(haspel)

Middeldrukaanvalsslangen met een diameter van 40 mm en een lengte van 20 meter.

Lagedrukslangen.

lagedrukslangen

Er zijn 4 soorten lagedrukslangen:

  • Vulslangen met een diameter van 75 mm en een lengte van 5 tot 9 meter.

  • Transportslangenmet een diameter van 75 mm en een lengte van 20 meter.

  • Transportslangen met een diameter van 150 mm en een lengte van 20 meter.

  • Aanvalsslangen met een diameter van 52 mm en een lengte van 20 meter.

  • De diameter van de storz-koppelingen voor de 52 en 75 mm slangen bedraagt 65 mm.

  • Voor de Slangen met een diameter van 150 mm, draagt een storz-koppeling van 150 mm.

aanvalsslangen

  • Aanvalsslangen 52 mm worden gebuikt voor meer bewegingsvrijheid.

  • Toevoerslagen 75 mm worden gebruikt voor het watertransport van de pomp tot aan het verdeelstuk nabij het brandende object.

  • 75 en 150 mm slangen worden gebruikt bij het transport van bluswater over grotere afstanden.

Beschadiging van slangen

Beschadigen van slangen komt door:

Het trekken van slang over scherpe kanten

Vallend puin en glasscherven door het springen van ramen

Vlieguur

Slepen van de slang

Het rijden over de slang knikken en wrongen

Watervoerende armaturen

Watervoerende armaturen

  • Opzetstuk

  • Verzamelstuk

  • Verdeelstuk

  • Straalpijp

Armaturen voor grotere afstanden

  • Koppelstuk

  • Terugslagklep

  • verloopstuk

opzetstuk

  1. Plaatsen van het opzetstuk.

  2. Zorg ervoor dat de wartel in de laagste stand is gedraaid.

  3. Controleer of de pakkingring aanwezig is.

  4. Neem het straatdeksel en het slibdeksel met behulp van de brandkraansleutel van de brandkraan, controleer de rand van de brandkraan en reining deze als dat nodig is.

  5. Draai een van de afsluiters van het opzetstuk open.

  6. Breng de nokken van de wartel in de klauwen van de brandkraan en draai het hele opzetstuk aan de handvatten naar rechts.

  7. Open daarna met behulp van de kraansleutel de brandkraan helemaal en spoel het geheel zo lang doot tot er helder water uit het opzetstuk stroomt

  8. Sluit de vulslangen aan op het opzetstuk.

Watervoerende armaturen

Verzamelstuk

Het meest gebruikte verzamelstuk bestaat uit een huis met drie openingenn. Een van de openingen past op de inlaat van de pomp, op de andere twee kan een vulslang aangesloten worden.

In de verzamelstuk zit een draaibare klep.

Verdeelstuk

Het verdeelstuk verdeelt het water dat door een 75 mm slang wordt aangevoerd over verscheindene 52 mm slangleidingen.

Straalpijp

De straalpijp spuit het water met grote kracht in de gewenste richting.

waterkanonnen

Op plaatsen waar heel veel bluswater nodig is of waar het te gevaarlijk is mensen in te zetten, kan de brandweer gebruikmaken van bemande of onbemande waterkanonnen.

Onbemande waterkanonnen worden ook wel monitoren genoemd.

Naast vaste waterkanonnen zijn er in het blusvoertuig verplaatsbare straatwaterkanonnen aanwezig.

luchtschuimstraalpijp

Het principe van de luchtschuimstraalpijp voor zwaar of middle schuim is ongeveer hetzelfde. De luchtschuimstraalpijp bestaat uit een cilindervorminge buis, die is voorzien van een halve storz-perskoppeling be van luchtopeningen.

Het mengsel van water en schuimvormend middle komt met grote snelheid door de mengconus en wordt hier verstoven. Er wordt door de openingen lucht aangezogen en zo ontstaat er een mengsel van water, schuimvormend middle en lucht.

Er vormt zich luchtschuim.

luchtschuimstraalpijp

Om het schuimvormend middel aan het water toe te voegen, wordt gebruikgemaakt van:

Tussemenger

Luchtschuimstraalpijp met injector

Hosemaster

De tussenmenger bestaat uit:

Omloopkanaal

Injector

Schoonmaken

Na het gebruikmaken van alle armaturen en slangen die met schuimvormend middel in aanraking zijn geweest, goed spoelen.

hulpstukken

Hulpstukken:

Slangophouder

Bendelstuk

Koppelingssleutel

Slangenbrug

drogestijgleiding

Drogestijgleiding

Om bij brand in een hoog gebouw snel te kunnen optreden, worden droge stijgleidingen aangebracht.

Er bestaat twee soorten droge stijgleidingen, namelijk stijgleidingen voor lage en voor hogedruk.

Op elke verdieping is een halve perskoppeling aangebracht op ongeveer een meter boven de vloer.

Materiaal en materieel voor het repressief optreden.

  1. Materieel ten behoeve van het repressief optreden.

3.1 Motorspuitaanhanger. (MSA)

3.2 Slagenwagen. (SL)

3.3 Dompelpomp.(DP)

3.4 Schuimblusvoertuig (SB) en schuim/poederblusvoertuig. (SPB)

3.5 Tankwagens.

Materiaal en materieel voor het repressief optreden.

4. Materialen voor repressieve ventilatie.

5. Handladders.

6. Schoorsteengereedschap.

Samenvatting

Evaluatie

  • Evaluatie:

Einde